Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333400-X nr. 6

33 400 X Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2013

Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 oktober 2012

Hierbij informeer ik u dat het ministerie van Defensie bij besluit van 12 september 2012 van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) een Natuurbeschermingswetvergunning (Nb-wetvergunning) heeft ontvangen voor laagvliegactiviteiten met militaire helikopters boven of nabij Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten in de militaire helikopterlaagvlieggebieden. Het gaat om deel I van de Nb-wetvergunning voor militaire vliegactiviteiten. De vergunning is ter informatie bij deze brief gevoegd 1). Eerder had ik toegezegd u te informeren als die vergunning zou worden verleend (Kamerstuk 33 000, nr. 70, d.d. 13 februari 2012). In het nog aan te vragen deel II van de vergunning worden de overige militaire vliegactiviteiten betrokken.

Volgens de vergunning mag Defensie per laagvlieggebied jaarlijks een bepaald aantal uren laagvliegen met helikopters. Er is ecologisch getoetst of hiervan negatieve effecten te verwachten zijn op de wettelijk beschermde natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden en de Beschermde Natuurmonumenten. Voor de meeste gebieden kan dat worden uitgesloten, voor een klein aantal Natura 2000-gebieden niet. Voor die laatste categorie is in de vergunning vastgelegd dat niet mag worden gevlogen boven of nabij (delen van) die Natura 2000-gebieden. Dit betreft relatief kleine delen van de totale laagvlieggebieden waardoor deze maatregelen voor Defensie operationeel aanvaardbaar zijn.

Hiermee zijn significante effecten van het laagvliegen met helikopters op de beschermde natuurwaarden in en nabij alle helikopterlaagvlieggebieden uit te sluiten. Het ministerie van EL&I ziet toe op naleving van de Nb-wetvergunning aan de hand van de jaarlijks te ontvangen gebruiksgegevens van het ministerie van Defensie.

De minister van Defensie, J. S. J. Hillen

1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer