Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533495 nr. 69

33 495 Financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen

Nr. 69 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2015

Inleiding

In het overleg met de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 11 juni 2015 heb ik toegezegd u, vóór het geplande vervolg Algemeen Overleg op 17 juni 2015, te informeren over enkele onderwerpen met betrekking tot ROC Leiden. Het betreft de volgende onderwerpen:

  • 1. De scenario’s die ten grondslag liggen aan de drie opties die ik heb overwogen bij het oplossen van de problematiek bij ROC Leiden.

  • 2. Een uiteenzetting van de besteding van de financiële bijdrage van € 40 miljoen die ik ter beschikking wil stellen aan het ROC Leiden.

  • 3. Overzicht op hoofdlijnen van de besprekingen over ROC Leiden die mijn ambtenaren en ik hebben gevoerd met vertegenwoordigers van het ID College. Deze zienswijze is mondeling afgestemd met het ID College.

De scenario’s zijn uitgewerkt in deze brief. De uiteenzetting van de besteding van de financiële bijdrage van maximaal € 40 miljoen kunt u vinden in de uitwerking van scenario 3. Het overzicht hoofdlijnen van de besprekingen met het ID College is verwerkt in bijlage 11.

Voorafgaand aan de uitleg van de scenario’s ga ik in op de nieuwe overeenkomst over de huisvesting van ROC Leiden, die op 24 april jl. is gesloten. Het sluiten van deze overeenkomst en vooral de voorwaarden waaronder, heb ik immers betrokken bij mijn weging eind april jl. van de verschillende scenario’s. Vervolgens informeer ik u in bijlage 2 over de kredietfaciliteiten van ROC Leiden bij de banken en de uitwerking van de nieuwe overeenkomst over de huisvesting ROC Leiden2.

Uitwerking nieuwe overeenkomst huisvesting ROC Leiden

Zoals ik u eerder in de brieven van 13 februari en 1 mei jl. (Kamerstuk 33 495, nrs. 62 en 65) heb gemeld is ROC Leiden helaas in financiële problemen gekomen door verkeerde huisvestingsbeslissingen, hierdoor staat ROC Leiden sinds juli 2012 onder aangepast financieel toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. ROC Leiden heeft in 2011 een nieuwbouwpand betrokken in Leiden: Lammenschans. Deze nieuwbouw ging gepaard met zeer hoge investeringen en een complexe financiering hiervan. Bij de financiering zijn Green Real Estate, Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en ROC Leiden betrokken. BNG is een bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Onderwijsinstellingen zijn instellingen voor het maatschappelijk belang en kwalificeren als een van de «overheden» in de zin van artikel 2, lid 3 van de statuten van BNG. De financiering van onderwijsinstellingen past derhalve binnen de missie en de statutaire doelstelling van BNG Bank. Green Real Estate richt zich op de ontwikkeling, aankoop en het management van vastgoed. Na meerdere onderhandelingen in april 2015 met Green en BNG zijn op 24 april jl. de huisvestingscontracten aangepast. De substantiële wijzigingen in het contract zijn als volgt:

  • Per 1 augustus 2018 wordt het huurcontact voor het pand CS met Green beëindigd. Vanaf 2018 zal ROC Leiden goedkopere vervangende huurpanden zoeken, passend bij het nieuwe perspectief van de gemeenschap van mbo-colleges met ID-College. Hierdoor dalen ook op termijn de structurele huisvestingslasten voor ROC Leiden.

  • Vanaf 1 augustus 2016 wordt de kale huur van Lammenschans verlaagd van € 160 naar € 129,50 per vierkante meter. Hierdoor daalt de huur voor ROC Leiden vanaf medio 2016 met circa € 0,7 miljoen per jaar, ruim 20 procent van de oude huurprijs.

  • De huurtermijn van Lammenschans is met 15 jaar verlengd tot 2046.

  • De gemeente Leiden zal indien nodig vanuit haar publiekrechtelijke rol meedenken bij het vinden van passende vervangende onderwijshuisvesting voor het pand CS de komende periode. Dit kan helpen om na het aflopen van het huisvestingscontract van pand CS passende onderwijshuisvesting, voor een marktconforme prijs, te realiseren en daarmee de structurele verlaging van de huisvestingslasten te realiseren.

