Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 april 2017
Vorig jaar heeft het kabinet de gaswinning uit het Groningenveld gemaximeerd op 24
miljard m3 per jaar, met ruimte voor meer winning wanneer het kouder is dan gemiddeld. Jaarlijks
wordt op 1 oktober bekeken of er nieuwe inzichten zijn die leiden tot heroverweging
van dit besluit (het ijkmoment). Ook zijn in het instemmingsbesluit met het winningsplan
grenswaarden ten aanzien van de seismiciteit vastgesteld om tijdig te kunnen anticiperen
op trends in het aardbevingsgebied. De seismiciteit in het Groningenveld wordt daartoe
nauwlettend in de gaten gehouden.
Op 13 april 2017 ontving ik tussentijds een advies van Staatstoezicht op de Mijnen
(SodM) over de ontwikkeling van de seismiciteit en de mogelijkheden tot beheersing
daarvan1. In deze brief geef ik aan welke maatregelen ik neem naar aanleiding van dit advies
om de veiligheid van de inwoners van Groningen te borgen.
Het aantal aardbevingen met een sterkte van meer dan 1 op de schaal van Richter is
sinds 2013 meer dan gehalveerd, namelijk van 77 in 2013 naar 36 in 2016. Behalve het
aantal is ook de sterkte van de aardbevingen afgenomen. Echter, sinds oktober 2016
is in het gebied rond Loppersum het aantal bevingen weer toegenomen. Daardoor is in
dit gebied de aardbevingsdichtheid – het aantal aardbevingen per km2 per jaar – gestegen van 0,12 naar 0,22. Dit komt dicht bij de grenswaarde van 0,25
die is opgenomen in een voorschrift van het instemmingsbesluit.
Na de constatering van de toegenomen seismiciteit rond Loppersum heeft SodM NAM hierover
een rapport laten opstellen en dat vervolgens beoordeeld. Bovendien heeft SodM het
CBS een analyse laten verrichten van de snelheid van de drukafname in het Groningenveld
en van de aardbevingsdichtheid in het gebied.
Op grond van zijn bevindingen komt SodM tot een tweeledig advies. Het eerste deel
van het advies ziet op de huidige situatie, waarin (in het gebied rond Loppersum)
de grenswaarde van de aardbevingsdichtheid niet is overschreden. Het tweede deel ziet
op een situatie in de toekomst waarin de grenswaarde wel wordt overschreden.
Het advies voor de huidige situatie, waarin de grenswaarde niet is overschreden, houdt
op hoofdlijnen in:
-
• Houd het huidige productieplafond van 24 miljard m3 per jaar vast.
-
• Vermijd fluctuaties in de gaswinning zo veel mogelijk teneinde wisselingen in de snelheid
van drukafname zo veel mogelijk te voorkomen. Dit betreft ook regionale fluctuaties.
-
• Schep duidelijkheid in de regierollen bij de partijen die verantwoordelijk zijn voor
de capaciteitszekerheid van het Groningenveld.
-
• Onderzoek of capaciteitszekerheidsprotocollen geoptimaliseerd kunnen worden.
-
• Onderzoek voor alle clusters en clusteroperaties of de productie verder geoptimaliseerd
kan worden teneinde fluctuaties te vermijden of zo gering mogelijk te houden.
-
• Onderzoek of de productie in de kritische delen van het gasveld verder kan worden
beperkt.
Mocht de grenswaarde van 0,25 bevingen per km2 per jaar in de toekomst wel worden overschreden, dan adviseert SodM:
-
• Verlaag de productie vanaf het huidige niveau van 24 miljard m3 per jaar, zo nodig in stappen, met een eerste reductiestap van 10 procent.
-
• Vermijd seizoensfluctuaties bij dit verlaagde productieniveau.
-
• Draag zorg voor permanente monitoring van de seismiciteit.
Ik wil gegeven het advies van SodM en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen
het ijkmoment van 1 oktober niet afwachten. Gelet op de toename van het aantal aardbevingen
in het gebied rond Loppersum en het naderen van de grenswaarde aldaar, zet ik de voorbereiding
in gang om het productieplafond voor de gaswinning in Groningen ingaande het eerstvolgende
gasjaar – dat gaat lopen vanaf 1 oktober 2017 – met 10 procent te verlagen.
Conform het advies van SodM zal ik in samenwerking met NAM en GTS bezien hoe de productie
in Loppersum, die plaatsvindt omwille van de capaciteitsmatige leveringszekerheid,
nader kan worden beperkt. Ook aan de overige aanbevelingen in het advies van SodM
zal ik uitvoering geven. Het advies heb ik bij deze brief gevoegd2.
De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp