Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333480-V nr. 2

33 480 V Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2012 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 4

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2012 wijzigingen aan te brengen in:

  • de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);

  • de begrotingsstaat inzake de baten-lastendienst Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI)

De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De minister van Buitenlandse Zaken, F. C. G. M. Timmermans

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, E. M. J. Ploumen

B. BEGROTINGSTOELICHTING

1. LEESWIJZER

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de Eerste suppletoire bij de Ontwerpbegroting 2012 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk. Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld hoofdstuk V (Buitenlandse Zaken) van de begroting van uitgaven en ontvangsten van het Rijk voor het jaar 2012 respectievelijk met EUR 762,4 miljoen te verlagen en EUR 16,4 miljoen te verhogen. Deze mutaties betreffen wijzigingen die ook in de Najaarsnota zijn verwerkt. De kapitaaluitgaven van de baten-lastendienst Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden (CBI) stijgen met EUR 1,95 miljoen. Dit wordt veroorzaakt doordat een deel van het eigen vermogen wordt afgestort aan de eigenaar indachtig de bepaling uit de Regeling baten-lastendienst 2011 artikel 17 lid 4 onder b, waarin staat dat het eigen vermogen gebonden is aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar.

In de toelichting worden de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS en de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht. Daarna volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Per artikel is een tabel opgenomen met de mutaties. De stand oorspronkelijk vastgestelde begroting 2012 bevat de cijfers uit de ontwerpbegroting zoals gepresenteerd bij Prinsjesdag 2011. De stand 1e suppletoire begroting bevat de cijfers zoals bij 1e suppletoire begroting zijn vastgesteld. De toelichting per beleidsartikel heeft betrekking op de kolom mutaties 2e suppletoire begroting.

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet van 2001 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Op uitgavenniveau is voor deze toelichting een norm gehanteerd waarbij voor de beleidsartikelen 1–8 en niet-beleidsartikel 10 afwijkingen van 10% of meer, met een minimum van EUR 2 miljoen, ten opzichte van de ontwerpbegrotingsstand op sub-artikel niveau zijn opgenomen. Voor niet-beleidsartikel 11 is een afwijking van 1% opgenomen. Voor verplichtingen wordt de norm van 10% op artikel niveau aangehouden. Daarnaast zijn de mutaties op veiligheid, goed bestuur en rechtsorde (art. 2.5), noodhulp (art 2.6), afdracht aan de Europese Unie (art 3.1) en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (art 5.4) toegelicht in afwijking op bovenstaande criteria.

2. HET BELEID

2.1 Belangrijkste mutaties

Het voorstel is om de uitgaven te verlagen met EUR 762,4 miljoen en de ontvangsten met EUR 16,4 miljoen te verhogen. De belangrijkste reden voor deze verlaging is de daling van de afdracht aan de Europese Unie.

Hieronder volgen de majeure wijzigingen ten opzichte van de stand van de begroting 2012 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken na de eerste suppletoire wetswijziging, gevolgd door een toelichting per mutatie. Alleen de beleidsrelevante mutaties zijn toegelicht.

Overzicht belangrijkste mutaties (x EUR 1,0 miljoen)

Artikel

 

Mutatie

2

Veiligheid, goed bestuur en rechtsorde in prioritaire gebieden

– 43,7

2

Noodhulp

21,0

3

Afdracht Europese Unie

– 749,7

3

Lagere afroep EOF

– 32,1

4

Voedselzekerheid

56,6

4

Private sectorontwikkeling

– 29,9

Toelichting

Artikel 2.5

De verlaging met EUR 43,7 miljoen is een saldo. De verlaging wordt in belangrijke mate veroorzaakt door vertraging in het programma Education in Emergencies en teruggave op landenprogramma’s voor wederopbouw in Zuid-Soedan, Afghanistan en Soedan. Tevens zijn er teruggaves op landenprogramma’s goed bestuur (m.n. Suriname, Bolivia, Mozambique). Daarnaast zijn de uitgaven voor het Stabiliteitsfonds ODA verhoogd, vanwege de betaling van de tweede termijn voor de tender Ontmijning. Tevens draagt Nederland bij aan de ondersteuning van het Transitional Solutions Initiative, een samenwerkingsverband van UNHCR, UNDP en Wereldbank voor het verbeteren van de overgang van een noodhulpsituatie naar een meer op ontwikkeling gerichte, permanente status van vluchtelingen.

Artikel 2.6

Dit artikel kent een verhoging vanwege noodhulp aan Zuid-Soedan, Syrië en de Palestijnse gebieden.

Artikel 3.1

De meevaller van EUR 749,7 mln aan de uitgavenkant is het gevolg van nieuwe macro-economische cijfers onder invloed waarvan de Nederlandse afdrachten aan de Unie zijn gedaald en nieuwe realisatiecijfers van de geinde douanrechten. Tevens is de voorziening die bij Miljoenennota was genomen ter dekking van een additionele rekening die de Commissie had aangekondigd grotendeels komen vrij te vallen, omdat de Raad en het Europees Parlement geen overeenstemming konden bereiken over de hoogte van de rekening. Tenslotte vindt in december een verrekening plaats van de afdrachten 1995–2011, onder invloed van statistische correcties op de btw- en bni-grondslagen.

Artikel 3.2

De verlaging van EUR 32,1 mln hangt samen met de lagere afroep van het EOF, waardoor de NL bijdrage is verlaagd, deels waar het conditionele hulp betreft in gebieden waar mensenrechtenschendingen plaatsvinden.

Artikel 4.1

Betreft verhogingen op gebied van voedselzekerheid: versnelling van het GAFSP (Global Agriculture and Food Security Program) en het nieuwe programma MASSIF+ (Micro and Small Enterprise Fund plus). Daarnaast betreft het een verhoging in de uitgaven ten behoeve van CGIAR (Consultative Group on International Agricultural Research) en ASAP (Association of Small African Projects).

Artikel 4.3

De verlaging van EUR 29,9 mln is een saldo. Er is een verhoging vanwege de intensivering van het IFC Global Trade Liquidity Program (GTLP). Daarnaast zijn er verschillende verlagingen. De ontwikkelfase van ORIO-projecten loopt langzamer dan verwacht. Tevens is er vertraging in de uitvoeringsfase vanwege lokale aanbestedingstrajecten. Ook de aanloopfase van de Transitiefaciliteit had meer tijd nodig dan voorzien. Dit geldt ook ten aanzien van innovatieve financiering. Tot slot waren er teruggaves op het ondernemingsklimaatprogramma op de posten (o.a. Rwanda, Mali, Ghana). Het programma PSI (het Private Sector Investeringsprogramma, gericht op de ondersteuning van vernieuwende investeringsprojecten in opkomende markten) kent een neerwaartse bijstelling omdat het aantal gestarte projecten lager is dan aanvankelijk begroot.

2.2 De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS)

Voor 2012 is de omvang van de HGIS, die is gedefinieerd als het saldo van HGIS-uitgaven en HGIS-ontvangsten, sinds de Voorjaarsnota 2012 afgenomen met EUR 154,1 miljoen. In de hierna volgende tabellen zijn de wijzigingen in uitgaven en ontvangsten uitgesplitst in de tijd.

Wijzigingen in HGIS-uitgaven en -ontvangsten vanaf Voorjaarsnota 2012 (bedragen x € 1 mln)
 

Totaal

Wv. ODA

Uitgaven VJN 2012

5 864,1

4 317,2

mutatie MJN 2013 (vermoedelijke uitkomsten 2012)

3,5

8,8

mutatie NJN 2012

– 157,2

0,4

Totaal mutaties

– 153,6

9,2

Uitgaven NJN 2012

5 710,5

4 326,4

 

Totaal

Ontvangsten VJN 2012

138,4

mutatie MJN 2013 (vermoedelijke uitkomsten 2012)

0,0

mutatie NJN 2012

0,4

Totaal mutaties

0,4

Ontvangsten NJN 2012

138,8

De wijzigingen in de omvang van de HGIS als geheel en voor ODA in het bijzonder zijn in het volgende overzicht gespecificeerd naar oorzaak.

Oorzaken afname HGIS en ODA-toename vanaf Voorjaarsnota 2012 (bedragen x € 1 mln)
 

Totaal

Wv. ODA

Bijstellingen BNP (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA)

3,3

8,8

Overboekingen van/naar HGIS

– 1,9

 

Ontvangsten ODA

 

0,4

Verwachte onderuitputting

– 155,4

 

TOTAAL

– 154,1

9,2

De omvang van de HGIS neemt per saldo af door overboekingen vanuit de HGIS en door een verwachte onderuitputting op het non-ODA-deel van de HGIS. Deze onderuitputting ontstaat voor EUR 37 miljoen bij BZ (diverse posten waaronder lagere personeelskosten door een lagere bezetting van uitgezonden en lokaal personeel op de posten), Defensie EUR 28 miljoen (uitvoeren crisisbeheersingsoperaties), I&M EUR 50 miljoen (Clean Development Mechanism) en EL&I EUR 32 miljoen (Joint Implementation en diverse internationale programma’s). Het ODA-deel binnen de HGIS neemt met EUR 9,2 mln toe, m.n. vanwege wijziging in de BNP-raming. Voor een toelichting op de mutaties wordt verwezen naar de desbetreffende begrotingsartikelen op de diverse suppletoire begrotingen.

2.3 Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

95 262

108 575

– 6 138

102 437

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

100 562

101 671

– 5 734

95 937

           

1.1

Een goed functionerende internationale rechtsorde

51 729

53 033

– 5 388

47 645

           

1.2

Bescherming van de rechten van de mens

48 833

48 638

– 346

48 292

Uitgaven

Artikel 1.1

De aanslag voor de verplichte contributie aan het Capital Masterplan van de VN wordt niet in 2012 maar in 2013 verwacht.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Grotere veiligheid en stabiliteit, effectieve humanitaire hulpverlening en goed bestuur

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

870 604

972 444

61 242

1 033 686

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

786 801

796 479

– 15 572

780 907

           

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid

17 779

15 318

739

16 057

           

2.2

Bestrijding en terugdringing van het internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

500

500

 

500

           
   

 

 

 

 

   

 

 

 

 

2.3

Bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, bevordering van ontwapening, wapenbeheersing en het voeren van een restrictief en transparant wapenexportbeleid

9 613

10 754

6 409

17 163

           

2.4

Het bevorderen van energievoorzienings- en grondstoffenzekerheid

 

0

 

0

           

2.5

Veiligheid, goed bestuur en rechtsorde in prioritaire gebieden

539 642

539 955

– 43 720

496 235

           

2.6

Effectieve humanitaire hulp

219 267

229 952

21 000

250 952

           

Ontvangsten

1 165

1 165

0

1 165

           

2.10

Doorberekening Defensie diversen

165

165

 

165

           

2.50

Restituties contributies

1 000

1 000

 

1 000

Uitgaven

Artikel 2.3

Dit betreft een verhoging van EUR 6,4 miljoen met name vanwege een eerder dan verwacht betaalverzoek van de IAEA.

Artikel 2.5

De verlaging met EUR 43,7 miljoen is een saldo. De verlaging wordt in belangrijke mate veroorzaakt door vertraging in het UNICEF-programma Education in Emergencies en teruggave op landenprogramma’s voor wederopbouw in Zuid-Soedan, Afghanistan en Soedan. Tevens zijn er teruggaves op landenprogramma’s goed bestuur (m.n. Suriname, Bolivia, Mozambique). Daarnaast zijn de uitgaven voor het Stabiliteitsfonds ODA verhoogd, vanwege de betaling van de tweede termijn voor de tender Ontmijning. Tevens draagt Nederland bij aan de ondersteuning van het Transitional Solutions Initiative, een samenwerkingsverband van UNHCR, UNDP en Wereldbank voor het verbeteren van de overgang van een noodhulpsituatie naar een meer op ontwikkeling gerichte, permanente status van vluchtelingen.

