Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201733278 nr. 6

33 278 Interdepartementaal Beleidsonderzoek: Universitair Medische Centra (UMC's)

Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2017

Hierbij stuur ik u zoals toegezegd1 de Tussenrapportage TopZorg: een analyse van zeer specialistische zorg en wetenschappelijk onderzoek in drie niet-umc’s (iBMG, december 2016)2. TopZorg is in 2014 gestart met als doel om inzichtelijk te maken of de combinatie van specifieke vormen van zorg met wetenschappelijk onderzoek in niet-umc’s in aanmerking komt voor bijzondere financiering3.

Met TopZorg wordt voor een periode van 4 jaar (2014–2018) de combinatie van zeer specialistische zorg met wetenschappelijke onderzoek en onderwijs gefinancierd in het St. Antonius ziekenhuis te Nieuwegein, het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis te Tilburg en het Oogziekenhuis te Rotterdam.

Om te kunnen beoordelen of de doelstellingen van TopZorg worden behaald, wordt geëvalueerd welke zorg, wetenschappelijk onderzoek en opleiding/onderwijs de ziekenhuizen aanbieden en hoe ze dit doen, in hoeverre dit vergelijkbaar is met andere niet-umc’s en umc’s en wat de opbrengsten zijn vanuit maatschappelijk perspectief.

Uit de tussenevaluatie blijkt dat TopZorg voortbouwt op de specialistische functie die de ziekenhuizen historisch gezien al hadden en die ze op uiteenlopende wijzen bekostigden. Het gaat hierbij om 5 specifieke domeinen: hart en long (St. Antonius ziekenhuis), neuro en trauma (Elisabeth-TweeSteden ziekenhuis) en oog (Oogziekenhuis). Conclusie tot nu toe is dat TopZorg, in alle drie de ziekenhuizen, de samenhang heeft versterkt tussen onderzoeksprojecten en tussen onderzoek en zorg, zorgt voor een professionalisering van de onderzoekscultuur en -infrastructuur, kennisdeling met andere professionals en patiënten versterkt en mogelijkheden creëert om nieuwe zorgactiviteiten te ondernemen. Uit de evaluatiestudie blijkt dat het nog te vroeg is voor conclusies over de eventuele maatschappelijke meerwaarde. Dit wordt in het vervolg van TopZorg nader onderzocht aan de hand van het ontwikkelde evaluatiekader met de dimensies 1) complexiteit van patiënten, 2) kwaliteit van zorg en leven, 3) wetenschappelijk onderzoek, 4) verspreiding van kennis, 5) innovatiecultuur en -structuur en 6) besteding van middelen. Ik vind het goed om te zien dat de ziekenhuizen dit evaluatiekader zelf ook zijn gaan gebruiken om gedurende het traject goed scherp te krijgen wat ze goed doen en waar nog verbeteringen mogelijk zijn.

Ik zal de Kamer de eindevaluatie na afloop van TopZorg toesturen.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Kamerstuk 33 278, nr. 5.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
3

Kamerstuk 33 278, nr. 4.