  • Tenslotte is ook de terugkoopplicht van het pand Lammenschans vervallen en conform de afspraken in de financieringsconstructie worden depots bij BNG overgedragen aan Green.

Concreet leiden deze aanpassingen vanaf medio 2016 geleidelijk tot een vermindering van de huisvestingslasten (huur- en verbruikskosten) voor ROC Leiden van € 11 miljoen per jaar nu naar circa € 7 miljoen per jaar in eind 2018 (inclusief vervangende huisvesting). Voor een verdere uitwerking van de nieuwe huisvestingsovereenkomst en de kredietfaciliteiten verwijs ik u naar bijlage 2.

Scenario’s

Hoewel een directe bestuursoverdracht aan ID College in februari nog de voor de hand liggende optie leek, bleek in de uitwerking dat er toch veel nadelen aan kleefden. Ik heb daarom met betrokken partijen (in het bijzonder ID College, ROC Leiden en gemeente Leiden) een aantal opties verkend om de ontstane problematiek op te lossen.

In de periode na de brief van 13 februari jl. heeft ROC Leiden verder onderhandeld met Green en BNG en is er intensief gesproken met alle betrokkenen. In de laatste weken van april werd de situatie van ROC Leiden zeer acuut. Er was sprake van een acuut liquiditeitsprobleem waarmee de betaling van de salarissen onder grote druk kwam te staan. OCW heeft toen een deel van de bekostiging, € 4 miljoen, vooruit betaald. De overname door ID College bleek gecompliceerd en de onzekerheid voor de studenten en docenten nam sterk toe. Voor mij staat steeds het belang van studenten en docenten bij continuïteit van (kwalitatief voldoende) onderwijs voorop. Geen van de scenario’s is daarbij op voorhand uitgesloten. Vanuit genoemde belangen vond en vind ik het urgent om tot een zo goed mogelijke keuze te komen.

Naast de betalingsproblemen en complicaties bij de mogelijke fusie met ID-college kwam uit het rapport van de Commissie Fusie Toets Onderwijs (CFTO) naar voren dat het beter zou zijn meer tijd te nemen om tot een fusie te komen. Zowel om de medezeggenschap beter te betrekken als om de andere instellingen in de regio te betrekken. Ik heb u dit rapport reeds toegezonden bij mijn brief van 1 mei jl.

Mede in dat licht heb ik met de Inspectie van het Onderwijs de voorliggende scenario’s gewisseld. De inspectie heeft eind april aangegeven het door mij voorgestelde scenario in de gegeven omstandigheden als meest realistische optie te beoordelen. Tegelijkertijd heeft de inspectie daarbij wel een aantal onzekerheden en afhankelijkheden geconstateerd. Het ambtsbericht kunt u vinden in bijlage 33.

De scenario’s bevatten op de eerste plaats de onvermijdelijke kosten, waarvan ik de onderbouwing zal toelichten. Op de tweede plaats zijn er al dan niet financiële risico’s die minder eenvoudig zijn te kwantificeren en die ook niet alleen bij de overheid of de mbo sector terecht komen, maar vooral bij de studenten en docenten. Voorbeelden hiervan zijn studievertraging en voortijdig schoolverlaten.

Scenario 1: (fusie van ROC Leiden en ID College op 1 mei 2015)

In onderstaande tabel kunt u de opbouw vinden van de kosten in het scenario van de bestuursoverdracht aan ID College zoals bij mij bekend toen ik mijn besluit nam. Deze opbouw telt op tot een totaal van € 140 miljoen en is in zijn geheel gebaseerd op informatie van het ID College, zie bijlage 44.

Toelichting

Om dit scenario goed te kunnen vergelijken met scenario 3 ga ik nog kort in op enkele cruciale elementen:

  • 1. ID College wilde niet een negatief eigen vermogen van € 32 miljoen van ROC Leiden overnemen omdat daardoor de financiële ratio’s van het nieuwe ROC te slecht zouden worden.

  • 2. ID College raamt een kwaliteitsimpuls van in totaal € 23 miljoen (€ 7 miljoen + € 16 miljoen) om de achterstanden in de kwaliteit van het onderwijs op te lossen. Dit zou bovenop de reguliere rijksbijdrage komen.

  • 3. ID College is uitgegaan van een snelle en volledige integratie van beide ROC’s en raamt hiervoor kosten van € 21 miljoen.

