Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 6 juni 2013
Bij de regeling van werkzaamheden in uw Kamer op 5 juni is gevraagd om een brief van
het kabinet op 6 juni met een reactie op de resolutie «Een vitale, lokale samenleving»
die is aanvaard tijdens de Algemene Ledenvergadering van de VNG op 5 juni. Daarbij
heeft uw Kamer gevraagd om speciale aandacht voor de houdbaarheid van het sociaal
akkoord en het zorgakkoord.
Het kabinet heeft kennis genomen van de resolutie die de leden van de VNG hebben aanvaard.
Het is positief dat gemeenten zich helder hebben uitgesproken voor decentralisatie
van de taken in het sociale domein en dat zij hebben aangeven graag in gesprek te
willen gaan met het kabinet.
De uitkomst van het congres van de VNG sluit aan bij de brief aan uw Kamer van 30 mei
2013. Daarin is gesteld dat een delegatie van het kabinet op 28 mei bestuurlijk overleg
heeft gevoerd met de VNG. Daarin is constructief en indringend gesproken over de decentralisatieagenda.
Conform afspraak uit dit bestuurlijk overleg zal het kabinet het bestuurlijk overleg
met de VNG na het congres voortzetten. Het kabinet is voornemens om in overleg met
VNG en gemeenten de decentralisaties nader uit te werken in het verlengde van het
sociaal akkoord en het zorgakkoord. De uitwerking van de akkoorden vindt gezamenlijk
plaats, dus met gemeenten, sociale partners en het kabinet in lijn met de afspraken
daarover (zie de brief van het kabinet over het sociaal akkoord van 11 april en de
brief over het zorgakkoord van 24 april jongstleden).
Het is een goede zaak dat de openstaande punten van gemeenten op tafel komen. Het
zorgakkoord en het sociaal akkoord bevatten afspraken op hoofdlijnen, waarvan in de
akkoorden zelf ook is voorzien dat die nadere uitwerking vergen, onder andere met
de gemeenten. Dat betreft bijvoorbeeld de vorming van werkbedrijven, de baangarantie,
de inrichting van loonkostensubsidie, de uitwerking van de quotumwet, een nieuwe Wmo
en monitoring van gemaakte afspraken. Dat de gemeenten ten aanzien van deze nadere
uitwerking aandachtspunten aandragen, ziet het kabinet als aansporing om met elkaar
in gesprek te gaan.
Betrokkenheid van sociale partners bij de versterking van het regionale arbeidsmarktbeleid
en voor het creëren van kansen voor mensen met een arbeidsbeperking is belangrijk.
De afspraken in het sociaal akkoord over de baangarantie en de vorming van 35 werkbedrijven
geven gemeenten en sociale partners de kans om deze kansen concreet in te vullen.
De resolutie onderstreept dat snel gestart moet worden met de nadere uitwerking, onder
andere in de Werkkamer voor wat betreft essentiële punten zoals werkbedrijven en het
concretiseren van afspraken tussen sociale partners en gemeenten over de baangarantie.
Het kabinet is nauw betrokken en ziet dit overleg met vertrouwen tegemoet.
De VNG vraagt terecht aandacht voor de betrokkenheid bij de uitvoering van de plannen
rondom de jeugdzorg en de langdurige zorg. Het kabinet is ervan doordrongen dat een
succesvolle decentralisatie en transitie alleen plaats kan vinden op basis van heldere
afspraken en in goed overleg met gemeenten over zowel de transitie als het perspectief
op langere termijn.
Het kabinet is zich er van bewust dat het in april gesloten zorgakkoord ook gevolgen
heeft voor gemeenten. Aan de ene kant wordt met het verzachten van de maatregelen
uit het Regeerakkoord op het gebied van de huishoudelijke hulp en het extramuraliseren
van ZZP’s tegemoet gekomen aan belangrijke bezwaren van gemeenten bij de plannen voor
de hervorming van de langdurige zorg zoals deze in het regeerakkoord stonden. Hiermee
is een structurele verhoging van 530 mln. op het gemeentefonds ten opzichte van het
regeerakkoord gemoeid. Het kabinet heeft begrip voor het feit dat gemeenten aandacht
vragen voor een ander besluit uit het zorgakkoord, namelijk dat in 2014 incidenteel
89 mln. ten laste komt van het gemeentefonds ten opzichte van het regeerakkoord. Hoewel
gemeenten op langere termijn substantieel meer middelen krijgen om de langdurige zorg
goed uit te voeren zal het kabinet met de VNG het gesprek over dit knelpunt in het
brede kader van de financiële besluitvorming in augustus voortzetten. De conditie
dat gemeenten over de noodzakelijke beleidsruimte en instrumenten moeten kunnen beschikken
en dat er proportioneel toezicht moet zijn sluit aan bij de visie op de langdurige
ondersteuning en zorg en wordt thans in nauw overleg met de VNG uitgewerkt in een
wetsvoorstel voor een nieuwe Wmo.
De nadere uitwerking van de afspraken uit het zorgakkoord en het sociaal akkoord in
de decentralisaties zal in nauwe samenwerking met VNG, gemeenten en sociale partners
plaatsvinden. Het kabinet is gaarne bereid om daarbij de punten uit de resolutie te
betrekken. Het kabinet zal uw Kamer over de nadere uitwerking informeren.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
L.F. Asscher