Artikel 2.6

Dit artikel kent een verhoging van EUR 21 mln vanwege noodhulp aan Zuid-Soedan, Syrië en de Palestijnse gebieden.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Europese samenwerking

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

7 353 602

7 301 635

– 749 435

6 552 200

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

7 526 717

7 474 607

– 781 407

6 693 200

           

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

7 340 042

7 288 075

– 749 724

6 538 351

           

3.2

Een effectief, efficient en cohorent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

173 115

173 115

– 32 115

141 000

           

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

9 700

9 557

432

9 989

           

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 27

3 860

3 860

 

3 860

           

Ontvangsten

620 347

620 347

16 402

636 749

           

3.10

Perceptiekostenvergoedingen

620 347

620 347

16 402

636 749

           

3.30

Restitutie Raad van Europa

 

0

 

0

Uitgaven

Artikel 3.1

De meevaller van EUR 749,7 mln aan de uitgavenkant is het gevolg van nieuwe macro-economische cijfers onder invloed waarvan de Nederlandse afdrachten aan de Unie zijn gedaald en nieuwe realisatiecijfers van de geinde douanrechten. Tevens is de voorziening die bij Miljoenennota was genomen ter dekking van een additionele rekening die de Commissie had aangekondigd grotendeels komen vrij te vallen, omdat de Raad en het Europees Parlement geen overeenstemming konden bereiken over de hoogte van de rekening. Tenslotte vindt in december een verrekening plaats van de afdrachten 1995–2011, onder invloed van statistische correcties op de btw- en bni-grondslagen.

Artikel 3.2

De verlaging van EUR 32,1 mln hangt samen met de lagere afroep van het EOF, waardoor de NL bijdrage is verlaagd, deels waar het conditionele hulp betreft in gebieden waar mensenrechtenschendingen plaatsvinden.

Ontvangsten

De meevaller van EUR 16,4 mln aan de ontvangstenkant hangt samen met de mutatie op de douanerechten aan de uitgavenkant. Nederland ontvangt 25% van de afgedragen invoerrechten terug als perceptiekostenvergoeding.

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Meer welvaart, eerlijkere verdeling en minder armoede

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

1 006 398

1 594 531

149 374

1 743 905

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

881 135

780 234

48 037

828 271

           

4.1

Voedselzekerheid

218 907

242 033

56 646

298 679

           

4.2

Effectief armoedebeleid van ontwikkelingslanden

317 833

182 888

21 658

204 546

           

4.3

Private sector ontwikkeling

337 735

348 503

– 29 857

318 646

           

4.4

Effectieve Nederlandse handels- en investeringsbevordering

6 660

6 810

– 410

6 400

           

Ontvangsten

20 136

25 336

0

25 336

           

4.20

Ontvangsten en restituties met betrekking tot leningen

20 136

25 336

0

25 336

Verplichtingen

De verhoging van EUR 149 mln is een saldo van verhogingen en verlagingen. Het gaat om een verhoging ten behoeve van het speerpunt voedselzekerheid, met name vanwege aangegane verplichting GAFSP (Global Agriculture and Food Security Program), nog aan te gane verplichting MASSIF+ (Micro and Small Enterprise Fund plus) en GAIN (Global Alliance for Improved Nutrition), en verplichtingen voor het PPP-Fonds Private Sectorontwikkelingen voedselzekerheid. Ook is er een verhoging vanwege verlenging van de verplichtingen met UNDP en UNICEF voor twee jaar. Tot slot wordt een garantieverplichting verwacht voor de CEB (Council of Europe Development Bank). Verlagingen zijn er met name op het terrein van Private sectorontwikkeling.

Uitgaven

Artikel 4.1

Betreft verhogingen op gebied van voedselzekerheid: versnelling van het GAFSP (Global Agriculture and Food Security Program) en het nieuwe programma MASSIF+ (Micro and Small Enterprise Fund plus). Daarnaast betreft het een verhoging in de uitgaven ten behoeve van CGIAR (Consultative Group on International Agricultural Research) en ASAP (Association of Small African Projects).

Artikel 4.2

De negatieve BNP-aanpassing die op dit subartikel stond geparkeerd, is deels verdeeld over andere artikelen. Daarnaast verlaging vanwege vervallen algemene begrotingssteun aan Mali en opschorting van de verdragsmiddelen voor Suriname.

Artikel 4.3

De verlaging van EUR 29,9 mln is een saldo. Er is een verhoging vanwege de intensivering van het IFC Global Trade Liquidity Program (GTLP). Daarnaast zijn er verschillende verlagingen. De ontwikkelfase van ORIO-projecten loopt langzamer dan verwacht. Tevens is er vertraging in de uitvoeringsfase vanwege lokale aanbestedingstrajecten. Ook de aanloopfase van de Transitiefaciliteit had meer tijd nodig dan voorzien. Dit geldt ook ten aanzien van innovatieve financiering. Tot slot waren er teruggaves op het ondernemingsklimaatprogramma op de posten (o.a. Rwanda, Mali, Ghana). Het programma PSI (het Private Sector Investeringsprogramma, gericht op de ondersteuning van vernieuwende investeringsprojecten in opkomende markten) kent een neerwaartse bijstelling omdat het aantal gestarte projecten lager is dan aanvankelijk begroot.

Beleidsartikel 5

Beleidsartikel 5 Toegenomen menselijke ontplooiing en sociale ontwikkeling

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

1 110 031

853 802

– 172 006

681 796

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

1 088 142

1 123 322

13 523

1 136 845

           

5.1

Goed onderwijs, goed opgeleide bevolking en capaciteit voor onderzoek en innovatie voornamelijk ten behoeve van de beleidsprioriteiten

238 656

236 656

5 543

242 199

           

5.2

Versterking van het maatschappelijk middenveld in ontwikkelingslanden

473 788

473 808

2 145

475 953

           

5.3

Gelijke rechten en kansen voor vrouwen

39 000

42 000

– 457

41 543

           

5.4

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten voor iedereen en een halt aan de verspreiding van hiv/aids

336 698

370 858

6 292

377 150

Verplichtingen

De verlaging van de verplichtingenstand is een saldo van verhogingen en verlagingen. De verlaging hangt met name samen met het feit dat de verplichting voor de uitvoering van het nieuwe programma NICHE/NFP pas in 2013 zal worden aangegaan en het feit dat er voor UNFPA in tegenstelling tot de planning tweejarige committeringen in plaats van driejarige committeringen zijn aangegaan. De verhoging hangt samen met de start van de SRGR-tender.

Uitgaven

Artikel 5.4

De verhoging betreft een saldo. Er is een verhoging vanwege een gewijzigd betaalschema voor de Global Alliance for Vaccines and Immunisation (GAVI) en een hogere liquiditeitsbehoefte voor het Health Insurance Fund (HIF). Hier tegenover staan verlagingen op de landenprogramma’s gezondheid Tanzania, Suriname, Mali, Mozambique. Daarnaast bleek er een lagere liquiditeitsbehoefte bij het KPF Aidsfonds.

Beleidsartikel 6

Beleidsartikel 6 Duurzaam water- en milieubeheer

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

591 027

686 464

113 095

799 559

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

430 620

414 816

– 48 023

366 793

           

6.1

Duurzaam milieugebruik wereldwijd

249 219

234 459

– 16 378

218 081

           

6.2

Efficient en duurzaam watergebruik, veiliger delta's en stroomgebieden en verbeterde toegang tot drinkwater en sanitaire voorzieningen in ontwikkelingslanden/partnerlanden

181 401

180 357

– 31 645

148 712

Verplichtingen

De stijging van het verplichtingenniveau vindt met name plaats op het gebied van integraal waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen. Er wordt in 2012 o.a. een verplichting aangegaan voor een bijdrage aan UNICEF voor een programma verbeterde water- en sanitaire diensten voor de bewoners van negen landen in West en Centraal Afrika. Tevens is het plafond voor de eerste ronde Fonds Duurzaam Water verhoogd. Daarnaast is – naast de 2e tranche -ook de 3e tranche van het Global Environment Fund (GEF) in 2012 verplicht en betaald, waardoor Nederland weer voldoet aan het standaard Wereldbank-betalingsschema. Tot slot is er een verlaging van de verplichtingen op de landenprogramma’s op het gebied van integraal waterbeheer, drinkwater en sanitaire voorzieningen, met name in Bangladesh, Benin, Indonesië en Mozambique.

Uitgaven

Artikel 6.2

De daling met EUR 31,6 mln wordt met name verklaard doordat de landenprogramma’s op gebied van duurzaam waterbeheer lager uitvallen dan geraamd. Het gaat hierbij om projecten in Indonesië, Jemen, Mozambique, Bangladesh en Benin.

Beleidsartikel 7

Beleidsartikel 7 Welzijn en veiligheid van Nederlanders in het buitenland en regulering van personenverkeer

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

25 014

24 964

2 874

27 838

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

25 014

24 964

2 984

27 948

           

7.1

Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland

14 809

14 809

– 260

14 549

           

7.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

10 205

10 155

3 244

13 399

           

Ontvangsten

39 450

39 450

0

39 450

           

7.10

Consulaire dienstverlening

39 450

39 450

 

39 450

Verplichtingen

De toename van het verplichtingenbudget hangt samen met de stijging van de uitgaven zoals hieronder beschreven.

Uitgaven

Artikel 7.2

De verhoging van het budget wordt veroorzaakt door een beleidsintensivering van EUR 3,2 mln die voortvloeit uit het regeerakkoord Rutte-I op de onderwerpen terugkeer en (versterking van de) bescherming van vluchtelingen in de regio van herkomst.

Beleidsartikel 8

Beleidsartikel 8 Versterkt cultureel profiel en positieve beeldvorming in en buiten Nederland

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

46 019

52 768

1 454

54 222

           

Uitgaven:

       
           

Programma-uitgaven totaal

81 892

82 639

– 3 755

78 884

           

8.1

Grotere buitenlandse bekendheid met de nederlandse cultuur

20 418

18 418

– 2 026

16 392

           

8.2

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

17 775

20 403

– 1 527

18 876

           

8.3

Vergroten van begrip en/of steun voor Nederlandse zienswijze, standpunten en beleid in het buitenland en het versterken van het draagvlak in eigen land voor het buitenlandbeleid

43 699

43 818

– 202

43 616

           

Ontvangsten

790

790

0

790

           

8.30

Doorberekening Defensie diversen

790

790

 

790

Uitgaven

Artikel 8.1

De verlaging van EUR 2 mln betreft de contributie UNESCO 2012, deze is in 2011 betaald.

Beleidsartikel 9 Geheim

Artikel 9 Geheim

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

pm

44

620

664

           

Uitgaven

pm

69

451

520

Geheim

Beleidsartikel 10 Nominaal en onvoorzien

Verplichtingen en Uitgaven

De verlaging betreft de overboeking van prijsbijstelling naar artikelen op diverse begrotingen ad EUR 11,5 miljoen. Daarnaast werd het artikel verlaagd met EUR 1,6 miljoen als gevolg van een neerwaartse bijstelling van de inflatieraming (pBBP) door het CPB.

Beleidsartikel 11 Algemeen

Artikel 11 Algemeen

Bedragen in EUR 1 000

Stand ontwerpbegroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting

Stand 2e suppletoire begroting

   

2012

2012

2012

2012

   

(1)

(2)

(3)

(4)= (2+3)

Verplichtingen

730 691

695 733

82 229

777 962

           

Uitgaven:

739 203

731 201

40 222

771 423

           

Apparaatsuitgaven

739 203

731 201

40 222

771 423

           

Ontvangsten

58 626

58 626

0

58 626

           

Diverse ontvangsten

58 626

58 626

 

58 626

           

Koersverschillen

0

0

   

Verplichtingen

De stijging van het verplichtingenbudget hangt samen met de stijging van de uitgaven zoals hieronder beschreven inclusief de gevolgen van de koersontwikkeling van de Euro ten opzichte van andere valuta. Ook is het convenant met het ministerie van Defensie inzake beveiliging hoog risicoposten verlengd tot en met 2014. Hierdoor is de stijging van het verplichtingenbudget groter dan de de stijging van de uitgaven.

Uitgaven

Het betreft hier een saldo van diversie mutaties, inclusief de gevolgen van de ontwikkeling van de koers van de Euro ten opzichte van andere valuta (koersverlies). De koersverschillen ontstaan doordat een deel van de betalingen in buitenlandse valuta plaatsvindt. Er is een verlaging op personeelskosten die in belangrijke mate het gevolg is van een lagere bezetting van uitgezonden en lokaal personeel op de posten. Tevens zijn de gemiddelde loonkosten van lokaal personeel lager dan verwacht.

Er is een stijging van uitgaven vanwege een versnelling van de modernisering van de ICT. Ook zijn er incidenteel hogere kosten vanwege het verhuizen van onderdelen van het ministerie naar het hoofdpand, wat op termijn tot besparingen zal leiden. De verhoging van de BTW en de nieuwe schoonmaak-cao hebben eveneens geleid tot een stijging van de uitgaven. Tot slot vindt er een overheveling plaats naar OCW van EUR 2,5 mln.