  • 4. ID College raamt ook een compensatie van € 14 miljoen voor de huurkosten in de periode tot de nieuwe afspraken met de verhuurder in werking treden. Eerder in deze brief heb ik de belangrijkste elementen van de nieuwe afspraken over de huisvesting toegelicht, met name dat de lasten in 2019 zijn gedaald naar een niveau dat gebruikelijk is in de sector mbo.

  • 5. De «niet gekwantificeerde risico’s» van € 50 miljoen bevatten voornamelijk huurgaranties voor voortgezet gebruik van beide panden (CS en Lammenschans) volgens de «oude» huisvestingsafspraken. Dit specifieke risico is na 24 april deels vervallen door de nieuwe afspraken met Green en BNG. ID College ging er nog van uit dat na een fusie ID/ROC Leiden na enkele jaren zowel de panden CS als Lammenschans zou verlaten en dat Green dan een claim zou indienen voor de misgelopen huuropbrengsten.

In bijlage 1 treft u op uw verzoek een schets aan van de contacten die er de afgelopen maanden met het ID-college zijn geweest. Uit deze schets blijkt dat het ID College in april een financiële raming heeft gepresenteerd waarin de kosten tot € 140 miljoen cumuleerden (€ 90 miljoen directe kosten en € 50 miljoen aan risico’s). Een dergelijke bedrag was irreëel. Ook als de huisvestingsafspraken van 24 april jl. in de overwegingen zouden zijn meegenomen, is het voorstel van het IDcollege niet reëel. Belangrijk aspect daarin is het feit dat alle potentiële risico’s bij OCW werden neergelegd. OCW kan ook niet langjarig garant staan voor risico’s en tegenvallers. De presentatie waarin dit bedrag gepresenteerd is door het ID College stuur ik mee bij deze brief, zie bijlage 4.

Scenario 2: Faillissement

Zoals ik ook in het Algemeen Overleg van 11 juni jl. heb aangegeven is faillissement voor mij een reële optie geweest. Faillissement is in principe een zuivere lijn die de verantwoordelijkheid legt bij de bestuurders en die ook een duidelijk signaal geeft aan de sector dat de kosten van bestuurlijk falen niet bij de samenleving kunnen worden gelegd. In dit geval zijn er vooral door de complexe huisvestingsituatie te grote risico’s voor de studenten en docenten en hoge kosten voor de belastingbetaler én voor de mbo-sector. Want het is de mbo- sector die zal opdraaien voor de wachtgeldgevolgen van een faillissement; zie het wettelijk kader in bijlage 5 waarin dit geschetst wordt. (Wachtgelden zijn werkloosheidsuitkeringen voor het onderwijspersoneel).

Voor wat betreft de risico’s voor studenten en docenten is belangrijk dat in een faillissement de regie bij de curator ligt die door de rechtbank wordt aangesteld. De regie ligt niet bij OCW én niet bij de instelling. De invloed die ik als stelselverantwoordelijke kan uitoefenen is daardoor nog beperkt. De curator handelt primair in het belang van de gezamenlijke schuldeisers. Hij is er om de boedel zo groot mogelijk te maken om daaruit zoveel mogelijk schuldeisers te voldoen. De curator behoort daarbij wel rekening te houden met maatschappelijke belangen, maar slechts voor zover dit niet ten koste van de boedel gaat. Dit betekent dat het handelen van de curator ten koste van het onderwijs kan gaan, bijvoorbeeld door het sluiten van (delen van) de school vóór het eind van het schooljaar of het ontslaan van personeel. Hoe dit in de praktijk vorm zal krijgen bij een grote onderwijsinstelling is onduidelijk; hier is nog geen ervaring mee opgedaan.

De transitie van studenten naar andere ROC’s is complex en riskant. Andere instellingen zijn niet voorbereid op deze grote instroom en het is vooraf zeker niet de regisseren dat (een deel van) de docenten mee kan naar een nieuwe onderwijsinstelling. Het is daarmee onzeker in hoeverre het faillissement «gecontroleerd» kan plaatsvinden5.

Hieronder is een tabel opgenomen die de kosten weergeeft bij een faillissement van ROC Leiden. Deze tabel zal in de toelichting daaronder puntsgewijs worden behandeld.

