33 529 Gaswinning

Nr. 1376 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 mei 2026

De hersteloperatie in Groningen en Noord-Drenthe vraagt om blijvende aandacht, daadkracht en betrokkenheid van de overheid. Dit ziet op heldere communicatie, luisteren naar de wensen en behoeften van bewoners en met elkaar de juiste balans tussen snelheid, kwaliteit en comfort vinden. Bewoners hebben recht op duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten en op een overheid die haar beloftes nakomt.

Tegelijkertijd zijn wij op zoek naar rust in de hersteloperatie. Continuïteit in de uitvoering is in het belang van de bewoners en dat staat voor mij voorop. Mede om die reden is een regeringscommissaris aangesteld die zich de komende jaren kan focussen op voortgang en samenwerking met én in de regio. Met deze brief informeer ik uw Kamer over de voortgang van de versterkingsopgave en de stand van zaken rondom een aantal verschillende onderwerpen.

Situatie Schipsloot

Tijdens de behandeling van het begrotingsonderdeel Groningen op 26 januari jl. hebben leden van uw Kamer aandacht gevraagd voor het verloop van de versterkingsoperatie aan de Schipsloot en Middenstraat in Loppersum en deze ontwikkelingen te duiden. De Schipsloot en de Middenstraat in Loppersum zijn in 2022 gestart in hetzelfde zogenaamde uitvoeringscluster. De noodzakelijke versterkingsmaatregelen voor de vrijstaande woningen aan de Middenstraat bleken zwaarder dan voor de Schipsloot. Omdat hierdoor de noodzakelijke werkzaamheden en doorlooptijden verschoven ten opzichte van de Schipsloot is binnen het cluster een knip doorgevoerd zodat het proces van de Schipsloot ongewijzigd door kon lopen.

In de Middenstraat zouden 20 van de 25 particuliere vrijstaande woningen gesloopt worden en herbouwd. Voor de overige 5 woningen gold een versterkingsopgave. Bij de nadere analyse in het kader van onaanvaardbare verschillen en uitvoerbaarheid is de afweging gemaakt om sloop/nieuwbouw ook aan de resterende 5 woningen aan te bieden.

Voor de Schipsloot wordt hetzelfde vastgestelde proces gevolgd als voor de Middenstraat: nadat de benodigde informatie beschikbaar is gekomen, wordt ook hier per adres de scenarioafweging gemaakt. Als hieruit naar voren komt dat binnen de Schipsloot grote verschillen ontstaan tussen de woningen, bijvoorbeeld doordat bij een gedeelte sprake is van sloop-nieuwbouw, dan zal met behulp van de routekaart naar de ontstane verschillen worden gekeken.

Ik betreur ten zeerste de ontstane onduidelijkheid en onrust als gevolg hiervan. De Nationaal Coördinator Groningen (NCG) heeft ook erkend dat de communicatie beter had gemoeten. Zo had er meer duidelijkheid moeten worden gegeven over het opsplitsen van het cluster én hadden bewoners nooit via-via moeten vernemen over de aanpak van verschillen bij hen in de buurt.

Verhoging forfaitair bedrag Zelf Aangebrachte Voorziening (ZAV)

In de eerste suppletoire begroting van BZK is aangekondigd dat het standaardbedrag voor de vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV) verhoogd wordt.1 Dit is het bedrag dat huurders in de versterkingsopgave kunnen ontvangen voor zaken die zij zelf in hun huurwoning hebben aangebracht en die door de versterking verloren gaan, zoals bijvoorbeeld een zonwering. Op basis van de gemiddelde waarde van verloren zelf aangebrachte voorzieningen, wordt het bedrag verhoogd van € 3.000,– naar € 6.500,–.

De verhoging gaat in zodra het bedrag in de Regeling Tijdelijke wet Groningen is gewijzigd. Deze wijziging in de Regeling gaat gelijktijdig in met de gewijzigde (Tijdelijke) wet Groningen. De verhoging van de vergoeding zal met terugwerkende kracht worden uitgevoerd: bewoners die eerder een lager bedrag hebben ontvangen dan 6.500 euro, krijgen automatisch een verhoogde uitkering van NCG. Hiernaast blijft de mogelijkheid bestaan om een ZAV-vergoeding te krijgen op basis van de daadwerkelijke kosten van de zelf aangebrachte voorzieningen, op basis van een taxatierapport.

