33 490 Wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden ter uitvoering van Verordening (EU) Nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden

Nr. 8 AMENDEMENT VAN HET LID OUWEHAND

Ontvangen 4 juni 2013

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I wordt na onderdeel D een onderdeel ingevoegd, luidende:

Da

In artikel 28 komt het derde lid als volgt te luiden:

  • 3. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de uniforme beginselen, bedoeld in artikel 29, zesde lid, van verordening (EG) 1107/2009. In ieder geval wordt geregeld dat bij de beoordeling of een gewasbeschermingsmiddel een onaanvaardbaar effect heeft op het milieu, als bedoeld in artikel 4, derde lid, onder e, van verordening (EG) 1107/2009, rekening wordt gehouden met de plaats waar het middel in het milieu terechtkomt en wordt verspreid, met name voor wat betreft besmetting van het water, waaronder drinkwater en grondwater.

Toelichting

Met dit amendement wordt geregeld dat Nederland, bij de toepassing van de Europese uniforme beginselen waarnaar wordt verwezen in artikel 29, zesde lid, van de verordening, bij het onderzoek voor toelating van gewasbeschermingsmiddelen kan afwijken van de Europese beoordelingsmethode. Met dit amendement wordt het, kortom, wederom mogelijk om bij regeling van Onze Minister nadere invulling te geven aan de Europese uniforme beginselen zoals het tot begin 2011 al het geval was. De huidige uniforme beginselen bieden ruimte voor nadere invulling door Nederland, zodat de huidige beoordelingsmethoden (voor onder meer het inschatten van de blootstelling als gevolg van professioneel gebruik) weer aangewezen kunnen worden.

Ten tweede regelt dit amendement dat de specifiek Nederlandse toetsing van toe te laten gewasbeschermingsmiddelen aan waterkwaliteitsnormen wordt hersteld. Een uniek kenmerk van de Nederlandse landbouw is bijvoorbeeld dat er sprake is van relatief smalle percelen, die doorsneden worden door veel sloten, waarbij zo veel mogelijk van de grondoppervlakte in productie is gebracht. Hierdoor heeft Nederland een relatief groot aandeel oppervlaktewater. De drinkwaterbedrijven leveren water van hoge kwaliteit. Dit is alleen mogelijk wanneer we de kwaliteit van onze waterbronnen waarborgen. Wanneer de gevolgen voor drinkwater niet meer meegenomen worden bij de toelating, levert dat meer vervuiling op in grond- en oppervlaktewater. Meer verontreiniging leidt tot extra zuiveringsinspanningen door de drinkwaterbedrijven, wat kosten met zich brengt voor de burger.

Ouwehand

Naar boven