Toelichting

  • 1. In bijlage 5 is een inschatting te vinden van de wachtgeldgevolgen bij een faillissement van ROC Leiden6. De berekening van de genoemde € 55 miljoen is gebaseerd op werkelijke aantal fte bij ROC Leiden en op een aantal aannames. Ingeschat is dat personen van 57 jaar en ouder geen baan meer zullen vinden; het overige onderwijspersoneel van jonger dan 57 jaar wel (vanzelfsprekend gaat dit niet op voor alle docenten). Dit zou circa 175 fte (30% van het personeel betreffen). Dit zou betekenen dat deze personen gemiddeld 6 jaar lang circa € 50.000 aan wachtgeld zouden ontvangen. Daarmee komen de wachtgeldgevolgen in totaal op ongeveer € 55 miljoen. De gemaakte inschatting is gebaseerd op bij mij bekende gegevens over de arbeidsmarkt van docenten, zoals de bestanden van wachtgelduitkeringen voor de mbo-sector. In het primair onderwijs en het voorgezet onderwijs is een vergelijkbare trend zichtbaar. Wanneer ouder onderwijspersoneel eenmaal in het wachtgeld is gekomen, is het voor deze categorie weer moeilijk om een nieuwe baan te vinden. De docenten van ROC Leiden die door een faillissement zouden worden ontslagen kunnen niet direct overstappen naar de ROC’s die de voormalige studenten van ROC Leiden opvangen. Als andere instellingen het onderwijs voor studenten van ROC Leiden voortzetten na faillissement, zijn zij niet verplicht het personeel van ROC Leiden over te nemen. Na faillissement is het aan de overnemende instelling zelf om geschikt personeel in dienst te nemen voor de extra onderwijsactiviteiten. Dit kunnen docenten van ROC Leiden zijn, maar dit hoeft niet. Er is geen verplichting. In bijlage 5 kunt u zien dat de totale wachtgeldgevolgen nog veel hoger (circa € 90 miljoen) zouden kunnen uitvallen.

  • 2. Studenten moeten na faillissement van ROC Leiden hun studie voortzetten bij een ander ROC. Ook zal bij andere ROC’s de instroom van «nieuwe» studenten sterk toenemen. Dat betekent voor ROC’s in Leiden en omgeving een extra instroom van circa 9.000 studenten. Zij ontvangen dan met ingang van 1 augustus de rijksbijdrage die OCW voor deze studenten verstrekt. Vanzelfsprekend krijgt ROC Leiden die rijksbijdrage dan niet meer. Daarmee is een deel van de reguliere kosten gedekt. De transitiekosten echter niet. De opgave om circa 9.000 studenten acuut elders onderwijs geven brengt extra belasting met zich mee voor (aanvullende) huisvesting en personeel. De «opnemende» ROC’s zullen gefaciliteerd moeten worden in dit proces. Van belang is dat dit proces zo soepel mogelijk verloopt en studenten binnen een redelijke afstand van hun woonplaats een opleiding kunnen voortzetten of starten.

    De extra kosten van de transitie zijn in aanvulling op de rijksbijdrage die de «opnemende» ROC’s voor deze studenten ontvangen op € 12 miljoen ingeschat:

    • Procesmanagement, voorlichting aan studenten, individuele ondersteuning. Snelle inhuur van externe partijen, circa € 3 miljoen

    • Fysieke overdracht van studentendossiers circa € 1 miljoen (incl. ICT)

    • Tijdelijke huisvesting (huur kantoorgebouwen, zalen etc.) ingeschat op € 750 per student oftewel € 6 miljoen

    • Inzet extra personeel door ROC’s circa € 2 miljoen.

    Het is aan de curator om te beslissen of deze het onderwijs wil voortzetten nadat het faillissement is uitgesproken. Voortzetting voor een overbruggingsperiode van enkele weken cq maanden zou wenselijk zijn zodat bijvoorbeeld examens nog plaats kunnen vinden. De curator zal dit echter alleen doen als dit niet ten laste komt van de boedel. Hij zal daarom de garantie willen dat OCW in die periode een bedrag dat gelijk is aan de lumpsum betaalt. Daarnaast heeft ROC Leiden al een voorschot op de lumpsum ontvangen (€ 4 miljoen, in januari 2015) en heeft OCW zich garant gesteld voor een krediet van BNG (€ 8,8 miljoen, in februari 2015). Beide zijn toegekend om te voorzien in acute liquiditeitsproblemen. Het totaalbedrag van circa € 13 miljoen zal bij faillissement niet meer verrekend kunnen worden en hiervoor zal OCW schuldeiser in het faillissement zijn.

