Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 30 januari 2018
Naar aanleiding van het artikel in Trouw «Shell zet de NAM op afstand – Wie draait
er straks op voor de schade in Groningen?» is onduidelijkheid ontstaan over de betaalcapaciteit
van NAM. In deze brief beschrijf ik op welke wijze wordt verzekerd dat NAM aan zijn
verplichtingen zal blijven voldoen. Daarnaast zal ik ingaan op de aard van een 403-verklaring
en zal ik beschrijven wat de consequenties zijn van het intrekken van deze verklaring
in relatie tot de bekostiging van de afhandeling van de schade en de uitvoering van
de versterking. Hiermee geef ik tevens uitvoering aan de toezegging aan het Kamerlid
van Tongeren om nogmaals na te gaan dat de NAM ook in de toekomst aan haar financiële
verplichtingen kan blijven voldoen.
NAM blijft betalen voor de schadeafhandeling en de uitvoering van de versterkingsopgave
Er mag geen twijfel bestaan bij gedupeerden in Groningen dat hun schade zal worden
vergoed en dat er voldoende financiële middelen zijn om de versterkingsopgave uit
te voeren, nu en in de toekomst. De financiële verantwoordelijkheid van de aandeelhouders
voor NAM is altijd onderdeel geweest van het gasgebouw. Shell, ExxonMobil en ook NAM hebben zich als partners
in het gasgebouw in de langjarige samenwerking met de Staat aan hun afspraken gehouden
en zijn hun verplichtingen altijd nagekomen.
Shell heeft vandaag een verklaring gepubliceerd waarin zij deze afspraken nogmaals
onderstreept en aangeeft dat NAM niet weg loopt voor haar financiële verantwoordelijkheden
die samenhangen met de aardbevingen in Groningen, inclusief kosten die voortvloeien
uit het nieuwe schadeprotocol. Shell is bereid daarvoor garanties af te geven. Shell
geeft bovendien aan dat NAM bekend zal maken dat zij voorlopig geen dividend uitkeert aan haar
aandeelhouders. Ik heb de verklaring bijgevoegd bij deze brief1. Ik heb op basis hiervan en gelet op de ervaringen tijdens de langjarige samenwerking
geen reden om te twijfelen aan het kunnen nakomen door NAM van haar verplichtingen.
De Staat, Shell en ExxonMobil zijn in gesprek over een herinrichting van het gasgebouw.
In deze gesprekken zal worden verzekerd dat NAM ook in de toekomst bij toenemende
kosten als gevolg van de aardbevingen en afnemende opbrengsten bij een verminderende
gaswinning aan haar financiële verplichtingen zal blijven voldoen. Deze gesprekken
verlopen constructief.
Intrekken 403-verklaring en effecten voor gedupeerden in Groningen
Iedere onderneming moet een jaarrekening opstellen zodat iedereen met wie de onderneming
zaken doet kan nagaan hoe de onderneming ervoor staat. Met name voor leveranciers
is dit van belang, maar ook voor bijvoorbeeld banken. Afhankelijk van de grootte van
een onderneming zijn er specifieke eisen voor het opstellen en deponeren van de jaarrekening
bij de Kamer van Koophandel.
Het is bij concerns met dochterondernemingen gebruikelijk om een geconsolideerde jaarrekening
op te stellen. De financiële gegevens van de dochterondernemingen worden dan opgenomen
in de jaarrekening van een andere rechtspersoon binnen dat concern, meestal de moedervennootschap.
De dochterondernemingen zelf hoeven dan geen eigen jaarrekening meer te publiceren.
Eén van de eisen daarvoor is het afgeven van een zogenaamde 403-verklaring waarin
de rechtspersoon die de cijfers consolideert, verklaart zich hoofdelijk aansprakelijk
te stellen voor de schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen van de dochterondernemingen.
Tot vorig jaar deponeerde NAM geen eigen jaarrekening, maar werden de financiële gegevens
van NAM geconsolideerd in de jaarrekening van Shell. Shell had vanaf 1985 een 403-verklaring
voor NAM afgegeven. Naar aanleiding van de Europese transparantierichtlijn (2013/50/EU),
waarin bepalingen zijn opgenomen die tot doel hebben de transparantie op betalingen
aan overheden te verbeteren, heeft NAM aangegeven dat het voortaan een eigen jaarrekening
publiceert. Shell heeft op 8 juni 2017 de intrekking van de 403-verklaring gedeponeerd
bij de Kamer van Koophandel en NAM publiceert inmiddels een eigen jaarrekening.
Een 403-verklaring heeft betrekking op schulden voortvloeiend uit rechtshandelingen
(meestal contracten) en niet op wettelijke verplichtingen. De 403-verklaring van Shell
noemt ook alleen schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen. De aansprakelijkheid
van Shell blijft bestaan voor schulden van NAM die voortvloeien uit rechtshandelingen
van vóór de intrekking van de 403-verklaring.
De verplichting tot het vergoeden van aardbevingsschade ten opzichte van gedupeerden
in Groningen, is een wettelijke verplichting van NAM. Die verplichting van NAM zelf
wordt niet geraakt door de intrekking van de 403-verklaring. Op grond van de 403-verklaring
van Shell, was Shell alleen aansprakelijk voor schulden van NAM uit rechtshandelingen
en niet voor wettelijke verplichtingen van NAM. De mogelijkheid voor gedupeerden in Groningen om hun schade vergoed te krijgen, verandert dus niet door de intrekking
van de 403-verklaring.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, E.D. Wiebes