Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433495 nr. 37

33 495 Financiële positie van publiek bekostigde onderwijsinstellingen

Nr. 37 MOTIE VAN DE LEDEN MOHANDIS EN VAN MEENEN

Voorgesteld 11 maart 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in het funderend onderwijs sprake is van een aparte bestuurders-cao die losstaat van de reguliere onderwijs-cao en dat hierdoor ook de salarisstijging van onderwijsbestuurders losgekoppeld is van de salarisstijging van het overige onderwijspersoneel, zoals leraren, conciërges en klassenassistenten;

van mening dat de salarisstijging van onderwijsbestuurders nooit groter mag zijn dan de salarisstijging van het overige onderwijspersoneel, omdat hierdoor het (salaris)gat tussen werkvloer en bestuurskamer alleen maar groter wordt;

verzoekt de regering, per ministeriële regeling vast te leggen dat de algemene salarisstijging van beloningen van onderwijsbestuurders wordt gekoppeld aan de algemene salarisstijging van het overige onderwijspersoneel, zoals leraren, conciërges en klassenassistenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Mohandis

Van Meenen