  • 3. Tenslotte zijn er ook altijd risico’s in een proces van faillissement die niet op dit moment zijn te kwantificeren. Het totale bedrag wat gemoeid is met een faillissement kan daardoor nog boven de € 80 miljoen uitkomen.

    Naast bijvoorbeeld achterstallige betalingen van belasting en premies die niet uit de failliete boedel betaald kunnen worden, gaat het hier om maatschappelijke kosten die op voorhand niet goed zijn te kwantificeren. Zo bestaat het risico dat het studieproces van een groot aantal studenten wordt verstoord. Wellicht kunnen deze studenten niet direct hun opleiding afronden of bijvoorbeeld geen geplande examens meer maken. Dit kan leiden tot studievertraging of zelfs uitval. Ook is de vraag of opnemende ROC’s direct na de zomer de studenten van ROC Leiden de noodzakelijke kwaliteitsimpuls kunnen geven. Al deze zaken kunnen tot aanvullende maatschappelijke lasten leiden.

Scenario 3: Doorstart ROC Leiden

De kern van dit scenario is dat ROC Leiden voorlopig zelfstandig blijft, maar in nauwe samenwerking met het ID College, toewerkt naar een gemeenschap van mbo colleges met ID College. We voorkomen dat er op korte termijn een te grote financiële druk op het ID College komt te staan. Daarnaast creëren we voldoende tijd, zoals de CFTO heeft geadviseerd, voor het betrekken van studenten en docenten (van ROC leiden én ID College) bij de vormgeving van mbo colleges. De praktische uitvoering van de integratie kan stapsgewijze worden uitgevoerd. Ook is er tijd om met andere ROC’s, regionale overheden en het regionaal bedrijfsleven afspraken te maken over een macrodoelmatig aanbod van mbo onderwijs in de regio Leiden7.

Ook in dit scenario moet ROC Leiden echter eerst de financiële huishouding op orde brengen zodat er voldoende geld is voor met name het betalen van de salarissen van de benodigde docenten die goed onderwijs kunnen verzorgen. Daarvoor is uiteindelijk mijn financiële bijdrage van (maximaal) € 40 miljoen bestemd. De financiële situatie is zo acuut dat ik een deel van de bijdragen, namelijk het bedrag van € 18 miljoen, al deze maand wil verstrekken.

Hieronder kunt u een tabel vinden die de kosten weergeeft bij een doorstart van ROC Leiden, met als perspectief op langere termijn een samenwerking met ID College aan te gaan teneinde tot gemeenschap van mbo colleges te komen.

Toelichting

  • 1. Het ROC moet vóór 1 juli circa € 18 miljoen aan openstaande rekeningen betalen en tijdelijke noodkredieten bij banken aflossen. Zoals bekend is het ROC Leiden in problemen gekomen door exploitatietekorten. Omdat wel de salarissen van onderwijspersoneel moesten worden betaald en ook de aanschaf van bijvoorbeeld leermiddelen zijn de schulden sterk opgelopen. Als de openstaande rekeningen niet worden voldaan, is er geen geld voor het betalen van de salarissen van onderwijspersoneel en ontstaat een faillissement. Daarnaast ontvangt ROC Leiden een kredietfaciliteit bij de schatkist zoals bij vele andere instellingen, waarmee tijdelijke liquiditeitstekorten in de toekomst kunnen worden gedekt.

  • 2. Deze tijdelijke compensatie voor het negatieve exploitatieresultaat tot 2018 is bedoeld om de periode voor ROC Leiden te overbruggen van oude naar nieuwe huisvestingsafspraken. Evenals in scenario 1 (overdracht aan ID College) ontvangt ROC Leiden een compensatie van € 14 miljoen voor de exploitatietekorten als gevolg van de huisvestingslasten in de periode tot en met 2018. Eerder in deze brief heb ik de belangrijkste elementen van de nieuwe afspraken over de huisvesting toegelicht, met name dat de huisvestingslasten na 2018 dalen naar een niveau dat gebruikelijk is in de sector mbo. ROC Leiden is daarmee in staat om de komende jaren voldoende geld te kunnen besteden aan het verzorgen van onderwijs. Het kan dan al in het komende studiejaar voldoende personeel aan nemen en onderwijs verzorgen dat bijvoorbeeld qua groepsgrootte vergelijkbaar is met wat in de mbo sector gebruikelijk is.

