Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201633529 nr. 204

33 529 Gaswinning Groningen-veld

Nr. 204 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 november 2015

De inwoners van Groningen moeten, net als mensen elders in het land, kunnen leven in veiligheid. Dat is het uitgangspunt van mijn beleid. Het kabinet heeft daarom de gaswinning uit het Groningenveld sterk verminderd: van 54 miljard m3 in 2013 naar 30 miljard m3 in 2015. Het kabinet besluit aan het einde van dit jaar over het vervolg van de gaswinning, op basis van twee nu nog lopende onderzoekssporen (zie Kamerstuk 33 529, nr. 200). Het eerste onderzoeksspoor richt zich op een verantwoord niveau van gaswinning. Er is sprake van een verantwoord niveau indien door middel van een combinatie van een winningsplafond en de versterking van gebouwen kan worden voldaan aan de vast te stellen veiligheidsnorm. Het tweede onderzoeksspoor heeft betrekking op de mogelijkheden en consequenties van een zogenaamde omkering van het gassysteem. Dat wil zeggen dat zoveel mogelijk gas uit andere bronnen dan het Groningenveld worden gebruikt. Afhankelijk van hoe koud het is, zal dat gas aangevuld moeten worden met gas uit het Groningenveld.

Naast de maatregelen ten aanzien van de gaswinning worden diverse bovengrondse maatregelen getroffen waarmee we ervoor zorgen dat de inwoners van Groningen veilig kunnen wonen en werken. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) zorgt dat besluiten over deze bovengrondse aanpak worden genomen in samenspraak met lokale maatschappelijke en bestuurlijke partijen. De NCG stelt momenteel een meerjarenprogramma op dat zekerheid en perspectief voor de regio moet bieden. Ik heb uw Kamer met mijn brief van 7 oktober 2015 (Kamerstuk 33 529, nr. 200) geïnformeerd over het proces om te komen tot dit meerjarenprogramma. Ik verwacht dat het meerjarenprogramma voor het eind dit jaar aan uw Kamer kan worden aangeboden.

Met deze brief informeer ik uw Kamer over de laatste ontwikkelingen rondom de bovengrondse maatregelen aan de hand van een aantal recente rapportages.

Voortgangsrapportage CVW eerste halfjaar 2015

Het Centrum Veilig Wonen (CVW) werkt sinds januari jl. aan het herstellen en versterken van woningen en gebouwen in Groningen. Op 4 september heeft de Commissie van Toezicht van het CVW mij haar eerste halfjaarrapportage over 2015 gestuurd (bijlagen 1 en 21).

Versterken en verduurzamen van gebouwen

Bij de oprichting van het CVW heb ik aangegeven dat het CVW de capaciteit moest opbouwen om dit jaar 3.000 woningen te versterken. Het CVW heeft in het voorjaar een werkplan opgesteld waarin zij plande om in 2015 3.006 gebouwen te versterken (Kamerstuk 33 529, nr. 172). Tegelijkertijd bouwde zij een uitvoeringsorganisatie op, waarbij kwaliteitseisen werden gesteld aan de vakmensen (bouwcapaciteit). De rapportage over de eerste helft van 2015 laat zien dat de beoogde versterking van 3.006 gebouwen dit jaar niet gehaald wordt en het CVW haar planning aanzienlijk naar beneden heeft moeten bijstellen. Na ontvangst van de voortgangsrapportage heb ik de NCG gevraagd om met betrokken partijen te bezien waardoor de vertraging is opgetreden en of de eerder vastgestelde planning alsnog kan worden gehaald.

De NCG heeft mij geïnformeerd dat alle partijen de doorlooptijd van het proces hebben onderschat. Dat proces begint bij identificatie en ontwerp van maatregelen en omvat vervolgens overleg met bewoners en gemeenten, het op basis daarvan opstellen van implementatieplannen, het verkrijgen van akkoord van bewoners op deze plannen en ten slotte het contracteren van aannemers en uitvoeren van de maatregelen. Zorgvuldige afweging van maatregelen per woning of gebouw, waarbij rekening gehouden wordt met de wensen van de bewoner zonder concessies te doen aan de veiligheid, kost meer tijd dan voorzien. Hierdoor is het niet mogelijk gebleken om alle beschikbare bouwcapaciteit in te zetten.

