Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333440-(R1990) nr. 6

33 440 (R1990) Wijziging van de Paspoortwet in verband met een andere status van de Nederlandse identiteitskaart, het verlengen van de geldigheidsduur van reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaarten, een andere grondslag voor de heffing van rechten door burgemeesters en gezaghebbers en het niet langer opslaan van vingerafdrukken in de reisdocumentenadministratie (Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart)

Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 april 2013

Hierbij bied ik u inzake de Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteit de nota naar aanleiding van het verslag aan (Kamerstuk 33 440 (R1990), nr. 7).

Onlangs is uw Kamer bij brief van de Minister en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie medegedeeld dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en ik zijn overeengekomen het toepassingsbereik van de mogelijkheid die de Paspoortwet biedt om paspoorten te weigeren of vervallen te verklaren, aan te passen1. De Paspoortwet zal hiertoe zodanig worden uitgebreid dat het paspoort in de toekomst onder voorwaarden zal kunnen worden geweigerd of vervallen zal kunnen worden verklaard van personen die zijn veroordeeld tot een onherroepelijke gevangenisstraf van vier maanden of meer (120 dagen) in plaats van zes maanden of meer (180 dagen). Teneinde deze wijziging zo spoedig mogelijk te kunnen laten ingaan, is ervoor gekozen om deze mee te nemen in het bovenvermeld wetsvoorstel.

Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan een nota van wijziging terzake. Deze nota van wijziging zal zo spoedig mogelijk voor advies worden voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk, en zo spoedig mogelijk daarna aan uw Kamer worden gezonden, zodat u deze zo spoedig mogelijk bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel kunt betrekken.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Kamerstuk 33 400 VI, nr. 90.