  • 3. Er is sprake van «achterstallig onderhoud» op het gebied van de onderwijskwaliteit. Daar zijn kosten aan verbonden waarvoor ondersteuning wordt geboden ter grootte van € 8 miljoen. Even belangrijk is dat de goede keuzes worden gemaakt bij het aanpassen van onderwijsprocessen en het onderwijskundig management. De inspectie zal dit met extra aandacht volgen. Het bedrag van € 8 miljoen is lager dan het bedrag van € 23 miljoen dat ID College, zie scenario 1 post 2, hiervoor bij een directe fusie nodig vond. Zie voor een verklaring hiervan onderstaande toelichting op de twee belangrijke verschillen tussen beide scenario’s.

Er is dus sprake van een financiële injectie die in eerste instantie in financiële zin de continuïteit van het onderwijsaanbod mogelijk maakt, zodat het ROC niet «omvalt», maar die in tweede instantie, de voorwaarde schept om te komen tot een kwalitatief voldoende onderwijsaanbod afgestemd met omringende onderwijsinstellingen. Met de bijdrage van maximaal € 40 miljoen wordt ROC Leiden in staat gesteld om snel te komen tot een zodanige uitgangspositie dat het in staat zal zijn om van de rijksbijdrage weer voldoende middelen aan het onderwijsproces te besteden.

Op twee belangrijke punten wijkt dit scenario af van het scenario van overname door ID College:

  • 1. De komende jaren is er nog een negatief eigen vermogen dat niet direct door OCW wordt aangevuld. In de jaarrekening is de vermogenspositie de komende jaren nog niet zodanig dat wordt voldaan aan de signaleringswaarden van de inspectie. Ook moet het ROC een prudent financieel beleid volgen en staat het waarschijnlijk nog vele jaren onder aangepast toezicht van de inspectie.

  • 2. Voor de integratie met ID College wordt drie jaar genomen waarin geleidelijk de onderwijsprocessen en ondersteunende processen worden geïntegreerd. Dat vergt minder kosten dan een directe integratie.

Het accountantskantoor PwC heeft in opdracht van de regisseur onderzoek gedaan naar de financiële positie en vooruitzichten van ROC Leiden, de kosten van de nieuwbouw van het pand Lammenschans en het pand CS, de waardering van dit vastgoed in de jaarrekeningen en de rollen van betrokkenen bij de totstandkoming van de nieuwbouw en de financiering daarvan. PwC heeft aangegeven in haar rapport welk bedrag er nodig is om de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs bij ROC Leiden te verbeteren. Zoals toegelicht in de samenvatting van het PwC rapport, die ik als bijlage bij mijn brief van 13 februari jl. heb gevoegd, heeft PwC berekend dat een bedrag van ongeveer € 40 miljoen nodig is indien de kredietfaciliteiten van BNG en DB dienen te worden afgelost en ruim € 25 miljoen indien dat niet het geval is om weer op een kwalitatief aanvaardbaar onderwijsniveau te komen. Het besluit om openbaarmaking, in het kader van de WOB, betreffende het PwC rapport «Onderzoek en ondersteuning financiële problematiek ROC Leiden d.d. 30 juli 2014» is op 1 mei jl. genomen. Voor de volledigheid voeg ik het rapport, zoals dat openbaar is gemaakt, bij deze brief (bijlage 78). Op blz. 67 van dit rapport kunt u tevens de € 40 miljoen terugvinden. OCW heeft het bedrag van € 40 miljoen als referentiepunt gebruikt.