Het niet halen van de planning uit het werkplan kan daarnaast verklaard worden door de ambitie om verduurzamen te combineren met versterken. Op 26 juni jl. zijn hierover onder regie van mijn ministerie afspraken gemaakt tussen een achttal woningcorporaties, het CVW en NAM. Afgesproken is om 1.650 huurwoningen te versterken en te verduurzamen tot «nul op de meter» woningen. Hiermee is ook invulling gegeven aan de door uw Kamer aangenomen motie Van Veldhoven cs (Kamerstuk 33 529, nr. 86). Het ontwikkelen van een goede aanpak voor het combineren van verduurzaming en versterking kost meer tijd dan bij het maken van de afspraken was voorzien. Er moeten nieuwe bouwconcepten worden ontwikkeld en er moet ervaring worden opgedaan met de uitvoering alvorens grootschalige toepassing van deze nieuwe concepten mogelijk is. Het CVW en de coöperaties willen bewoners en eigenaren goed informeren en met hen de verbouwing zorgvuldig doorspreken. Ik vind dat verstandig; de versterkings- en verduurzamingsmaatregelen kunnen voor bewoners ingrijpend zijn en hun betrokkenheid is dan ook essentieel om bij hen instemming en draagvlak te verkrijgen voor de aanpassingen in hun woning. Dat betekent wel dat vaak meerdere gesprekken nodig zijn over de verbouwingsaanpak. Dit – en het verkrijgen van de noodzakelijke vergunningen – heeft onvermijdelijk effect op de doorlooptijd van het uitvoeren van de maatregelen.

Vanzelfsprekend is niet alleen bij het verbouwen van woningen tot «nul-op-de-meter» woningen maar ook bij andere maatregelen instemming van bewoners nodig. Ook hierbij blijkt er vertraging te ontstaan ten opzichte van het werkplan dat het CVW in het voorjaar heeft vastgesteld. Een voorbeeld is dat de verwachte versnelling in de tweede helft van 2015 bij de aanpak van risicovolle gebouwonderdelen (bijvoorbeeld schoorstenen) minder voorspoedig verloopt dan verwacht. Er zijn voldoende huiseigenaren benaderd, maar een groot deel van hen heeft nog geen akkoord op de werkzaamheden gegeven omdat het tijd vergt hierover een weloverwogen besluit te nemen. Naast het bereiken van overeenstemming met bewoners over het uitvoeringstijdstip vergen de doorlooptijden voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen ook de nodige tijd. De NCG heeft mij dan ook laten weten dat de bijgestelde prognoses die zijn opgenomen in bijgevoegde voortgangsrapportage van het CVW in het najaar wederom te optimistisch zullen zijn. De Commissie van Toezicht van het CVW heeft aangegeven dit beeld te delen. Ik heb met de Commissie van Toezicht afgesproken dat zij een eindejaarrapportage zal uitbrengen waarin het geheel in perspectief wordt geplaatst. Ik zal uw Kamer hier uiteraard over informeren.

De nu ontstane situatie, waarin ambitieuze plannen zijn opgesteld die naarmate de uitvoering vordert naar beneden moeten worden bijgesteld, acht ik ongewenst. Ik vind het met name zeer vervelend voor de inwoners van Groningen. Zij hebben het recht om te weten waar ze aan toe zijn en om daarbij een realistisch plan voorgelegd te krijgen. De NCG zal daarom in zijn meerjarenprogramma een voorstel doen om de versterkingsopgave op een andere wijze in te richten. De kern is om in een vroegtijdig stadium, dus voordat er concrete uitvoeringsprogramma’s liggen, in gesprek te gaan met bewoners en gemeenten over het plan van aanpak voor het komende jaar. Op deze wijze kan een programmatische aanpak worden ontwikkeld waarin bewoners eerder worden betrokken. Er zullen op voorhand langere doorlooptijden worden gehanteerd, waarbij voldoende ruimte wordt ingebouwd voor meerdere gesprekken met bewoners over de wijze waarop het versterken en eventueel verduurzamen van hun woning plaatsvindt.