Voortgang casuïstiek versterking

Afgelopen jaar is NCG gestart met een programmatische aanpak om in de toekomst beter grip te hebben op het ontstaan en oplossen van complexe gevallen. Per eind maart is voor de adressen die uit de eerste verdiepende analyse naar voren zijn komen met nagenoeg alle bewoners overleg geweest over de mogelijke oplossingsrichtingen. Dit kwartaal wordt op identieke wijze de adressen uit de vervolganalyse opgepakt. Daarmee zijn de nu bekende adressen inzichtelijk en wordt de uitvoering nauwlettend gevolgd middels een maandelijkse, interne voortgangscontrole. Parallel gaat gewerkt worden aan een risico gestuurde aanpak door bijv. díe adressen tegen het licht te houden die te lang in een uitvoeringsfase zitten.

Ik vind het belangrijk dat er voor bewoners met langlopende problemen snel een oplossing komt. Het werk dat mijn ambtsvoorganger hierop verricht heeft, zet ik voort. Hierbij zet ik in op het optimaliseren van bestaande processen, werkwijzen en beleid. Ik zal uw Kamer hierover periodiek informeren. Hiermee geef ik ook invulling aan de motie-Teunissen c.s.2.

Invloed tijdelijke huisvesting op huurmarkt

Tijdens de behandeling van het begrotingsonderdeel Groningen op 26 januari jl. heeft mijn voorganger toegezegd om terug te komen op mogelijk hoge huren door wisselwoningen.3 Ten aanzien van tijdelijke huisvesting (THV) geldt dat een bewoner in de versterkingsopgave van NCG kan kiezen om THV via NCG of de woningbouwcorporatie te laten verlopen of om zelf een tijdelijke woonruimte te zoeken. Indien een bewoner zelf THV regelt, is hier een standaard vergoeding van € 3.207 per maand voor beschikbaar.

Ik constateer een aantal zaken met betrekking tot de ontwikkelingen op de huurmarkt:

  • Op dit moment wordt er een beperkt aantal woningen voor vrije verhuur aangeboden in Groningen (Ommelanden). Het beperkte aantal, helemaal in vergelijking met de door de NCG en Woningcorporaties gerealiseerde THV-aanbod, maakt dat het onwaarschijnlijk is dat er een causaal verband is tussen THV en stijgende huurprijzen.

  • Daarbij valt op dat er een relatief groot aantal panden wordt aangeboden via bemiddelaars voor arbeidsmigranten in de Eemshaven en Delfzijl, wat daarmee een grotere invloed lijkt te hebben dan THV.

  • En als Groningen wordt vergeleken met de andere noordelijke provincies, lijkt er ook geen effect van de THV: in de Ommelanden steeg de huurprijs per vierkante meter in het eerste kwartaal van 2025 met 6,9%. In Friesland was dat 10,1% en in Drenthe 20,8%4

Ik zie hiermee geen reden tot een diepgravend onderzoek naar een mogelijk prijsopdrijvend effect door wisselwoningen.

Reactie Brandbrief

De vaste Kamercommissie van BZK heeft mij op 5 maart jl. ook verzocht te reageren op de brief over «Brandbrief m.b.t. structureel onhoudbare uitvoeringskosten bij schadeafhandeling in aardbevingsgebied door gaswinning». In deze bewonersbrief worden zorgen geuit over de uitvoeringskosten bij de schadeafhandeling en versterken.

Ik wil benadrukken dat het kabinet het van belang vindt om de uitvoeringskosten zo laag mogelijk te houden en procedures zo makkelijk en efficiënt mogelijk te maken. Wel merk ik op dat in 2023 de uitvoeringskosten van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) met € 0,78 uitzonderlijk hoog en daardoor niet representatief waren. Dit was namelijk het gevolg van de pauzering van de schadeaanvragen in afwachting van de nieuwe, verruimde schademaatregelen.

De gemiddelde uitvoeringskosten van de schadeafhandeling lagen in afgelopen jaren (2024 en 2025) fors lager met respectievelijk € 0,39 en € 0,47 per uitgekeerde euro schadevergoeding. Deze daling was mede het gevolg van het afronden van de gepauzeerde aanvragen wat leidde tot meer besluiten en een hoger uitgekeerd bedrag. Maar ook de introductie van de forfaitaire regelingen, waarbij sneller tot uitkering van een door de bewoner gekozen vaste schadevergoeding gekomen wordt, droeg bij aan een daling van de kosten. Met de ontwikkeling van nieuwe schaderegelingen kunnen bewoners inmiddels kiezen om hun schade af te handelen zonder onderzoek naar de schadeoorzaak. Dit kan door gebruik te maken van daadwerkelijk herstel tot € 60.000 of van verschillende forfaitaire schaderegelingen.

In lijn met het beleid van mijn voorganger blijf ik de komende jaren de ontwikkeling van de uitvoeringskosten monitoren op basis van het Jaarverslag van het IMG en hetgeen daarover gerapporteerd wordt in de Staat van Groningen en Noord-Drenthe. Wel merk ik op dat voorop staat dat lagere uitvoeringskosten nooit ten koste mogen gaan van de schadeafhandeling. Het IMG heeft in 2024 en 2025 met de implementatie van de nieuwe schadeafhandeling het persoonlijk contact juist geïntensiveerd, bijvoorbeeld middels het Serviceloket en de steunpunten, en de persoonlijke benadering en begeleiding van aanvragers bij daadwerkelijk herstel. Dit betekent niet altijd lagere kosten maar wel dat het IMG de aanvrager steeds meer centraal stelt: dit past bij de beweging naar een mildere, menselijkere en makkelijkere schadeafhandeling.

De voorbeelden die worden genoemd in de brief (zoals de 3D scan) zien niet zozeer op de schadeafhandeling (door het IMG) maar op de versterkingsopgave in Groningen, uitgevoerd door de NCG. Ook daarvoor geldt dat de focus wat mij betreft ligt op bewoners zodat zij in het aardbevingsgebied van Groningen veilig kunnen wonen en werken. NCG geeft daarbij aan dat het opnieuw uitvoeren van een 3D-scan slechts bij uitzondering voorkomt, bijvoorbeeld als er sprake is van gewijzigde inzichten, normering of de noodzaak tot aanvullend onderzoek. Het is gelet op mijn rol niet passend om in deze brief in te gaan op de genoemde specifieke situatie genoemd in de brief, maar ik heb NCG gevraagd deze situatie op te pakken en tot een bevredigende oplossing te brengen.

Actualisatie Erfgoedprogramma 2026–2028

In Nij Begun heeft het kabinet aangegeven dat het Erfgoedprogramma, dat eind 2023 zou aflopen, wordt verlengd tot en met 2028. Hiervoor is destijds € 73 mln extra beschikbaar gesteld. Sinds 2017 werken het Rijk, provincie Groningen en gemeenten in het aardbevingsgebied door middel van het Erfgoedprogramma samen aan het behouden, versterken en ontwikkelen van het Groninger erfgoed. Het doel van het Erfgoedprogramma is om het Groningse erfgoed en het landschap te behouden en te verbeteren. Daarbij staat het uitgangspunt centraal dat het gebouwde erfgoed onlosmakelijk is verbonden met haar omgeving en het cultuurhistorisch landschap. Het erfgoed vormt een wezenlijk onderdeel van de Groninger gebiedsidentiteit.

Ik bied uw Kamer hierbij, mede namens de Minister van OCW, de actualisatie van het Erfgoedprogramma voor de periode 2026–2028 aan. Deze actualisatie van het Erfgoedprogramma is opgesteld in samenwerking met alle partners in het programma en is afgestemd met samenwerkingspartners, zoals het Erfgoedberaad en het Atelier Regiobouwmeester van de NCG. Inwoners hebben input kunnen leveren via een enquête.

In deze actualisatie zijn onder andere de extra middelen uit Nij Begun verwerkt en is rekening gehouden met recente ontwikkelingen, zoals de Agenda voor Herstel en de toetreding van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) tot het Erfgoedprogramma. Daarnaast wordt de samenwerking met het Agroprogramma en het Atelier Regiobouwmeester van de NCG geïntensiveerd. Ook draagt het programma bij aan het behoud en de doorontwikkeling van het landschap, de ruimtelijke kwaliteit en gebiedsidentiteit van Groningen. Verder zal de komende jaren worden gekeken hoe de Sociale en Economische Agenda’s kunnen bijdragen aan het behoud en de verdere ontwikkeling van het Gronings erfgoed en haar identiteit. Zo speelt in de Sociale Agenda erfgoed een verbindende rol door de geschiedenis van Groningen zichtbaar en beleefbaar te maken en zo verleden, heden en toekomst met elkaar te verbinden. Raakvlakken met de Economische Agenda worden met name gezien op het gebied van herbestemming in relatie tot de vrijetijdseconomie en kennisontwikkeling en vakmanschap.

Het geactualiseerde programma bouwt voort op bestaande programmalijnen en introduceert vier focusthema’s:

  • Integrale aanpak schadeherstel en versterken;

  • Duurzaam behoud van agrarisch erfgoed;

  • Kennisontwikkeling en -borging;

  • Erfgoed van de toekomst en gaswinning.

Aan de hand van de bestaande programmalijnen en bovenstaande focusthema’s wordt een basis gelegd voor blijvende samenwerking, waarbij succesvolle instrumenten en werkwijzen voor het behoud van Gronings erfgoed ook buiten de grenzen van het programma als voorbeeld kunnen dienen.

Voortgang pilot IAE en reactie op het boek «Zorgvuldig onveilig»

Na het terugtrekken van het bestuur van de Vereniging Groninger Monument Eigenaren (VGME) uit de pilot, hebben de stuurgroepleden van de pilot Integrale Aanpak Erfgoed besloten om door te gaan met de pilot. Hierbij is het uitgangspunt dat de eigenaar centraal staat. Op basis van gesprekken met de eigenaar wordt bepaald wat het beste pad is voor hun integrale project. Hierbij zullen de uitgangspunten van de pilot overeind blijven en de eigenaren nog altijd zelf regie houden, indien eigenaren dat zelf willen en dat voor hen de beste oplossing is. Hiermee geef ik invulling aan de motie-Beckerman c.s.5.

Daarnaast heeft de vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken mij op 5 maart jl. verzocht om een reactie op het boek «zorgvuldig onveilig» van Dhr. Kremer, voorzitter van de VGME, dat zij op 9 februari jl. hebben ontvangen. Met belangstelling heb ik kennisgenomen hiervan. In zijn boek benoemt de heer Kremer drie concrete alternatieven die volgens hem passen binnen het kader van de Tijdelijke wet Groningen: 1) decentrale uitvoering met vaste begeleidingsteams die een pand integraal begeleiden van opname tot uitvoering; 2) sterkere eigen regie voor eigenaren; en 3) verschuiving van zware voorafgaande controle naar verantwoording achteraf. Op deze voorstellen ga ik hieronder kort in.

Ten aanzien van het eerste en tweede punt zijn de afgelopen jaren al stappen gezet. Met het Werkproces Versterken Erfgoed van NCG krijgen monumenteigenaren de mogelijkheid voor een integrale aanpak waarbij versterking, restauratie en schadeherstel waar mogelijk in samenhang worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen eigenaren via het traject Eigen Beheer bij NCG de volledige versterking van hun woning van opname tot uitvoering in eigen regie uitvoeren. Ook wordt via de Agenda voor Herstel actief ingezet op betere samenwerking tussen BZK, IMG, NCG, de provincie Groningen en de vijf versterkingsgemeenten om inwoners beter te ondersteunen.

Voor het derde punt geldt dat door aan de voorkant een gedegen versterkingsplan op te stellen, voorkomen wordt dat er achteraf discussie ontstaat of dat bewoners een tweede keer door het ingrijpende proces van versterking moeten. Tegelijkertijd streef ik ernaar de controle- en juridische procedures zo beperkt mogelijk te houden.

De analyse dat bewoners nog steeds lang wachten op de versterking, en dat tijd in dit dossier zelf een vorm van schade is, onderschrijf ik. Tegelijkertijd verschil ik van inzicht over de conclusie dat een substantiële systeemwijziging de aangewezen weg is voor versnelling. Uit het verleden blijkt dat fundamentele beleidswijzigingen juist voornamelijk tot vertraging leiden.