Ten slotte

Met bovenstaande schets van de scenario’s en uiteenzetting van de besteding maximaal de € 40 miljoen euro heb ik mijn besluitvormingsproces met u gedeeld. Ik wil daarbij benadrukken dat dit een proces is waarin geen ideale oplossing bestaat. De situatie waarin ROC Leiden terecht is gekomen leidt ertoe dat er een keuze voorligt tussen scenario’s die allemaal pijnlijk zijn. De acute situatie die ontstaat doordat de kredietverlening per 1 juli a.s. afloopt vergroot de druk. Als er nu niet wordt ingegrepen lopen we het risico dat deze studenten jarenlang niet de kwaliteit van onderwijs krijgen waar zij recht op hebben. Niet uit te sluiten valt zelfs dat deze studenten straks, als het tot een faillissement zou komen, op straat komen te staan. De gevolgen strekken dan nog verder. ROC's in de regio zouden dan op stel en sprong deze studenten moeten opnemen. In dat geval raakt deze situatie het onderwijs van tienduizenden mbo studenten in de regio Leiden. In mijn afwegingen heb ik het perspectief van studenten, docenten en medewerkers en de kwaliteit van het onderwijs leidend laten zijn, alsmede de publieke kosten die bij de diverse scenario’s genoemd zijn. Daarnaast heeft ook het beroep op collectieve middelen en de rest van de mbo-sector meegewogen.

Dit heeft mij en betrokken partijen (in het bijzonder MBO-Raad, ID College, ROC Leiden en gemeente Leiden) alles afwegende tot de conclusie gebracht dat het scenario waarbij ROC Leiden voorlopig zelfstandig blijft, en in nauwe samenwerking met het ID College, toewerkt naar een gemeenschap van mbo colleges met ID College, deze belangen het meeste dient. We creëren hiermee daarnaast meer tijd om uiteindelijk toe te werken naar de vorming van een gemeenschap van mbo-colleges waardoor we kleinschaligheid en bestuurlijke stabiliteit in één model verankeren. Ik hoop dat door dit scenario opnieuw perspectief ontstaat voor goed middelbaar beroepsonderwijs in de regio Leiden.

ROC Leiden verkeert in grote financiële problemen als gevolg van onverantwoorde vastgoedtransacties in het verleden. Het vastgoed is als een molensteen om de hals van de school. Zoals eerder gemeld heeft onderzoek geen bewijs opgeleverd dat bestuurders bij de bouw en de verwerving van de panden de wet hebben overtreden. Wel vind ik dat er sprake is van onwenselijk en onverantwoord gedrag van de voormalige bestuurders en is de uitvoering van de plannen naïef en amateuristisch te noemen.

Van belang is op te merken dat de besluitvorming over de huisvestingscontracten plaatsvond in de periode 2006/2010. Dit was ook de periode dat er bij Amarantis twijfelachtige besluiten werden genomen. Het was dus ruimschoots vóór de verbetermaatregelen die zijn doorgevoerd na de lessen die zijn getrokken uit de casus Amarantis. Mede naar aanleiding van de val van Amarantis is de governance zowel in formele zin (wet- en regelgeving) als in meer informele zin (moreel appel) aangescherpt. Er is nu een mogelijkheid tot het geven van een bestuurlijke aanwijzing en er zijn van early warning instrumenten geïntroduceerd zoals de continuïteitsparagraaf waardoor risicobeheersing in de instellingen meer gewaarborgd is. Tevens is vanaf 1 januari 2014 de aanwijzingsbevoegdheid van kracht. Indien sprake is van wanbeheer van een of meer bestuurders of toezichthouders kan ik een raad van toezicht een aanwijzing geven.

Een commissie onder leiding van Pauline Meurs, hoogleraar Bestuur van de Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit, onderzoekt in mijn opdracht hoe het mis kon gaan bij ROC Leiden. De commissie zal zich ook buigen over de toegevoegde waarde van een landelijk expertisecentrum waar onderwijsinstellingen hun nieuwbouwplannen kunnen laten toetsen door onafhankelijke experts. Tot slot kijkt de commissie naar mogelijke verbeteringen in het toezichtskader en de werkwijze van de inspectie.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
3

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
4

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
5

Onder een gecontroleerd faillissement wordt in de regel een stil faillissement of een prepack verstaan. Hierbij heeft een door de rechtbank aangewezen bewindvoerder voor de faillietverklaring de mogelijkheden van een doorstart verkend. Voor zover een mogelijkheid voor een doorstart is gevonden, wordt deze direct na faillietverklaring ingezet.

X Noot
6

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
7

Zie bijlage 6 voor de brief ROC Mondriaan inzake dit onderwerp, raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
8

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl