33 400 IX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën (IX) voor het jaar 2013

C VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 26 oktober 2012

De leden van de vaste commissie voor Financiën1 hebben de brief van de staatssecretaris van Financiën van 18 september 20122 inzake enkele toezeggingen op fiscaal terrein besproken. Zij hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen die zijn opgenomen in de brief aan de staatssecretaris van 5 oktober 2012.

De staatssecretaris heeft op 26 oktober 2012 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Kim van Dooren

BRIEF AAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Den Haag, 5 oktober 2012

De leden van de vaste commissie voor Financiën zeggen u dank voor uw brief d.d. 18 september 2012 inzake enkele toezeggingen op fiscaal terrein. Zij hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.

De commissie is ingenomen dat voor podiumkunsten en beeldende kunsten wederom het verlaagde btw-tarief geldt. De conclusie dat een evaluatie van de effecten van het verhoogde effect op de sector haar opportuniteit verloren heeft delen de leden van de commissie echter niet. Indachtig hetgeen bij meerdere gelegenheden tussen regering en Kamer gewisseld is, alsmede de toezegging die door de minister-president ter zake is gedaan, zou een onderzoek naar de effecten van het verhoogde btw-tarief op de sector passend en dienstig zijn. De leden van de commissie zijn zich ervan bewust dat de relatief korte periode dat de maatregel van kracht is geweest methodische beperkingen met zich meebrengt voor statistisch onderzoek. Wanneer een volledige evaluatie niet mogelijk zou blijken verzoeken de leden van de commissie u een gefundeerde schatting te maken van de effecten die het verhoogde btw-tarief heeft gehad op de sector en deze met de Kamer te delen.

De commissie is verheugd over het voornemen van de regering om de vereiste van een notariële akte te laten vervallen voor aftrek van een periodieke gift wanneer tussen gever en ontvanger een onderhandse schenkingsovereenkomst gesloten wordt. Wel vraagt de commissie u nader in te gaan op de genoemde invoeringstermijn van 2014–2015. Wat is de reden dat een onderhandse akte niet eerder door de Belastingdienst geaccepteerd kan worden? Kunt u aangeven welke mogelijkheden u ziet voor versnelling?

Ten slotte wenst de commissie te markeren dat zij uw opmerkingen over de invoering van de Wet uniformering loonbegrip (ULB) bij de behandeling van het Belastingplan 2013 zal betrekken. Dit geldt in het bijzonder voor de veronderstellingen over de koopkrachteffecten van deze maatregel.

De commissie ziet een reactie op deze brief graag binnen vier weken tegemoet.

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën, P. H. J. Essers

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIEN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 oktober 2012

In uw brief van 5 oktober jl. stellen de leden van de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer enkele vragen over mijn brief d.d. 18 september 20123 inzake enkele toezeggingen op fiscaal terrein.

De commissie is van mening dat een onderzoek naar de effecten van het verhoogde btw-tarief op de podiumkunsten en beeldende kunsten passend en dienstig zou zijn. De leden van de commissie zijn het niet eens met het oordeel van het kabinet dat een evaluatie haar opportuniteit verloren heeft.

Het kabinet is bereid om een evaluatie te ondernemen. Omdat de btw-verhoging slechts één jaar van toepassing was, is het wellicht zelfs beter mogelijk om het geïsoleerde effect van de btw-verhoging te onderscheiden dan wanneer het reguliere btw-tarief van toepassing was gebleven op de podiumkunsten en beeldende kunsten. Daarvoor zijn echter ook cijfers nodig van de periode na de terugkeer naar het lage btw-tarief. Het moment dat de evaluatie ter hand kan worden genomen, zal daardoor nog wel iets langer op zich laten wachten. Ervan uitgaande dat met het onderzoek kan worden begonnen na afloop van een jaar na terugkeer naar het lage btw-tarief, verwacht ik dat het rapport in het voorjaar van 2014 gereed zal zijn.

De commissie is verheugd over het voornemen van het kabinet om de bij een periodieke gift vereiste notariële akte te vervangen door een onderhandse schenkingsovereenkomst tussen gever en ontvanger. Wel vraagt de commissie om nader in te gaan op de genoemde invoeringstermijn van 2014–2015. Zij wil weten wat de reden is dat een onderhandse schenkingsovereenkomst niet eerder door de Belastingdienst geaccepteerd kan worden en of er mogelijkheden zijn tot versnelling.

Bij het voornemen om de notariële akte te vervangen door een onderhandse schenkingsovereenkomst is gekozen voor een zorgvuldig voorbereidings- en invoeringstraject, met voldoende ruimte voor overleg met de goededoelensector en de verenigingswereld.

De instellingen die periodieke giften ontvangen moeten voldoende tijd krijgen om in hun administratie de nodige voorzieningen te treffen om gebruik te kunnen gaan maken van de onderhandse schenkingsovereenkomst. In verband hiermee zou implementatie van de onderhandse schenkingsovereenkomst voor periodieke giften als alternatief voor de notariële akte op zijn vroegst per 2014 gerealiseerd kunnen worden.

Ik verwacht hiermee uw vragen voldoende te hebben beantwoord.

De staatssecretaris van Financiën, F. H. H. Weekers


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Terpstra (CDA), Noten (PvdA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA) (voorzitter), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP) Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Boer (GL), De Lange (OSF), Sent (PvdA), Postema (PvdA), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD) (vice-voorzitter), Vac. (VVD), Bröcker (VVD) Kok (PVV)

X Noot
2

EK 33 400 IX, A

X Noot
3

Kamerstukken I 2012/13, 33 400-IX, A.

Naar boven