33 282 Wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit ter uitvoering van de derde roamingverordening

A BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2012

Het wetsvoorstel tot wijziging van de Telecommunicatiewet en de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit ter uitvoering van de derde roamingverordening (Kamerstukken II, 33 282) is op 30 mei jl. bij de Tweede Kamer ingediend. Inmiddels staat het wetsvoorstel in de agenda van de Tweede Kamer van donderdag 14 juni a.s. als hamerstuk geagendeerd. De reden om dit wetsvoorstel reeds onder uw aandacht te brengen, is dat dit wetsvoorstel ertoe strekt om de toezichthoudende taak van de OPTA op het gebied van roaming ook na 30 juni a.s. te continueren.

In de Telecommunicatiewet en de Wet OPTA is OPTA aangewezen als de instantie die toezicht houdt op de roamingverordening. De roamingverordening wordt op dit moment in beide wetten gedefinieerd door te verwijzen naar het nummer van de eerste twee roamingverordeningen. Omdat de derde roamingverordening de eerdere twee verordeningen volledig vervangt en derhalve een nieuw nummer krijgt moet de definitie in de Telecommunicatiewet en de Wet OPTA worden aangepast om ervoor te zorgen dat OPTA haar toezicht kan voortzetten na 30 juni a.s..

Hoewel de derde roamingverordening rechtstreeks doorwerkt in Nederland en de ondernemingen die erdoor worden geraakt (aanbieders van mobiele telecomdiensten) dus verplicht zijn om zich er aan te houden is het belangrijk dat OPTA handhavend kan optreden als dit niet gebeurt. Daarom is het belangrijk dat de definitie van «roamingverordening» in de Telecommunicatiewet en de Wet OPTA voor 1 juli a.s. is aangepast. Op die datum vervallen de eerste twee verordeningen en treedt de derde roamingverordening in werking.

Het wetsvoorstel strekt er uitsluitend toe om het toezicht van OPTA voort te kunnen zetten en is voortzetting van staand beleid.

De tekst van de derde roamingverordening is pas op 30 mei jl. vastgesteld en is nog niet gepubliceerd. Het was daardoor niet mogelijk om – rekening houdend met de mededeling dat U alleen wetsvoorstellen die vóór 26 april jl. in de Tweede Kamer aanvaard zijn nog voor het zomerreces plenair zou kunnen behandelen – het wetsvoorstel eerder in te dienen bij de Tweede Kamer.

Gelet op de datum van 1 juli a.s., de verplichting om tijdig uitvoering te geven aan EU-regelgeving en de beleidsarme inhoud van het wetsvoorstel doe ik derhalve een beroep op u om te bezien of u op het moment dat de Tweede Kamer heeft ingestemd met dit wetsvoorstel, met spoed kunt overgaan tot behandeling van dit wetsvoorstel. Plenaire behandeling van dit wetsvoorstel vóór het zomerreces zou om bovengenoemde redenen bijzonder gewaardeerd worden.

Wetende dat Uw Kamer steeds bereid is om zich in te zetten voor een spoedige behandeling van wetsvoorstellen, o.a. wanneer er sprake is van Europeesrechtelijke verplichtingen, vertrouw ik erop dat mijn verzoek bij U in goede handen is.

De minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, M. J. M. Verhagen

Naar boven