Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433318 nr. 10

33 318 Wijziging van enkele socialezekerheidswetten in verband met vereenvoudiging van de uitvoering van deze wetten door de Sociale verzekeringsbank (Wet vereenvoudiging regelingen SVB)

Nr. 10 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 22 november 2013

In de Wet vereenvoudiging regelingen SVB1 is voorzien in de integratie van de halfwezenuitkering met de nabestaandenuitkering. Vanaf 1 juli 2013 geldt voor de nieuwe instroom in de Algemene nabestaandenwet dat een alleenstaande ouder met een kind jonger dan 18 jaar recht heeft op een uitkering ter hoogte van 90% van het netto referentieminimumloon. Voor het zittende bestand is de maatregel per 1 oktober 2013 ingegaan.

Bij de berekening van de hoogte van de nieuwe hoge nabestaandenuitkering van 90% zijn de bruto nabestaandenuitkering van 70% en de halfwezenuitkering van 20% abusievelijk bij elkaar geteld, in plaats van deze opnieuw te berekenen, zoals in de Algemene nabestaandenwet is voorgeschreven. Dit heeft er toe geleid dat er bij de brutering met te weinig loonheffing rekening is gehouden, waardoor de nabestaandenuitkering van 90% bruto te laag is vastgesteld. Per saldo gaat het om circa € 23 bruto per maand (zie tabel 1). Ik heb met de SVB afgesproken dat dit zo spoedig mogelijk met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2013 gerepareerd zal worden.

Tabel 1:

Nabestaandenuitkering

Bruto bedrag per maand

Verschil

Huidige betaling

€ 1.369,86

Beoogde betaling

€ 1.392,45

€ 22,59

De betreffende uitkeringsgerechtigden zullen per beschikking op de hoogte worden gesteld van deze nabetaling en het correcte bruto maandbedrag. De uitkeringslasten van het herstellen van de foutieve berekeningswijze bedragen cumulatief circa drie miljoen euro en beperken zich tot 2013 en 2014. Met ingang van 2015 wordt namelijk in het wetsvoorstel hervorming kindregelingen voorgesteld dat de aanvulling van 20% voor alleenstaande ouders in de minimumregelingen wordt vervangen door een alleenstaande ouderkop in het kindgebonden budget. De tegenvaller van 3 miljoen wordt ingepast in de begroting van SZW.

Daarnaast is bij de invoering van de Wet vereenvoudiging regelingen SVB een omissie in de Algemene nabestaandenwet geslopen. Bij de bepaling van de hoogte van de bruto nabestaandenuitkering van 90% wordt namelijk op grond van de huidige redactie alleen rekening gehouden met de algemene heffingskorting, terwijl voor alleenstaande ouders ook rekening gehouden zou moeten worden met de alleenstaande ouderkorting. Dit is een omissie; bij alle minimumregelingen voor alleenstaande ouders wordt wel rekening gehouden met de alleenstaande ouderkorting. Hierdoor is onbedoeld een ongewenste ongelijkheid ontstaan met die andere minimumregelingen. Deze omissie wordt derhalve in een (spoed)wetsvoorstel hersteld met terugwerkende kracht (tot en met 1 juli 2013). Dit wetsvoorstel verwacht ik begin volgend jaar aan uw Kamer te kunnen aanbieden. Ik vraag de SVB te anticiperen op deze wetswijziging.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. Klijnsma


X Noot
1

Kamerstuk 33 318, nr. 2