Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 juni 2013
Tijdens het algemeen overleg met de vaste commissie Koninkrijksaangelegenheden van
16 april jl. heb ik toegezegd de Tweede Kamer te informeren indien er berichten zijn
van ambtenaren in Nederlandse dienst op Sint Maarten die wijzen op corruptie e.d.
(Kamerstuk 33 400 IV, nr. 28). Tijdens het debat werd ook geïnformeerd of er bij het ministerie van BZK informatie
voorhanden is van Nederlandse ambtenaren die bij of voor de overheid van Sint Maarten
hebben gewerkt. Over beide onderwerpen meld ik u het volgende.
Op Sint Maarten zijn Nederlandse rijksambtenaren werkzaam bij de Vertegenwoordiging
van Nederland. De vertegenwoordiging behartigt de belangen van het land Nederland
bij de andere Koninkrijkslanden, rapporteert aan het ministerie van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties in meer algemene zin over achtergronden bij ontwikkelingen
in de andere Koninkrijkslanden, en vormt de spreekbuis van de Nederlandse regering
ter plaatse. De rapportages van de vertegenwoordiging aan de minister van BZK kunnen
vergeleken worden met berichten van Nederlandse ambassades aan de minister van Buitenlandse
Zaken.
Openbaarmaking van dergelijke notities schaadt de betrekkingen van Nederland met andere
staten en met internationale organisaties. Het is voor de medewerkers van de vertegenwoordiging
van groot belang in vertrouwen te kunnen praten met inwoners van de landen. Niet alleen
vanwege de eigen informatiepositie, maar ook in het belang van de bronnen zelf. De
rapportages van de vertegenwoordiging dienen gezien te worden als interne advisering
en informatievoorziening aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De inhoud van deze rapportages vormt integraal onderdeel van de beleidsvorming en
wordt meegenomen bij het opstellen van brieven aan uw Kamer en antwoorden op Kamervragen.
Waar het gaat om het uitoefenen van toezicht op de gang van zaken in het land Sint
Maarten zijn afspraken neergelegd in de consensusrijkswetten en in een Algemene Maatregel
van Rijksbestuur. Daartoe zijn afzonderlijke onafhankelijke colleges en commissies
in het leven geroepen die belast zijn met de uitvoering van het toezicht, namelijk
het College Financieel Toezicht en de voortgangscommissies voor de uitvoering van
de plannen van aanpak. Deze rapporteren periodiek aan de regering van het land Sint
Maarten, aan de minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en aan de Rijksministerraad.
Uw Kamer wordt hierover regelmatig geïnformeerd.
Naast Nederlandse rijksambtenaren zijn er West-Europese Nederlanders op Sint Maarten
werkzaam als ambtenaar onder de verantwoordelijkheid van de Sint Maartense autoriteiten.
Een deel hiervan is op eigen initiatief voor de Sint Maartense overheid gaan werken
en heeft dus dientengevolge geen relatie meer – formeel noch informeel – met Nederland.
Daarnaast zijn er ambtenaren in dienst van Nederlandse overheidsinstanties, die tijdelijk
aan Sint Maarten ter beschikking zijn gesteld, onder meer via detacheringconstructies.
Ook zij werken onder de verantwoordelijkheid van lokale autoriteiten. Voornoemde categorieën
ambtenaren zijn door hun dienstverband of ter beschikbaarstelling verantwoording schuldig
aan de regering van Sint Maarten en niet aan Nederland. Van een systematische debriefing
na ommekomst van het Sint Maartense contract is geen sprake. Wel wordt met het oog
op de continuïteit de opgedane kennis aan eventuele opvolgers door gegeven, maar dit
vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de regering van Sint Maarten.
Naast voornoemde ambtenaren, worden medewerkers van de Koninklijke Marechaussee vanuit
een flexibel inzetbare pool ter beschikking gesteld aan Sint Maarten en Curaçao. Zij
ondersteunen de lokale diensten en vallen daarbij onder het gezag van de Minister
van Justitie van het betreffende land. Een evaluatie van de inzet vanuit de flexibele
pool Koninklijke Marechaussee wordt op korte termijn aan uw Kamer verzonden.
In de afgelopen jaren heeft er op Sint Maarten een aantal zaken gespeeld die de integriteit
van het openbaar bestuur raakten. Sommige van deze zaken zijn aangedragen door ambtenaren
werkzaam voor de overheid op Sint Maarten. Deze zijn door hen aanhangig gemaakt bij
het openbaar ministerie op Sint Maarten en daarover is in de lokale pers publiekelijk
gerapporteerd. Incidenteel zijn er burgers of ambtenaren in de Caribische landen van
het Koninkrijk, die zaken onder de aandacht van Nederland brengen, bijvoorbeeld via
een van de vestigingen van de Nederlandse Vertegenwoordiging van Aruba, Curaçao en
Sint Maarten. De vertegenwoordiging adviseert desgewenst over de wegen die voor deze
personen open staan om hun grieven naar voren te brengen. Daarbij zijn de in het Statuut
voor het Koninkrijk der Nederlanden vastgelegde verhoudingen tussen de landen binnen
het Koninkrijk bepalend.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk