33 268 Wijziging van de Kieswet houdende maatregelen om het eenvoudiger te maken voor Nederlanders in het buitenland om hun stem uit te brengen, wijziging van de wijze van inlevering van de kandidatenlijsten, aanpassing van de datum van kandidaatstelling en stemming, alsmede regeling van andere onderwerpen

N BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 4 juli 2014

Hierbij bied ik u aan het advies van de Kiesraad d.d. 18 april 2014 over het belang en de eventuele vormgeving van een integrale herziening van de Kieswet1. De Kiesraad heeft dit advies uitgebracht naar aanleiding van mijn verzoek daartoe van 17 september 2013, nader aangevuld bij brief van 25 november 2013. Ik heb dit verzoek gedaan conform mijn toezegging aan uw Kamer tijdens de plenaire behandeling d.d. 25 juni 2013 van de wijziging van de Kieswet (33 268).

De Kiesraad pleit voor een integrale herziening van de Kieswet, omdat deze deels uitgaat van verouderde concepten, op sommige punten onduidelijk en inconsistent is en omdat de wet belemmeringen bevat voor een snel, nauwkeurig en efficiënt verloop van het verkiezingsproces. De Kiesraad illustreert dit aan de hand van enkele thema’s.

Ik wil het advies van de Kiesraad gebruiken om te bezien waar dit aansluit op mijn voornemens om op onderdelen verbeteringen aan te brengen in de Kieswet. Een integrale wijziging van de Kieswet ligt naar mijn mening vooralsnog niet in de rede. Zoals ik eerder in uw Kamer heb opgemerkt, zou een integraal wijzigingstraject vele jaren kosten en een navenant beslag leggen op de beperkte ambtelijke capaciteit die binnen mijn ministerie beschikbaar is. Ik heb uw Kamer ook laten weten dat wijzigingen in de Kieswet de komende jaren noodzakelijk zullen blijven. Een voorbeeld daarvan is de wijziging van de Kieswet om de invoering van een permanente registratie mogelijk te maken voor de kiezers die vanuit het buitenland mogen stemmen2. In het geval dat wordt overgegaan tot elektronisch stemmen en tellen, zal wetgeving nodig zijn om experimenten mogelijk te maken waarbij wordt afgeweken van hetgeen in de Kieswet is geregeld. Ik wil bezien hoe het advies van de Kiesraad bij deze wetgevingstrajecten kan worden betrokken. Ik zal hierover het gesprek aangaan met de Kiesraad en zal uw Kamer nog over de uitkomsten hiervan berichten.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 155497.

X Noot
2

TK 2012–2013, Kamerstuk 31 142, nr. 35 en nr. 36

Naar boven