Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333400-V nr. 54

33 400 V Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2013

Nr. 54 MOTIE VAN HET LID DE ROON

Voorgesteld 19 december 2012

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het vestigen van Joodse nederzettingen in Samaria en Judea op basis van artikel 6 van het Mandaat voor Palestina in samenhang met artikel 80, lid 1, van het VN-Handvest nog steeds aangemoedigd dient te worden;

overwegende dat duiding van Joodse aanwezigheid in Judea en Samaria als «illegaal» een duidelijk voorbeeld is van politieke vervuiling van internationaal recht;

overwegende dat in veel van die nederzettingen Joden en Arabieren zij aan zij werken en daarmee het schoolvoorbeeld zijn van vreedzame co-existentie;

overwegende dat als die nederzettingen verdwijnen, de vijandigheden tegen Israël drastisch toenemen, zoals in Gaza en Sinaï gebleken is;

overwegende dat VN-lidstaten en dus ook Israël naar internationaal recht over hun eigen volkshuisvestingsbeleid gaan;

verzoekt de regering, de legaliteit van Joodse vestigingen in Judea en Samaria te erkennen en nederzettingen niet langer te betitelen als een obstakel voor vrede,

en gaat over tot de orde van de dag.

De Roon