Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333493 nr. 2

33 493 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet (wijzigingen samenhangend met het energierapport 2011)

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enkele wijzigingen aan te brengen in de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet en de Warmtewet die verband houden met beleidsmatige aankondigingen in het Energierapport 2011;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Elektriciteitswet 1998 wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel b, komt te luiden:

b. aansluiting:

één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder begrepen één of meer verbindingen tussen een net dat wordt beheerd door een netbeheerder en een net dat beheerd wordt door een ander dan die netbeheerder;.

2. Het eerste lid, onderdelen y en z, vervallen.

3. In het eerste lid, onderdeel ar, wordt «een elektriciteitslijn die geen net is» vervangen door «een verbinding voor het transport van elektriciteit die niet of uitsluitend via de installatie van één aangeslotene is verbonden met een net of een andere verbinding voor het transport van elektriciteit» en wordt «producent» telkens vervangen door: productie-installatie.

B

Artikel 9h wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 2. De producent meldt een wijziging ten opzichte van een eerdere melding zo spoedig mogelijk na doorvoering van de betreffende wijziging aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.

  • 3. Indien de directe lijn via de installatie van een aangeslotene is verbonden met een net, factureert en int de producent het tarief voor systeemdiensten, bedoeld in artikel 30, eerste lid, bij de verbruikers die op zijn directe lijn zijn aangesloten en draagt hij de te innen tarieven af aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. Op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de producent gegevens over het verbruik van de verbruikers die op zijn directe lijn zijn aangesloten.

  • 4. De producent kan in afwijking van het derde lid het tarief voor systeemdiensten in de plaats van de aangeslotenen op zijn directe lijn betalen. In dat geval verstrekt de producent op verzoek van de netbeheer van het landelijk hoogspanningsnet gegevens over het totale verbruik van de aangeslotenen op zijn directe lijn.

C

In artikel 15, vijfde lid, wordt «De eigenaar van de ontheffing int het tarief voor systeemdiensten» vervangen door «De houder van de ontheffing factureert en int het tarief voor systeemdiensten» en aan het slot van artikel 15, vijfde lid, worden drie zinnen toegevoegd, luidende: Op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt de houder van de ontheffing gegevens over het verbruik van de afnemers die op zijn net zijn aangesloten. De houder van de ontheffing kan in afwijking van de tweede volzin het tarief voor systeemdiensten in de plaats van de afnemers die op zijn net zijn aangesloten betalen. In dat geval verstrekt de houder van de ontheffing op verzoek van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gegevens over het totale verbruik van de afnemers die op zijn net zijn aangesloten.

D

Artikel 16, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel i wordt «of van een installatie voor warmtekrachtkoppeling» vervangen door: of van een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.

2. Onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel p wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • q. zijn netten te beschermen tegen mogelijke invloeden van buitenaf.

E

Artikel 16a, derde lid, komt te luiden:

  • 3. De netbeheerder deelt de meetgegevens, bedoeld in het tweede lid en in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, mee aan Onze Minister, alsmede aan de desbetreffende afnemer voor zover die nog niet de beschikking heeft over die informatie.

F

Na artikel 16d wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16da

Onze Minister kan een netbeheerder een bindende aanwijzing geven in het kader van de bescherming van de netten tegen een mogelijke invloed van buitenaf, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel q.

G

Artikel 29, eerste en tweede lid, komen te luiden:

  • 1. Het tarief waarvoor transport van elektriciteit zal worden uitgevoerd heeft betrekking op de ontvangst en het invoeden van elektriciteit door afnemers, ongeacht de plaats van ontvangst of invoeding van de elektriciteit en ongeacht de plaats van de aansluiting waar de elektriciteit op het Nederlandse net is ontvangen of ingevoed.

  • 2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit ontvangt op een aansluiting op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. Het tarief kan verschillen voor verschillende afnemers, afhankelijk van het spanningsniveau van het net waarop de afnemer is aangesloten. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tarief tevens in rekening wordt gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit invoedt op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. In dat geval kan het tarief tevens verschillen voor het ontvangen of het invoeden van elektriciteit.

H

Artikel 30, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij:

    • a. iedere afnemer die elektriciteit verbruikt en een aansluiting heeft op het landelijk hoogspanningsnet of een net dat direct of indirect in verbinding staat met dat net;

    • b. een verbruiker van elektriciteit die in verbinding staat met een directe lijn die via de installatie van een aangeslotene in verbinding staat met het landelijk hoogspanningsnet.

I

Artikel 31 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het negende lid, vervalt.

2. In het vijftiende lid vervalt «en een directe lijn».

J

Artikel 31c komt als volgt te luiden:

Artikel 31c

  • 1. Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.

  • 2. Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die niet-duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, met een maximum van 5 000 kWh aan op het net ingevoede elektriciteit, voor zover het saldo van de aan het net onttrokken minus de op het net ingevoede elektriciteit niet minder dan nul bedraagt.

  • 3. Indien de door de afnemer, bedoeld in het eerste en tweede lid, op het net ingevoede hoeveelheid elektriciteit groter is dan de hoeveelheid die ingevolge die leden in mindering wordt gebracht op de aan het net onttrokken elektriciteit, betaalt de leverancier aan de betreffende afnemer voor het meerdere een redelijke vergoeding.

K

In artikel 41, eerste lid, wordt na «worden bevorderd» ingevoegd: en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen.

L

In artikel 41e, tweede lid, wordt na «worden bevorderd» ingevoegd: en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen.

M

Hoofdstuk 5, paragraaf 3, komt te luiden:

§ 3. Garanties van oorsprong

Artikel 73

  • 1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van:

    • a. garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;

    • b. garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.

  • 2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h.

  • 3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong als bedoeld in het eerste lid op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid duurzame elektriciteit of elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overlegt.

Artikel 74

Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 73, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.

Artikel 75

  • 1. Een garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

  • 2. Een garantie van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.

Artikel 76

  • 1. Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, worden garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, daarmee gelijkgesteld.

  • 2. Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, worden garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong, daarmee gelijkgesteld.

Artikel 77

  • 1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.

  • 2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:

    • a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;

    • b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;

    • c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;

    • d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid, of deze kunnen verhandelen;

    • e. de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h;

    • f. het meten, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, en artikel 16a, tweede lid.

  • 3. De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen verschillen voor de verschillende soorten garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.

N

Hoofdstuk 5, § 3a., vervalt.

O

Artikel 95c, derde en vierde lid, vervallen.

ARTIKEL II

De Gaswet wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, onderdeel m, komt te luiden:

m. aansluiting:

één of meer verbindingen tussen een gastransportnet en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder begrepen één of meer verbindingen tussen een gastransportnet dat wordt beheerd door een netbeheerder en een gastransportnet dat beheerd wordt door een ander dan die netbeheerder.

2. In het eerste lid, onderdeel an, wordt «één of meerdere gasleidingen die geen gastransportnet zijn» vervangen door «een leiding voor het transport van gas die niet of uitsluitend via de installatie van één aangeslotene is verbonden met een gastransportnet of een andere leiding voor het transport van gas» en wordt «producent» telkens vervangen door: productie-installatie.

3. In het eerste lid worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel ao, door een puntkomma, drie onderdelen toegevoegd, luidende:

ap. gas uit hernieuwbare energiebronnen:

een stof die is opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen of is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook gebruik maakt van fossiele energiebronnen;

aq. garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare energiebronnen:

gegevens op een rekening die betrekking hebben gas uit hernieuwbare energiebronnen en waarmee wordt aangetoond dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt;

ar. productiemeetgegevens:

de gegevens betreffende de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen die door een producent wordt ingevoed op een gastransportnet.

B

Na artikel 8a wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8b

Onze Minister kan een netbeheerder een bindende aanwijzing geven in het kader van de bescherming van zijn gastransportnet tegen een mogelijke invloed van buitenaf, bedoeld in artikel 10, negende lid.