In november komt de NCG met een conceptversie van het meerjarenprogramma, die hij met maatschappelijke organisaties, bewoners en betrokken overheden zal bespreken. Op die manier kan iedereen er kennis van nemen en een eigen inbreng leveren. Daarna zal het programma ter besluitvorming worden voorgelegd aan gemeenten, provincie en het Rijk. Door te investeren in betrokkenheid vooraf worden rollen en taken van de diverse partijen in een vroeg stadium duidelijk en kunnen de inwoners van Groningen zelf een betere afweging maken.

Inspectie van woningen en schadeafhandeling

Naast de versterkingsopgave richt het CVW op het uitvoeren van inspecties en afhandeling van schade door aardbevingen. Het eerste halfjaar van 2015 zijn er 7.528 buiten-inspecties uitgevoerd. Als vervolg hierop zijn 929 binnen-inspecties uitgevoerd. Alle geplande inspecties van scholen in het aardbevingsgebied hebben plaatsgevonden. Bij constatering van acute veiligheidsrisico’s is direct opgetreden door het CVW. Wanneer bewoners via de zogeheten «rode knop» op de website van het CVW aangaven zich niet meer veilig te voelen na een beving, is door CVW direct handelend opgetreden. Zo nodig is versneld een (uitgebreidere) binnen-inspectie uitgevoerd om onveilige situaties adequaat aan te kunnen pakken.

De schadeafhandeling loopt, zeker gezien de grote aantallen schademeldingen, voorspoedig. Het CVW heeft in het eerste half jaar meer dan 15.000 schademeldingen ontvangen, een forse toename ten opzichte van voorgaande jaren. Schademelders geven de afhandeling over het algemeen een ruime voldoende. De keuze om te komen tot een gespecialiseerde organisatie voor de afhandeling van schade – de oprichting van het CVW – kan gezien worden als een stap in de goede richting.

Hoewel het algemene beeld van de schadeafhandeling positief is, zijn er ook gevallen waarin de schadeafhandeling niet goed loopt. Het komt voor dat ook na contra-expertise geen overeenstemming wordt bereikt met de schademelder, de schade niet wordt aangepakt, een definitief besluit te lang op zich laat wachten en er uiteindelijk sprake is van een grote mate van irritatie tussen de partijen. Omdat de doorlooptijd van complexe situaties veel te lang is, heb ik de NCG gevraagd hiervoor met een passende oplossing te komen in het meerjarenprogramma. Hij zal een voorstel doen tot een laagdrempelige geschillenbeslechting inclusief ondersteuning van bewoners die hier behoefte aan hebben.

Evaluatie Commissie Bijzondere Situaties

De Commissie Bijzondere Situaties (hierna: de Commissie) is opgericht om een oplossing te vinden voor mensen met acute en ingrijpende problemen als gevolg van de bevingen en voor wie bestaande regelingen niet voldoende zijn om een oplossing te vinden. Het gaat hierbij om een combinatie van aardbevingsschade, financiële en medische problemen.

De Commissie is half april 2014 begonnen met haar werkzaamheden. In juni dit jaar heeft de Commissie mij haar evaluatie opgestuurd (bijlage 32). Tot juni 2015 zijn er 131 aanmeldingen binnengekomen. De Commissie heeft daarvan 84 zaken afgehandeld en heeft nog 47 zaken in behandeling. De ondersteuning die de Commissie biedt, is met name financiële hulp bij de verkoop van de woning en het vinden een nieuw onderkomen op een andere plek. Een deel van de aanmeldingen is afgewezen omdat zij niet voldoen aan de criteria voor bijzondere situaties. Deze gevallen zijn doorverwezen naar andere instanties.

De evaluatie laat zien dat de aanpak goed functioneert, maar geeft wel een aantal relevante verbeterpunten, zoals verkorting van de doorlooptijd en helderdere criteria voor toelating door de Commissie. De Commissie Bijzondere Situaties is tijdelijk van aard. Ik heb de NCG gevraagd te zoeken naar een definitieve vorm van ondersteuning waarmee mensen in bijzondere situaties kunnen worden geholpen. Daarbij worden ook de verbeterpunten uit de evaluatie meegenomen. Ik zal de Kamer hierover informeren bij de presentatie van het meerjarenprogramma van de NCG.

Dialoogtafel

De Rijksuniversiteit Groningen (RuG) heeft het functioneren van de Dialoogtafel geëvalueerd. Op 26 juni 2015 heeft zij haar aanbevelingen bekend gemaakt (bijlage 43). Belangrijkste conclusies zijn dat de Dialoogtafel heeft bijgedragen aan het door de partijen succesvol gezamenlijk instellen van de waardevermeerderingsregeling en maatregelen voor de leefbaarheid, alsook aan de oprichting van het CVW en de NCG. De onderzoekers concluderen dat in de toekomst behoefte blijft bestaan aan een overleg van bestuurders en maatschappelijke organisaties, maar dat daarbij wel sprake is van een nieuwe fase die vraagt om een nieuwe vormgeving van de Dialoogtafel.

De evaluatie en de komst van de NCG was voor de Dialoogtafel aanleiding om zich anders te gaan organiseren. De NCG heeft als taak om door middel van het voeren van publieke regie te komen tot een integrale en gedragen aanpak voor het aardbevingsgebied. De dialoog met zowel bestuurders als maatschappelijke organisaties is hiervoor van groot belang.

Met de komst van de NCG hebben de bestuurlijke partijen die zitting hadden aan de Dialoogtafel (Rijk, provincie en gemeenten) plaats genomen in een bestuurlijke stuurgroep. De NCG is met bewoners- en maatschappelijke organisaties in gesprek over de inrichting van een maatschappelijke stuurgroep waarin gesproken zal worden over het meerjarenprogramma.

Rapportage Onafhankelijk Raadsman

De Onafhankelijk Raadsman is sinds april 2013 het centrale meldpunt voor klachten over de afhandeling van schadeclaims door NAM en het CVW. Het gaat bij die claims uitsluitend om schade door aardbevingen als gevolg van gaswinning in Groningen.

Op 3 september jl. heeft de Onafhankelijk Raadsman zijn halfjaarrapportage 2015 aan mij aangeboden (bijlage 54). In deze rapportage brengt de Raadsman verslag uit van de meldingen en klachten die bij hem zijn binnengekomen in de eerste zeven maanden van 2015. Als belangrijkste bron van problemen bij de gemelde klachten noemt de Raadsman de communicatie met NAM en de langlopende complexe zaken die NAM nog moet afronden. NAM heeft toegezegd deze complexe zaken voor het einde van het jaar af te ronden. Een groot aantal zaken wordt momenteel vanuit NAM naar het CVW overgeheveld. Eén van de doelen daarvan is dat de communicatie met de bewoner verbetert.

De Onafhankelijk Raadsman geeft in zijn rapportage aan zich ook te willen gaan inzetten voor bewoners die te maken krijgen met het versterkingsprogramma. Ik heb in dat kader aan de NCG gevraagd om te kijken naar de toekomstige invulling van de ombudsfunctie en daarover verslag uit te brengen in het meerjarenprogramma.

Second opinion TNO/Arup

Op 13 juli 2015 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de second opinion van TNO in samenwerking met Arup op het onderzoek van het bureau Van Rossum naar de versterkingsopgave in het aardbevingsgebied (Kamerstuk 34 000, nr. 153). Per abuis is het rapport van TNO en Arup toen niet meegestuurd. Bijgaand treft uw Kamer dit rapport alsnog aan (bijlage 65).

Tot slot

Op 1 juli 2015 is de NCG ingesteld. De NCG stelt de bovengrondse aanpak op en voert de regie om samen met bestuurders en maatschappelijke organisaties te komen tot een integrale aanpak. De NCG betrekt zowel bewoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven als overheidspartijen en zorgt daarbij dat de bovengrondse aanpak samenhangt met het beleid van gemeenten, provincie en Rijk. Dit is conform de afspraken in het aanvullend bestuursakkoord van februari jl.

Met de komst van de NCG is een nieuwe weg ingeslagen om samen met alle overheden, maatschappelijke organisaties, bestuurders, bedrijven en de inwoners zelf te komen tot een concrete en daadkrachtige aanpak van de problemen die het gebied als gevolg van de gaswinning heeft. Met de consultatie van het meerjarenprogramma zal aan alle bestuurders en inwoners van Groningen de kans geboden worden om mee te denken over een succesvolle aanpak. Een breed gedragen programma dat bijdraagt aan de veiligheid van de Groningers is voor mij leidend in de aanpak van de problematiek in Groningen.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
5

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.