Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201533328 nr. 16

33 328 Voorstel van wet van de leden Voortman en Schouw houdende regels over de toegankelijkheid van informatie van publiek belang (Wet open overheid)

Nr. 16 BRIEF VAN DE COLLEGEVOORZITTER VAN ACTAL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 december 2014

Momenteel ligt het initiatiefwetsvoorstel Open overheid voor ter behandeling in de Tweede Kamer (Kamerstuk 33 328, nr. 10). Dit voorstel dient ter vervanging van de huidige Wet openbaarheid van bestuur. Actal, het Adviescollege toetsing regeldruk, heeft onder andere als taakopdracht om regering of beide kamers der Staten-Generaal te adviseren naar aanleiding van signalen uit de samenleving over mogelijkheden om de regeldruk te verminderen of te beperken. In deze brief berichten wij u over de signalen die wij vanuit het bedrijfsleven hebben ontvangen over de mogelijke regeldruk-effecten van het wetsvoorstel Open overheid. De strekking van deze signalen is dat het voorstel mogelijk grote gevolgen heeft op de regeldruk van bedrijven en instellingen. Wij adviseren om de gevolgen in beeld te brengen en bij de behandeling van het wetsvoorstel rekening te houden met deze gevolgen. Het gaat daarbij om de volgende aangedragen signalen:

Semipublieke instellingen binnen de reikwijdte van de wet

Met het wetsvoorstel Wet open overheid komen in tegenstelling tot de huidige Wet openbaarheid van bestuur, privaatrechtelijke rechtspersonen met een publieke taak binnen de reikwijdte van de wet te vallen. Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke privaatrechtelijke rechtspersonen met een publieke taak of waarvan de overheid meerderheidsaandeelhouder is, moeten voldoen aan de verplichtingen uit de wet. Ook rechtspersonen die een subsidie van meer dan € 100.000,– per jaar ontvangen, kunnen bij algemene maatregel van bestuur worden aangewezen om aan de openbaarmakingsplicht te voldoen. De bij algemene maatregel van bestuur aangewezen rechtspersonen moeten de informatie over de besteding van de bekostiging, de uitvoering van de taak of de totstandkoming van besluitvorming aanleveren aan het daartoe aangewezen bestuursorgaan. Deze nieuwe verplichtingen uit het wetsvoorstel veroorzaken mogelijk aanzienlijke regeldruk voor de betreffende rechtspersonen.

Vervallen absolute geheimhouding heeft regeldrukeffecten

In het wetsvoorstel Wet open overheid is geen uitzonderingsgrond, zoals opgenomen in artikel 10 lid 2 sub g Wob, voor de absolute geheimhouding van bedrijfs- en fabricagegegevens opgenomen. Het vervallen van deze absolute geheimhouding heeft regeldrukeffecten voor het bedrijfsleven. Hiermee is in principe namelijk alle informatie openbaar, tenzij er sprake is van een onevenredige benadeling. De betreffende rechtspersonen moeten hierdoor per geval aantonen of er sprake is van onevenredige benadeling. Daarnaast is in de wettekst geen nadere toelichting gegeven op de definitie van onevenredige benadeling. De onduidelijkheid die dit tot gevolg heeft, kan tot rechtsonzekerheid leiden. Bovendien is niet denkbeeldig dat het voor de betreffende rechtspersonen moeilijk is om aan te tonen dat er bij openbaarmaking van de gegevens sprake is van onevenredige benadeling. Dit leidt mogelijk tot een toenemende gang naar de rechter. Hiermee hebben de onduidelijke uitzonderingsgronden in het wetsvoorstel naar verwachting gevolgen voor de regeldruk van de betrokken rechtspersonen.

Openbaar toegankelijk register met bedrijfsgegevens leidt tot regeldruk.

In het wetsvoorstel moet alle bij de overheid aanwezige informatie in een openbaar toegankelijk register worden opgenomen. De rechtspersonen die het betreft, verstrekken frequent informatie aan de overheid, waarbij zij nu niet vooraf bedacht hoeven te zijn op eventuele openbaarmaking. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om voortgangsrapportages en onderzoeksgegevens. Gelet op de mogelijkheid van openbaarmaking zullen de rechtspersonen zelf meer tijd en aandacht moeten besteden aan de vraag welke informatie zij aan de overheid kunnen verstrekken en welke informatie te zeer bedrijfsvertrouwelijk is om te verstrekken. Zo vindt mogelijk extra redactie van de informatie plaats, om eventuele bedrijfsvertrouwelijke informatie te verwijderen of anonimiseren. Voor de betrokken partijen betekent dit dat zij aanvullende handelingen moeten verrichten en daarmee extra regeldruk.

De door de betreffende rechtspersonen aan de overheid aangeleverde kennis kan zeer specifiek, technisch en specialistisch van aard zijn. Veel van die informatie is niet altijd zonder voorkennis en duiding te lezen en te begrijpen. De openbaarmaking van deze informatie leidt hierdoor mogelijk tot discussies en aanvullende vragen. Het is niet ondenkbaar dat zij aanvullende kosten moet maken om de informatie toe te lichten en aanvullende gegevens moeten overleggen.

Tot slot

De bovengenoemde signalen vormen een sterke indicatie dat het wetsvoorstel leidt tot extra regeldruk voor de privaatrechtelijke rechtspersonen die het betreft. Het is van belang deze regeldruk bij de behandeling van het voorstel te betrekken, zodat kan worden bepaald of zij proportioneel is ten opzichte van het doel van het wetsvoorstel. De extra regeldruk is momenteel echter (nog) niet in beeld gebracht.

Wij adviseren om de regeldruk alsnog in beeld te laten brengen en mee te laten wegen bij de behandeling van het voorstel Wet open overheid.

Een afschrift van dit advies is gestuurd naar de beleidsverantwoordelijke bewindspersoon, i.c.

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

Hoogachtend,

Voorzitter, J. ten Hoopen

Secretaris, R.W. van Zijp