33 330 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (huurverhoging op grond van een tweede categorie huishoudinkomens)

Nr. 63 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN EN RIJKSDIENST

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2013

In mijn brief van 13 februari 2013 (Kamerstuk 32 847, nr. 42) is aangekondigd dat huishoudens waarvan de huurder of een ander lid van dat huishouden gehandicapt of chronisch ziek is op die grond bezwaar kunnen maken tegen de inkomensafhankelijke huurverhoging als gevolg van een voorstel als bedoeld in artikel 7:252a, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Hiervoor is gekozen nu van die huishoudens niet kan worden verwacht dat zij doorstromen naar een andere woning. De Minister wijst op grond van artikel 7:252a, zesde lid, aanhef en onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek die huishoudens aan.

In het plenaire debat van het wetsvoorstel «inkomensafhankelijke huurverhoging» (33 330) met uw Kamer heb ik toegezegd u de regeling te doen toekomen. Bijgaand bied ik u de regeling aan.1

De regeling zal voor 1 mei in de Staatscourant worden gepubliceerd en op 1 mei 2013 in werking treden, zodat de huurders die het betreft vanaf dan op grond van deze regeling bezwaar kunnen maken tegen een voorstel tot inkomensafhankelijke huurverhoging bij een huishoudinkomen dat meer bedraagt dan € 33.614.

De meeste verhuurders stellen hun jaarlijkse huurverhoging namelijk per 1 juli voor. In de gevallen dat verhuurders dat doen, moeten zij het voostel daartoe voor 1 mei bij de huurder indienen waarna de huurder tot 1 juli de tijd heeft om een bezwaarschrift bij de verhuurder in te dienen. Ik vraag u derhalve uw zienswijze voor 1 juli 2013 kenbaar te maken.

De minister voor Wonen en Rijksdienst, S.A. Blok


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer

Naar boven