Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 juni 2013
Op verzoek van de Vaste Commissie voor VWS1 stuur ik u onderstaand mijn reactie op het rapport «Point-of-care testing in primary
care in the Netherlands» van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Het RIVM heeft dit verkennende onderzoek verricht op verzoek van de Inspectie voor
de Gezondheidszorg (IGZ).
Korte samenvatting rapport
Point-of-care (POC) testen zijn apparaten of teststrips die aan het bed van patiënten
of in de huisartsenpraktijk kunnen worden gebruikt om snel een diagnose te stellen.
Testen die veel gebruikt worden in de huisartsenpraktijk zijn bloedglucosemeters om
de bloedsuikerspiegel te meten, nitrietteststrips om urineweginfecties op te sporen
en hemoglobine testen om bloedarmoede aan te tonen. POC-testen worden steeds meer
gebruikt in huisartspraktijken. Er is echter weinig bekend over de manier waarop gebruikers
van de testen de bijbehorende patiëntveiligheidsaspecten beheren. Voor een goede en
veilige uitvoering van de testen is het van belang dat deze op een juiste manier worden
gebruikt. Het verkennende onderzoek van het RIVM laat zien dat er in de huisartspraktijken,
die mee hebben gedaan aan het onderzoek, voor sommige kwaliteitseisen onvoldoende aandacht is. Het RIVM constateert dat er niet altijd voldoende aandacht is
voor kwaliteitsbeheersing van de testen, bijvoorbeeld bij opslag, kalibratie en onderhoud.
Verder voert slechts de helft van de respondenten universele hygiënische maatregelen
uit, zoals het wassen van de handen voordat een bloedmonster wordt genomen. De kennis
over het gebruik van testen wordt niet actueel gehouden omdat er nauwelijks opfriscursussen
worden georganiseerd. Slechts enkele huisartsen melden het niet goed functioneren
van testen bij de fabrikant. Huisartsen zorgen er wel goed voor dat de monsters aan
de juiste patiënt worden gekoppeld (patiëntidentificatie). Ook wordt de benodigde
actie ondernomen als de testresultaten onduidelijk zijn. Dan wordt er bijvoorbeeld
een bloedmonster naar het klinische laboratorium gestuurd.
Het RIVM beveelt aan om de richtlijnen van huisartsen uit te breiden met betrekking
tot het gebruik van POC testen.
Mijn reactie
Doordat POC testen steeds vaker worden gebruikt in de huisartspraktijk vind ik het
in het kader van patiëntveiligheid nuttig om te onderzoeken hoe het gebruik van deze
testen in de praktijk plaatsvindt. Het onderzoek is uitgevoerd onder 750 huisartspraktijken.
Daarvan heeft 15% geparticipeerd in het onderzoek (n=111).
Omdat de response van het onderzoek laag was, namelijk 2,7% van de huisartsenpraktijken,
gelden de resultaten niet zondermeer voor de gehele Nederlandse huisartsenpopulatie.
Desondanks geven de resultaten van het onderzoek een signaal af, dat bruikbaar is
voor alle huisartsenpraktijken.
Het onderzoek levert nuttige aanknopingspunten op ter verbetering van de patiëntenzorg.
Bovendien geeft het rapport aanbevelingen aan huisartsen (en hun personeel) om zorgvuldiger
om te gaan met POC-testen en wèl te melden aan de fabrikant wanneer een test niet
goed functioneert. Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) en de Landelijke Huisartsen
Vereniging (LHV) spelen hierbij een belangrijke rol. Zij dienen in hun behandelrichtlijnen
expliciet in te gaan op het veilige gebruik van deze testen en de aanbevelingen uit
het rapport mee te nemen. In de onderhandelingen in Brussel over het voorstel voor
de verordening voor in-vitro diagnostica breng ik in dat de eisen aan post-market
surveillance door fabrikanten aangescherpt moeten worden. Daarmee hoop ik dat in de
toekomst dergelijke meldingen ook beter bij de fabrikant terecht komen, dan wel door
de fabrikant verzameld worden.
Er zijn mij daarnaast in het rapport twee zaken in het bijzonder opgevallen. Dat is ten eerste het niet of onvoldoende naleven van de algemene hygiëneregels.
Slechts een klein deel van de zorgverleners wast zijn handen of gebruikt handschoenen
bij het gebruik van een test. Dit terwijl hygiëne voor de patiëntveiligheid van groot
belang is. Het tweede punt dat me opviel is dat een kwart van de respondenten antibiotica
voorschrijft bij negatieve testresultaten (van de nitriettest om urineweginfecties
vast te stellen). Deze twee aandachtspunten dienen ook in de behandelrichtlijnen aan
bod te komen.
Zoals eerder al gesteld, betreft het hier slechts een klein verkennend onderzoek en
kunnen op grond daarvan geen conclusies worden getrokken over de zorg in zijn algemeenheid.
Ik zal het rapport onder de aandacht brengen van de NHG en de LHV zodat het rapport
een signalerende functie naar het veld vervult en het veilig gebruik van POC testen
nadrukkelijker aandacht krijgt in de huisartsenpraktijk.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E.I. Schippers