Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433509 nr. 14

33 509 Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg, de Wet marktordening gezondheidszorg en de Zorgverzekeringswet (cliëntenrechten bij elektronische verwerking van gegevens)

Nr. 14 AMENDEMENT VAN HET LID LEIJTEN

Ontvangen 10 juni 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel II, onderdeel B, komt in artikel 15a het tweede lid te luiden:

  • 2. De in het eerste lid bedoelde toestemming betreft gespecificeerde toestemming voor het beschikbaar stellen van bepaalde gegevens aan bepaalde, door de cliënt aan te duiden zorgaanbieders.

II

In artikel II, onderdeel B, vervallen in artikel 15c de aanduiding «1.» en het tweede lid.

Toelichting

Met dit amendement wordt het voorgestelde artikel 15a van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg gewijzigd. In dat artikel wordt het mogelijk gemaakt dat cliënten naast specifieke toestemming tot het uitwisselen van patiëntgegevens, ook algemene toestemming kunnen geven tot het uitwisselen van patiëntgegevens. De gedachte is dat de cliënt met zijn toestemming eenmalig aangeeft dat diens gegevens opgenomen kunnen worden in het Landelijk Schakelpunt of een soortgelijk elektronisch uitwisselingssysteem. Dit is echter in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo). Doel van het amendement is daarom de mogelijkheid tot het geven van «algemene» toestemming te schrappen. Met dit amendement wordt geregeld dat een cliënt enkel toestemming kan geven voor het ter beschikking stellen van specifieke, dus expliciet benoemde (categorieën van) gegevens voor specifieke, dus expliciet benoemde zorgverleners.

Met het afgeven van een algemene toestemming weet de cliënt niet waar hij precies toestemming voor geeft, want met zijn toestemming wordt uitwisseling mogelijk gemaakt van allerlei medische gegevens door niet op voorhand benoemde of bekende (categorieën van) zorgverleners. Dat is onwenselijk. Toestemming op het moment van opvragen (het voorgestelde artikel 15b van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg) is hiervoor geen substituut. Daarnaast is het uitwisselen van gegevens, zonder dat bekend is wie inzage heeft tot die gegevens, een mogelijke schending van het medisch beroepsgeheim en daarmee in strijd met de Wgbo. Dit geldt ook voor de toestemmingsregistratie die door het voorgestelde artikel 15c, tweede lid, van de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg gedeeld kan worden met anderen; dit artikellid wordt om deze reden ook geschrapt.

Naast de wettelijke bezwaren tegen de mogelijkheid van een algemene toestemming is een dergelijke toestemming ook uitvoeringstechnisch een bezwaar. Bij de uitwisseling van medische gegevens geldt namelijk het «nee, tenzij» principe; gegevens mogen niet uitgewisseld worden tenzij de patiënt toestemming heeft gegeven om de gegevens wél uit te wisselen. Een algemene toestemming doorkruist dit principe.

Leijten