C

Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van het derde lid, onderdeel a, wordt «, en» vervangen door een puntkomma.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het derde lid, onderdeel c, door een puntkomma wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. onverminderd artikel 54a, gas te weren dat niet voldoet aan de invoedspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11.

3. Onder vervanging van de punt aan het slot van het vijfde lid, onderdeel b, door een puntkomma, worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • c. op verzoek van een producent vast te stellen of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van gas uit hernieuwbare energiebronnen, alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van het gas uit hernieuwbare energiebronnen dat met de productie-installatie wordt opgewekt en op een gastransportnet ingevoed;

  • d. de hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen te meten.

4. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het vijfde en zesde lid, behoudens voor zover het betreft het meten van gas, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c.

5. Aan artikel 10 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 9. Een netbeheerder heeft tot taak zijn gastransportnet te beschermen tegen mogelijke invloeden van buitenaf.

  • 10. Degene, niet zijnde een netbeheerder, die bij een afnemer de meting van op het gastransportnet ingevoed gas uit hernieuwbare bronnen verricht, deelt de verkregen productiemeetgegevens mee aan de betreffende afnemer en aan de netbeheerder op wiens gastransport net de producent is aangesloten.

  • 11. De netbeheerder deelt de productiemeetgegevens, bedoeld in het vijfde lid, onderdeel c, en het tiende lid, mee aan Onze Minister, alsmede aan de desbetreffende producent voor zover die nog niet de beschikking heeft over die informatie.

D

Artikel 10a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onderdeel c, vervalt onderdeel 3°.

2. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van een punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel m, drie onderdelen toegevoegd, luidende:

  • n. gas dat op het door hem beheerde gastransportnet wordt ingevoed te bewerken, te behandelen of te mengen teneinde te voldoen aan de afleverspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11;

  • o. gas te weren dat voldoet aan de invoedspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11, maar waarvoor de uitvoering van de taak, bedoeld in onderdeel n, redelijkerwijs niet van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet kan worden gevergd;

  • p. in afwijking van onderdeel o en artikel 10, derde lid, onderdeel d, op verzoek van een afnemer het gas dat door die afnemer wordt ingevoed met gebruikmaking van het gastransportnet te bewerken, te behandelen of te mengen teneinde te voldoen aan de afleverspecificaties, opgenomen in de ministeriële regeling, bedoeld in artikel 11, tegen een tarief dat de doelmatige kosten dekt.

E

Paragraaf 2.1. komt te luiden:

Paragraaf 2.1. Technische eisen voor het transport van gas

Artikel 11

Gas dat op het gastransportnet wordt ingevoed of door netbeheerders op exit-punten wordt afgeleverd, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen, welke eisen kunnen verschillen voor invoed- en exitpunten en naar energie-inhoud, drukniveau en regio.

F

Artikel 12a wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel a komt te luiden:

  • a. het tarief voor transport van gas, met inbegrip van invoer, uitvoer en doorvoer van gas en de het transport ondersteunende diensten ten behoeve van netgebruikers en met inbegrip van de in artikel 10a, eerste lid, met uitzondering van onderdelen d en p, omschreven wettelijke taken,.

2. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. de tarieven waarvoor de netbeheerder van het landelijk gastransportnet uitvoering zal geven aan zijn in artikel 10a, eerste lid, onderdelen d en p, omschreven taken en.

G

In artikel 12b, vijfde lid, vervalt «en een directe lijn».

H

Artikel 39h wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De producent meldt een wijziging ten opzichte van een eerdere melding zo spoedig mogelijk na doorvoering van de betreffende wijziging aan de raad van bestuur van de mededingingsautoriteit.

I

In artikel 54a, eerste lid, wordt «Onverminderd de artikelen 10 en 10a heeft de netbeheerder van het landelijk gastransportnet» vervangen door: De netbeheerder van het landelijk gastransportnet heeft.

J

Na artikel 66f wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

Paragraaf 5.14. Garanties van oorsprong

Artikel 66g

  • 1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen.

  • 2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel c.

  • 3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid gas uit hernieuwbare energiebronnen overlegt.

Artikel 66h

Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 66g, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.

Artikel 66i

Een garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid gas is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Artikel 66j

  • 1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen.

  • 2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:

    • a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;

    • b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen;

    • c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen;

    • d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen of deze kunnen verhandelen;

    • e. de vaststelling, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel c.

    • f. het meten, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, onderdeel c, en tiende lid.

K

In artikel 81, eerste lid, wordt na «worden bevorderd» ingevoegd: en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen.

L

Artikel 82 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «elke taak» vervangen door «de taken» en wordt na «en met inachtneming van het belang dat de doelmatigheid van de bedrijfsvoering op de meest doelmatige kwaliteit van de uitvoering van deze taken worden bevorderd vervangen door: , met inachtneming van het belang dat de doelmatigheid van de bedrijfsvoering op de meest doelmatige kwaliteit van de uitvoering van deze taken worden bevorderd en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 12. Het derde tot en met negende lid is niet van toepassing op de taak van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel p. De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit houdt bij het vaststellen van de methode van regulering van de tarieven rekening met de opbrengsten uit de taak van de netbeheerder van het landelijk gastransportnet, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel p.

ARTIKEL III

Indien het op 3 september 2003 ingediende voorstel van wet van de leden Ten Hoopen en Samsom tot het stellen van regels omtrent de levering van warmte aan verbruikers (Warmtewet) (Kamerstukken 29 048) tot wet wordt verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van artikel 1, onderdeel l, door een puntkomma, worden vijf onderdelen toegevoegd, luidende:

m. hernieuwbare energiebronnen:

hernieuwbare energiebronnen als bedoeld in artikel 2 van de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (Pb EU 2009, L 140);

n. warmte uit hernieuwbare energiebronnen:

warmte die is opgewekt in een productie-installatie die uitsluitend gebruik maakt van hernieuwbare energiebronnen of is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in een hybride productie-installatie die ook gebruik maakt van fossiele energiebronnen;

o. garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen:

gegevens op een rekening die betrekking hebben warmte uit hernieuwbare energiebronnen en waarmee wordt aangetoond dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid warmte uit hernieuwbare energiebronnen heeft opgewekt;

p. meetbedrijf:

een organisatorische eenheid die zich bezig houdt met het collecteren, valideren en vaststellen van productiemeetgegevens betreffende warmte;

q. productiemeetgegevens:

de gegevens betreffende de hoeveelheid warmte uit hernieuwbare energiebronnen die door een producent wordt ingevoed op een warmtenet.

B

Na hoofdstuk 7 wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 8. GARANTIES VAN OORSPRONG

Artikel 25

  • 1. Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.

  • 2. Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening voor warmte uit hernieuwbare bronnen. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 27.

  • 3. Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen op een daarbij aangegeven rekening voor hernieuwbare bronnen, indien een Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de productiemeetgegevens overlegt.

Artikel 26

Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 25, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.

Artikel 27

Een meetbedrijf stelt op verzoek van een producent vast of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van warmte uit hernieuwbare energiebronnen alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de warmte uit hernieuwbare energiebronnen die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een warmtenet ingevoed.

Artikel 28

Een garantie van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid warmte is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.

Artikel 29

  • 1. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen.

  • 2. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:

    • a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;

    • b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;

    • c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen;

    • d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong voor warmte uit hernieuwbare energiebronnen of deze kunnen verhandelen;

    • e. de vaststelling, bedoeld in artikel 27.

ARTIKEL IV

In artikel 50, tweede lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag wordt «artikel 31c dan wel artikel 95c, derde lid,» vervangen door: artikel 31c, eerste en tweede lid,.

ARTIKEL V

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Economische Zaken