Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 november 2016
Dit voorjaar heb ik uw Kamer een brief toegezegd inzake de uitvoering van de motie-Jan
Vos/Van Tongeren waarmee de Kamer zich heeft uitgesproken tegen proefboringen en gaswinning
bij Schiermonnikoog (Kamerstuk 32 849 nr. 76). Deze motie is ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van
de Mijnbouwwet ter versterking van het veiligheidsbelang bij mijnbouw en meer regie
bij het verlenen van opsporings-, winnings-, en opslagvergunningen (wetsvoorstel mijnbouw
veiligheid en regie) en betrokken bij het amendement-Vos c.s. tot beperking van de
mogelijkheden om olie of gas op te sporen en te winnen op en rond de Waddeneilanden
(Kamerstuk 34 348 nr. 103). Het wetsvoorstel is momenteel in behandeling bij de Eerste Kamer. Teneinde de praktische
betekenis van dit amendement te duiden voor een aantal lopende mijnbouwprojecten op
en rond de Waddeneilanden, doe ik hierbij mijn toezegging gestand.
Restricties voor mijnbouwactiviteiten in het Waddengebied
Genoemd amendement-Vos c.s., zoals thans opgenomen in artikel 7a van het wetsvoorstel
mijnbouw veiligheid en regie, leidt ertoe dat op de Waddeneilanden en in het Natura
2000-gebied Noordzeekustzone – zoals al het geval is in de Waddenzee – geen omgevingsvergunningen
meer worden afgegeven voor de plaatsing van nieuwe mijnbouwwerken voor de opsporing
of winning van delfstoffen. Dit betekent onder meer dat, buiten de reeds bestaande
mijnbouwlocaties, boringen naar olie of gas op de Waddeneilanden en in het Natura
2000-gebied Noordzeekustzone niet meer worden toegestaan. Dit heeft consequenties
voor een aantal lopende projecten in het gebied.
De voorgenomen gasboring vanaf Terschelling door Tulip Oil kan geen doorgang vinden.
Wel kan Tulip Oil nog steeds van buiten de Noordzeekustzone het gasveld onder Terschelling
aanboren. Zoals toegezegd aan uw Kamer zal ik de aanvraag van Tulip Oil voor de winningsvergunning
Terschelling-Noord verder in behandeling nemen zodra de gewijzigde Mijnbouwwet van
kracht is en vervolgens beoordelen op basis van de daarin gestelde toetsingscriteria.
Deze winningsvergunning betreft een marktordeningsvergunning (op grond van de Mijnbouwwet)
en dient niet verward te worden met een omgevingsvergunning (op grond van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht).
Ten noorden van de Waddeneilanden blijft schuin boren van buiten het Natura2000-gebied
Noordzeekustzone mogelijk. Indien in deze gevallen de opsporingsactiviteit leidt tot
het voornemen tot winning, dan wordt de omgevingsvergunning voor de plaatsing van
het offshore winningsplatform buiten het Natura2000-gebied Noordzeekustzone alleen
verleend als medegebruik van een reeds bestaand mijnbouwplatform niet mogelijk is
én als zichthinder is geminimaliseerd. Dit is aan de orde bij een eventuele toekomstige
gaswinning door ENGIE ten noorden van Schiermonnikoog of bij een eventuele toekomstige
gaswinning door Tulip Oil ten noorden van Terschelling.
Vanaf reeds bestaande mijnbouwwerken op de Waddeneilanden en in het Natura 2000-gebied
Noordzeekustzone zijn boringen naar olie of gas (door wijziging van een reeds verleende
omgevingsvergunning) nog wel mogelijk. Dit is uitsluitend op Ameland en in de Noordzeekustzone
ten noorden van Ameland aan de orde, waar NAM al circa 30 jaar actief is. Ook de door
ENGIE voorgenomen proefboring in de Noordzeekustzone ten noorden van Schiermonnikoog
kan doorgang vinden aangezien de daarvoor benodigde omgevingsvergunning reeds is verleend.
Ten zuiden van de Waddenzee, vanaf het vaste land (van buiten het Natura 2000-gebied
Waddenzee), blijft schuin boren naar delfstoffen onder de Waddenzee, binnen de randvoorwaarden
zoals uiteengezet in de Structuurvisie Waddenzee en de verleende vergunningen, mogelijk.
Dit is bijvoorbeeld aan de orde bij de door NAM beoogde gaswinning vanaf Ternaard.
Nog te nemen besluiten op basis van lopende trajecten
Naast het genoemde besluit over de aangevraagde winningsvergunning van Tulip Oil informeer
ik uw Kamer met deze brief ook over twee andere door mij te nemen besluiten bij lopende
trajecten rond de Waddeneilanden.
Het ene besluit betreft de proefboringen van ENGIE ten noorden van Schiermonnikoog
waarvoor, zoals gemeld aan uw Kamer bij brief van 2 juni 2016 (Kamerstuk 32 849 nr. 141), de definitieve besluiten zijn genomen. De aanvragen daarvoor zijn ingediend na
verlening van de opsporingsvergunning voor het mijnbouwblok Schiermonnikoog-Noord
in juni 2013. Aangezien deze opsporingsvergunning verloopt in juni 2017, terwijl de
vergunde proefboringen zijn voorzien in de winter 2017–2018 en in de winter 2018–2019,
is de komende periode de verlenging van deze opsporingsvergunning aan de orde.
Het andere besluit betreft het voornemen van NAM om in de Noordzeekustzone bij Ameland
vanaf een bestaand mijnbouwplatform (Ameland-Oost 2) twee nieuwe gasputten te boren.
De omgevingsvergunning voor de eerste nieuwe boring is door de toenmalig Minister
van Economische Zaken verleend op 2 mei 2012. De Natuurbeschermingswetvergunning voor
beide boringen is door de Staatssecretaris van Economische Zaken verleend op 3 februari
2015. Deze is ondertussen onherroepelijk. De aanvraag voor wijziging van de bestaande
omgevingsvergunning voor het uitvoeren van de tweede boring is sinds 18 november 2014
bij mij in behandeling. Ik verwacht deze gewijzigde omgevingsvergunning nog dit najaar
te kunnen verlenen.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp