Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333429-(R1988) nr. 6

33 429 (R 1988) Aanpassing van de Wet militaire strafrechtspraak, het Wetboek van Militair Strafrecht en de Wet militair tuchtrecht in verband met gewijzigde regelgeving en herstel van technische onvolkomenheden

Nr. 6 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 9 november 2012

Het voorstel van rijkswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel I, onder B en BB, en artikel V, onder A, wordt «rechtbank te Arnhem» telkens vervangen door: rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie.

B

In artikel I, onder C, J, L, Q en U, wordt «rechtbank te Arnhem» telkens vervangen door: rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie,.

C

Artikel I, onder H, komt te luiden:

H

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

1. De militaire kamer van het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie, is bevoegd tot het oordeel in hoger beroep over de daarvoor vatbare vonnissen van de militaire kamers van de rechtbank, genoemd in artikel 55 van de Wet op de rechterlijke organisatie.

2. De militaire kamer van het gerechtshof kan zitting houden buiten de hoofdplaats van het gerechtshof.

D

In artikel I, onder R, vijfde lid, wordt «de militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem» vervangen door «de militaire kamer van het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie,» en wordt «naar het gerechtshof te Arnhem,» vervangen door: naar het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie,.

E

In artikel I, onder BB wordt «naar het gerechtshof te Arnhem» vervangen door «naar het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie» en wordt «de militaire kamer van het gerechtshof te Arnhem» vervangen door: de militaire kamer van het gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie,.

F

In artikel I, onder CC, wordt «gerechtshof te Arnhem» vervangen door: gerechtshof, genoemd in artikel 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie.

G

Na artikel II, onderdeel AA, wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

AAa

In artikel 113 wordt «de artikelen 228, 229 of 231» vervangen door: de artikelen 228, eerste en derde lid, of 229.

H

Artikel VI komt te luiden:

Indien de Wet herziening gerechtelijke kaart eerder in werking treedt of is getreden dan deze rijkswet, wordt in artikel I, onder C en H, van deze rijkswet «hoofdplaats» telkens vervangen door: zittingsplaatsen.

I

Artikel VII komt te luiden:

Indien de Wet herziening gerechtelijke kaart later in werking treedt of is getreden dan deze rijkswet, wordt in de artikelen 3, tweede lid, en 8, tweede lid, van de Wet militaire strafrechtspraak «hoofdplaats» telkens vervangen door: zittingsplaatsen.

TOELICHTING

Deze nota van wijziging brengt enkele wijzigingen aan in het rijkswetsvoorstel in verband met de herziening van de gerechtelijke kaart. Daarnaast wordt in het wetsvoorstel een onderdeel ingevoegd dat strekt tot wijziging van artikel 113 van het Wetboek van Militair Strafrecht (verder: MSr). Mede namens de Minister van Defensie licht ik deze wijzigingen als volgt toe.

Onderdelen A tot en met F en H tot en met I

Alle zaken tegen militairen worden in eerste aanleg behandeld door de militaire kamers van de rechtbank te Arnhem. Hoger beroep kan worden ingesteld bij de militaire kamers van het gerechtshof te Arnhem. Met de inwerkingtreding van de Wet herziening gerechtelijke kaart (Stb. 2012, 313) op 1 januari 2013 zal de rechtbank Arnhem opgaan in de rechtbank Oost-Nederland. Het gerechtshof Arnhem zal opgaan in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de plenaire behandeling van de Wet herziening gerechtelijke kaart heeft de Eerste Kamer met algemene stemmen een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht om, samengevat, met spoed een wetsvoorstel in procedure te brengen dat strekt tot de opsplitsing van de rechtbank Oost-Nederland in de rechtbanken Gelderland en Overijssel. Het wetsvoorstel ter uitvoering van de genoemde motie is aanhangig bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2012/13, 33 451, nr. 2).

Tegen deze achtergrond strekken deze aanpassingen ertoe om in de artikelen van de Wet militaire strafrechtspraak die een verwijzing bevatten naar de bevoegde gerechtelijke instanties te verwijzen naar de artikelen 55 en 68 van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin de vorming en samenstelling van de militaire kamers bij de rechtbank en het gerechtshof te Arnhem worden geregeld.

Onderdeel G

Artikel 113 MSr bevat een strafverhoging tot een gevangenisstraf van zes jaren of een geldboete van de vierde categorie ingeval de in dat artikel genoemde misdrijven door een militair in tijd van oorlog zijn gepleegd teneinde het misdrijf van desertie gemakkelijk te maken. Het gaat hier om de valsheidsdelicten als omschreven in de artikelen 111 en 112 MSr en de artikelen 228, 229 en 231 van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr). Onderdeel D van deze nota van wijziging stelt voor in deze opsomming van misdrijven de twee hierna volgende wijzigingen aan te brengen.

Het misdrijf in artikel 228, tweede lid, Sr wordt bedreigd met een maximale gevangenisstraf van zeven jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Omdat deze strafmaat hoger is dan de in artikel 113 MSr gestelde strafverhoging, wordt voorgesteld in artikel 113 enkel nog te verwijzen naar artikel 228, eerste en derde lid, Sr.

Daarnaast is met de inwerkingtreding van de Wet van 21 april 2004 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met bestrijding van fraude en vervalsing niet-chartaal geldverkeer (Stb. 2004, 180) het strafmaximum in artikel 231 Sr verhoogd van vier naar zes jaren gevangenisstraf en van de vierde naar de vijfde geldboetecategorie. Nu artikel 113 MSr daardoor voor dat misdrijf geen strafverhoging meer inhoudt, wordt voorgesteld de verwijzing naar artikel 231 Sr in artikel 113 MSr te laten vervallen.

De minister van Veiligheid en Justitie, I. W. Opstelten