33 346 Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met een uitbreiding van de reikwijdte van de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten en de verhoging van de keuringsleeftijd voor oudere rijbewijshouders

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de reikwijdte van de recidiveregeling voor ernstige verkeersdelicten uit te breiden met het rijden onder invloed van drugs en dat het wenselijk is de keuringsleeftijd voor oudere rijbewijshouders te verhogen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wegenverkeerswet 1994 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9, negende lid, aanhef wordt «een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets,» vervangen door: een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, niet zijnde een bromfiets,.

B

In artikel 115, eerste lid, wordt «131 tweede lid,» vervangen door: «131, tweede lid» en wordt «180, derde lid,» vervangen door: 180, vierde lid,.

C

Artikel 122, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt «60 jaren» vervangen door: 65 jaren.

2. Onderdeel b komt te luiden:

  • b. 65 jaren doch nog niet die van 70 jaren heeft bereikt, geldig vanaf de in het rijbewijs vermelde datum van afgifte tot de dag waarop hij de leeftijd van 75 jaren bereikt.

3. In onderdeel c wordt «65 jaren» vervangen door: 70 jaren.

D

Artikel 123b, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Onverminderd de artikelen 123, eerste lid, en 123a verliest een rijbewijs zijn geldigheid voor alle categorieën waarvoor het is afgegeven en voor de resterende duur van de geldigheid, indien de houder bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak als bestuurder van een motorrijtuig voor het besturen waarvan een rijbewijs is vereist, is veroordeeld wegens overtreding van:

    • a. artikel 6, voor zover de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in:

      • 1°. artikel 8, eerste lid, dan wel voor zover de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid;

      • 2°. artikel 8, tweede, derde of vierde lid, en het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht dan wel het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed, dan wel voor zover de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid;

      • 3°. artikel 8, vijfde lid, dan wel voor zover de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, zesde, achtste of negende lid;

    • b. artikel 8, eerste lid;

    • c. artikel 8, tweede, derde of vierde lid, indien het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht dan wel het alcoholgehalte van zijn bloed bij een onderzoek hoger blijkt te zijn dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;

    • d. artikel 8, vijfde lid, of

    • e. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid,

      een en ander voor zover ten tijde van het begaan van het strafbare feit nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de houder als bestuurder van een motorrijtuig onherroepelijk is veroordeeld wegens overtreding van

      • 1°. artikel 6, voor zover de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid, dan wel voor zover de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid,

      • 2°. artikel 8, eerste, tweede, derde, vierde of vijfde lid,

      • 3°. artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid.

E

In artikel 131, tweede lid, onderdelen b en c, wordt «artikel 130, derde lid,» telkens vervangen door: artikel 130, tweede lid,.

F

In artikel 134, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 134, zevende lid, onderdeel a,» vervangen door: artikel 134, zevende lid,.

G

In artikel 161, eerste lid wordt «132b, tweede lid, en 134, vierde lid,» vervangen door: 132b, tweede lid, 134, vierde lid,.

H

Artikel 164 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid onderdeel a wordt «artikel 131, derde lid, onderdeel a,» vervangen door: artikel 131, tweede lid, onderdeel a,.

2. In het zesde lid, wordt «aan betrokkene» vervangen door «aan de houder», wordt na «een der artikelen 120, derde lid,» ingevoegd «123b, vierde lid,» en wordt «180, derde lid,» vervangen door: 180, vierde lid,.

I

In artikel 168 wordt «vierde, vijfde en zesde lid,» vervangen door: vierde, vijfde en zevende lid,.

J

In artikel 169, tweede lid, wordt «artikel 160, zesde lid,» vervangen door: artikel 160, zevende lid,.

K

In artikel 177, eerste lid, onderdeel b, wordt «artikel 131, derde lid, onderdeel b,» vervangen door: artikel 131, tweede lid, onderdeel b, en wordt na «132, vijfde lid,» ingevoegd:132b, tweede lid, 134, vierde lid,.

L

In artikel 180, vijfde lid wordt na «ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd, ten aanzien waarvan» vervangen door « ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften de inlevering is gevorderd of ten aanzien waarvan» en wordt «180, derde lid,» vervangen door: 180, vierde lid,.

ARTIKEL II

Artikel 123b, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is niet van toepassing op voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet begane strafbare feiten, voor zover deze feiten betreffen een overtreding van:

  • a. artikel 6, voor zover de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, eerste of vijfde lid, dan wel voor zover de schuldige na het feit niet heeft voldaan aan een bevel, gegeven krachtens artikel 163, zesde, achtste of negende lid, om mee te werken aan een onderzoek naar het gebruik van de rijvaardigheid beïnvloedende stoffen anders dan alcohol;

  • b. artikel 8, eerste of vijfde lid, of

  • c. artikel 163, zesde, achtste of negende lid, voor zover het betreft het niet meewerken aan een onderzoek naar het gebruik van de rijvaardigheid beïnvloedende stoffen anders dan alcohol.

ARTIKEL III

Aanvragen tot afgifte van een rijbewijs dat geldig is voor de categorie of categorieën waarop de aanvraag betrekking heeft die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet, worden behandeld overeenkomstig de tot dit tijdstip bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bepalingen.

ARTIKEL IV

Aanvragen tot afgifte van een vervangend rijbewijs als bedoeld in artikel 120 van de Wegenverkeerswet 1994 dat geldig is voor de categorie of categorieën waarop de aanvraag betrekking heeft die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel C, van deze wet, worden na dit tijdstip behandeld overeenkomstig de tot dit tijdstip bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde bepalingen.

ARTIKEL V

Indien artikel I, onderdeel I, van de wet van 26 januari 2012 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de implementatie van de derde rijbewijsrichtlijn (Stb. 2012, 39) eerder eerder in werking treedt of is getreden dan artikel I, onderdeel C, van deze wet, dan vervalt artikel I, onderdeel C, van deze wet.

ARTIKEL VI

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van de artikelen I, onderdelen A, B, en E tot en met L, en artikel V, die in werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet is geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

Naar boven