Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533348 nr. 108

33 348 Regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming)

Nr. 108 AMENDEMENT VAN HET LID GEURTS

Ontvangen 25 juni 2015

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel 3.17, derde lid, wordt «na overleg» vervangen door: in overeenstemming.

Toelichting

De indiener beoogt de provincies te laten meebeslissen bij het aanwijzen van invasieve exoten. Het delen van deze bevoegdheid past bij de decentralisatie van het natuurbeleid. De provincies worden verantwoordelijk voor de bestrijding van door de Minister aan te wijzen invasieve exoten. Dit betreft een inspanningsverplichting om de aantallen hiervan zoveel mogelijk terug te brengen.

De kosten hiervoor moeten door provincies gedragen worden binnen de middelen die zij beschikbaar hebben voor de uitvoering van deze wet. Ook moeten de provincies over effectieve instrumenten kunnen beschikken om de bestrijding van de door de Minister aan te wijzen soorten effectief ter hand te nemen.

Welke kosten hiermee zijn gemoeid en welke bestuurlijke en juridische instrumenten provincies hiervoor nodig hebben, is echter in hoge mate afhankelijk van de vraag welke invasieve exoten in dit verband door de Minister worden aangewezen.

Daarnaast is het van belang dat de provinciale middelen voor uitvoering van de wet, zodanig evenwichtig door hen kunnen worden ingezet dat daarmee maximaal wordt bijgedragen aan de biodiversiteitsdoelen die aan de wet ten grondslag liggen. Buitensporige kosten voor de bestrijding van invasieve exoten kunnen daarom ten koste gaan van uitvoering van andere provinciale taken gericht op de realisering van deze doelen.

In verband met de samenhang tussen aanwijzing van invasieve exoten door de Minister, de financiële en instrumentele mogelijkheden van provincies om hun verantwoordelijkheid voor bestrijding daarvan waar te kunnen maken en de betekenis daarvan voor de mogelijkheden van provincies om de andere wettelijke taken in dit verband adequaat te kunnen uitvoeren, ligt het in de rede dat tussen de Minister en de provincies overeenstemming over de vaststelling van de door provincies te bestrijden invasieve exoten op basis van een evenwichtig afweging. Met het voorgestelde amendement wordt een dergelijke overeenstemming geborgd.

Geurts