Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33529 nr. 1380 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 33529 nr. 1380 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over twee uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 12 juni 2026.1 Het gaat om beroepsprocedures die de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) heeft aangespannen over heffingen voor de schadeafhandeling in Groningen.2
Uitspraken over heffingen aan NAM
Deze bestuursrechtelijke uitspraken gaan over de heffingsbesluiten waarmee kosten voor de schadeafhandeling in Groningen zijn doorbelast aan NAM op grond van de Tijdelijke wet Groningen. De rechtbank heeft beoordeeld of deze kosten terecht aan NAM zijn doorbelast. Daartoe heeft de rechtbank geoordeeld of het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden is gebleven binnen de kaders die de Tijdelijke wet Groningen daarvoor stelt. Afzonderlijke schadebesluiten van bewoners waren hierbij geen onderwerp van geschil.
Dit zijn de eerste inhoudelijke rechterlijke uitspraken over heffingen die op grond van de Tijdelijke wet Groningen aan NAM zijn opgelegd. De uitspraak over fysieke schade ziet op de heffingen over het derde en vierde kwartaal van 2020 van circa € 268 miljoen. De uitspraak over waardedaling ziet op de heffingen over het vierde kwartaal van 2020 en geheel 2021 van samen circa € 494 miljoen.
In de uitspraak over fysieke schade over 2020 is de Minister in het gelijk gesteld over de kosten die in aanmerking komen en de manier van schadeberekening.
In de uitspraak over waardedaling over 2020 en 2021 is de berekeningswijze van waardedaling voor reeds verkochte woningen en verhuurde woningen en de onzekerheidstoeslag bevestigd. Voor onverkochte woningen wordt de mogelijkheid geboden om de berekeningswijze aan te passen, uitgaande van een andere peildatum. Deze uitspraak heeft geen gevolgen voor de bewoners.
Toelichting op de uitspraken
Fysieke schade 2020
In de procedure over fysieke schade over het derde en vierde kwartaal van 2020 heeft de rechtbank het beroep van NAM ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat de kosten terecht zijn doorbelast, omdat het IMG bij de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden was gebleven binnen de kaders die de Tijdelijke wet Groningen daarvoor stelt. Hieronder valt ook het civiele aansprakelijkheidsrecht.
De rechtbank heeft alle beroepsgronden van NAM verworpen. De belangrijkste daarvan betreft het gebied waarbinnen het IMG het wettelijke bewijsvermoeden voor mijnbouwschade uit artikel 6:177a BW heeft toegepast. De rechtbank heeft in deze uitspraak geoordeeld dat het IMG het gebied niet te ruim heeft afgebakend. De rechtbank heeft ook de overige beroepsgronden van NAM verworpen.3
De uitspraak van de rechtbank en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen zijn ook van belang voor de latere heffingsbesluiten die vanaf 2020 zijn en nog worden opgelegd.
Waardedaling 2020 en 2021
In de procedure over waardedaling 2020 en 2021 heeft de rechtbank het beroep van NAM op onderdelen gegrond verklaard. In de uitspraak heeft de rechtbank eerst geoordeeld dat de wijze waarop het IMG de waardedaling heeft vergoed voor woningen in het aardbevingsgebied die zijn verkocht, past binnen de kaders van de Tijdelijke wet Groningen en dus niet het civiele aansprakelijkheidsrecht te buiten gaat. Dit geldt zowel voor de afbakening van het gebied waar waardedaling is opgetreden als de wijze waarop die waardedaling vervolgens per individuele woning is begroot met toepassing van het Atlas-model en een onzekerheidstoeslag.
De gegrondverklaring ziet specifiek op de doorbelasting van kosten voor waardedalingsvergoedingen voor onverkochte woningen en de motivering daarvan in de beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze kosten niet aan NAM kunnen worden doorbelast voor zover de waardedaling is berekend met als peildatum 1 januari 2019, omdat de waardedaling nog niet voldoende stabiel was. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd en mij opgedragen een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van NAM.
Vervolg
Beide partijen kunnen binnen 6 weken na deze uitspraken van de bestuursrechter in hoger beroep gaan bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Na verdere bestudering van deze uitspraken zal ik bepalen of, en zo ja welke, vervolgstappen aan de orde zijn. Ik zal uw Kamer vóór Prinsjesdag 2026 in een voortgangsbrief over de juridische procedures met NAM, Shell en ExxonMobil hierover informeren.
Tot slot hecht ik eraan te benadrukken dat, zoals ook mijn voorgangers hebben onderstreept, de juridische procedures van de Staat met NAM, Shell en ExxonMobil geen enkel effect hebben op de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. De afhandeling van schade en de versterking van gebouwen gaan onverminderd door, onafhankelijk van het verloop en de uitkomst van deze juridische procedures.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma
Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2290
Rechtbank Noord-Nederland 12 juni 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:2286
Uw Kamer is eerder geïnformeerd over het bredere geheel van lopende juridische procedures over de kosten van schadeafhandeling en versterking in Groningen, waaronder procedures waarbij naast NAM ook Shell en ExxonMobil betrokken zijn (Kamerstukken II 2025/26, 33 529, nr. 1369).
Dit betreft onder meer de maatstaf van het IMG voor weerlegging van het bewijsvermoeden en hoe het IMG die in de praktijk heeft toegepast. Ook andere beroepsgronden, zoals over het calculatiemodel, de toepassing van leerstukken zoals eigen schuld, en het beroep van NAM op de bescherming van haar eigendomsrecht zoals bepaald in artikel 1 Eerste Protocol van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), zijn afgewezen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-33529-1380.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.