33 348 Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming)

Nr. 61 AMENDEMENT VAN HET LID VAN VELDHOVEN

Ontvangen 15 juni 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 1.10, tweede lid, wordt na «Met het oog op het eerste lid dragen» ingevoegd: , gecoördineerd door Onze Minister,.

Toelichting

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw is ingezet op de geleidelijke realisatie van een samenhangend netwerk van onderling verbonden natuurgebieden, de Ecologische Hoofd Structuur (EHS). Een belangrijk deel van deze opgave is intussen gerealiseerd of in ontwikkeling. De grondgedachte achter de EHS is dat door het ecologisch aaneenschakelen van natuurgebieden grotere aaneengesloten leefgebieden ontstaan en een netwerk waarin soorten kunnen migreren. Daarmee wordt aan een belangrijke voorwaarde voldaan voor herstel van de biodiversiteit.

Omwille van een beter begrip in de samenleving is de abstracte technische term Ecologische Hoofd Structuur inmiddels verlaten en is gekozen voor het begrip Natuurnetwerk Nederland.

De indiener acht het in het licht van het voorgaande van groot belang dat helder wordt uit de wet dat het Rijk een systeemverantwoordelijkheid kent voor het Natuurnetwerk, inclusief de verbindingszones. Het betreft immers niet voor niets een «Nationaal» Natuurnetwerk. Deze systeemverantwoordelijkheid komt volgens de indiener slechts gedeeltelijk tot uiting met het aanwijzen door de Minister van Natura 2000-gebieden. Ook gebieden anders dan Natura 2000-gebieden kunnen onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk. In de wet staat opgenomen dat deze categorie gebieden enkel door provincies aangewezen worden.

Gezien het nationale karakter van het Natuurnetwerk is de indiener van mening dat de Minister vanuit de systeemverantwoordelijkheid van het Rijk ten minste een coördinerende rol dient te vervullen in het kader van de totstandkoming en instandhouding van het Natuurnetwerk, inclusief de verbindingszones.

Dit amendement voorziet daarom in een toevoeging onder artikel 1.10 lid 2, waarmee aan de Minister een coördinerende rol wordt toegekend t.a.v. de totstandkoming en instandhouding van het Nationale Natuurnetwerk, inclusief de verbindingszones. Daarbij onderstreept de indiener, dat het Rijk geen inhoudelijke rol op zich zal nemen ten aanzien van het beheer van de gebieden.

Van Veldhoven

Naar boven