Reactie brief omtrent werkwijze IMG

In de procedurevergadering van 16 april jl. heeft de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken mij verzocht om een reactie op de brief «Reactie m.b.t. werkwijze IMG en beleid rond Nij Begun», d.d. 23 maart 2026.

Zoals bekend is het voor mij niet mogelijk om in de openbaarheid nader in te gaan op de details van individuele casuïstiek. Ook gelet op de verhouding tussen politiek en uitvoering past mij hierin enige terughoudendheid. Vanwege de samenhang van de brief in kwestie met de wisseling in het debat van 8 april jl. over beslistermijnen, kan ik hier wel op een aantal algemene zaken ingaan.

In de eerste plaats acht ik het van belang dat IMG – en uiteraard ook NCG – soepel en coulant zijn in de beslistermijnen die zij hanteren voor bewoners. Ik heb de motie die o.a. hiertoe oproept dan ook Oordeel Kamer gegeven.6 Het IMG gaat reeds coulant met termijnen om. Zo wordt inwoners die aangeven daaraan behoefte te hebben een langere termijn geboden om een zienswijze in te dienen dan wel een keuze te maken en biedt het IMG bewoners twee keer zo veel tijd om een bezwaar te maken als wettelijk is voorgeschreven. Deze termijnen zijn van belang enerzijds om bewoners voldoende tijd voor hun afweging te geven, maar anderzijds ook om te borgen dat het proces voor verschillende bewoners gelijkwaardig en rechtvaardig verloopt.

Een aanvullende complicatie waar de brief aan raakt, is de samenhang met het aanbod dat het IMG in 2023 heeft gedaan aan bewoners met langlopende aanvragen in een bezwaarprocedure.7 Dit betrof een tijdelijke werkwijze van IMG voor een groep van ca. 3.000 gedupeerden. Onderdeel hiervan was dat deze bewoners konden kiezen voor een financiële vergoeding op basis van het aantal opgenomen schades, zonder onderzoek naar de schadeoorzaak.

Dit aanbod was bedoeld om op korte termijn een schikking te kunnen treffen voor een afgebakende groep bewoners met (lang)lopende bezwaarprocedures, en was zeer ruim in vergelijking met de reguliere werkwijze van het IMG. Een tijdelijke ruimere werkwijze kan altijd tot frustratie leiden van bewoners die om wat voor reden dan ook (net) buiten de reikwijdte van deze regeling zijn gevallen. Juist daarom hanteert het IMG de kaders omtrent wie wel en niet in aanmerking komen voor deze werkwijze consistent, zodat bewoners gelijk beoordeeld worden.

Tot slot

De hersteloperatie in Groningen is en blijft een opgave die vraagt om zorgvuldigheid en oprechte betrokkenheid. Bewoners hebben te lang in onzekerheid geleefd en verdienen een overheid die niet alleen aankondigt, maar ook levert. Ik blijf me dan ook inzetten voor veilige woningen en een beter versterkingsproces, met meer aandacht en kwaliteit voor bewoners, zodat we hopelijk op termijn het vertrouwen in de overheid kunnen herstellen. Dat vertrouwen wordt niet gewonnen met woorden, maar met daden: door afspraken na te komen, bewoners serieus te nemen en knelpunten proactief op te lossen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, P.E. Heerma


X Noot
1

Kamerstuk 36 915 VII, nr. 2.

X Noot
2

Kamerstuk 33 529, nr. 1359.

X Noot
3

TZ202601-065.

X Noot
4

VGM & NVM Huurcijfers Q1 2025.

X Noot
5

Kamerstuk 33 529, nr. 1321.

X Noot
6

Kamerstuk 36 836, nr. 59.

X Noot
7

Uw Kamer is destijds over deze werkwijze geïnformeerd met Kamerstuk 33 529, nr. 1200.


X Noot
1

Kamerstuk 36 915 VII, nr. 2.

X Noot
2

Kamerstuk 33 529, nr. 1359.

X Noot
3

TZ202601-065.

X Noot
4

VGM & NVM Huurcijfers Q1 2025.

X Noot
5

Kamerstuk 33 529, nr. 1321.

X Noot
6

Kamerstuk 36 836, nr. 59.

X Noot
7

Uw Kamer is destijds over deze werkwijze geïnformeerd met Kamerstuk 33 529, nr. 1200.

Naar boven