Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233267 nr. 2

33 267 Wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen VO en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur

Nr. 2 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 2 juli 2012

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15 mei 2012 over het Besluit tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO1, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB2 (Kamerstuk 33 267, A/nr.1). Bij brief van 2 juli 2012 heeft de minister deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Bochove

Adjunct-griffier van de commissie, Bošnjaković-van Bemmel

Inhoudsopgave

 

Blz.

   

I VRAGEN EN OPMERKINGEN UIT DE FRACTIES

2

1. Inleiding

2

2. Voortgezet onderwijs

3

3. Mbo

3

4. Invoeringsfase referentieniveaus Nederlands en rekenen in vo en mbo

3

5. Openbare consultatie

3

II REACTIE VAN DE MINISTER

4

I VRAGEN EN OPMERKINGEN UIT DE FRACTIES

1. Inleiding

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige Besluit tot wijziging van de Examenbesluiten in verband met de referentieniveaus taal en rekenen VO en in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur. Zij zijn zich bewust van het belang van de basisvaardigheden taal en rekenen binnen het onderwijs, opdat het jonge mensen kwalificeert om te kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving en op de Nederlandse arbeidsmarkt. Deze leden zijn van mening dat het niet de bedoeling kan zijn dat deze basisvaardigheden nog langer binnen het onderwijs in de verdrukking raken door alle taken die er bij de scholen worden gelegd. De leden rekenen de beroepsgerichte vakken in het (voorbereidend) beroepsonderwijs echter ook tot de kern van het (voorbereidend) beroepsonderwijs. Zij willen niet dat scholen, die weten dat de Inspectie van het Onderwijs hen wel afrekent op taal en rekenen -in de vorm van de vakken Nederlands, Engels en wiskunde- maar nauwelijks op de beroepsgerichte vakken, de beroepsgerichte vakken gaan verwaarlozen. Hoe wil de minister de kwaliteit van deze vakken waarborgen, zo vragen de genoemde leden.

De leden vragen ten slotte of de minister nader kan toelichten welke doorlopende leerweg de minister voor ogen staat bij de beperkte groep reken- of taalzwakke leerlingen die ondanks uiterste inspanningen nooit een cijfer van 5,5 of hoger behaalt.

De leden van de CDA-fractie kunnen zich vinden in het besluit dat gaat over het instellen van een rekentoets in het voortgezet onderwijs. Deze leden hebben nog wel de vraag wat er gebeurt met een leerling die ook op de herkansing niet slaagt. Krijgt hij/zij in het laatste jaar ook weer twee kansen, net zo lang totdat hij/zij wel slaagt en dan het diploma verwerft (mits aan de andere vereisten is voldaan)? Graag ontvangen deze leden een uitgebreide toelichting.

De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het Besluit tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB. Zij hebben hier nog enkele vragen over.

De leden van de SGP-fractie lezen dat met het nagehangen besluit de basis wordt gelegd voor structurele verhoging van de basisvaardigheden rekenen en taal. Deze leden vragen of de verhoging van het basisniveau het gevolg zal zijn van de implementatie van het systeem op zich, dan wel dat de referentieniveaus daadwerkelijk een verscherping van de inhoudelijke eisen betekenen, de wijzigingen van de uitslagregel daargelaten. Zij vragen eveneens hoe deze stelling in overeenstemming te brengen is met paragraaf 4 van de nota van toelichting, waar toegelicht wordt dat op basis van monitoring moet worden bepaald of de vastgestelde niveaus haalbaar zijn.

2. De rekentoets in het voortgezet onderwijs

De leden van de SGP-fractie vragen of de minister wil toelichten wat de gang van zaken zal zijn wanneer een leerling gezakt is voor de examens en de problemen vooral te maken hebben met de rekentoets. Kan in het vavo3 in dat geval hoofdzakelijk volstaan worden met het opnieuw afleggen van de rekentoets, zo vragen zij.

3. Mbo

De leden van de SGP-fractie vragen of de minister heeft overwogen de rekentoets alleen voor doorstroming naar het hbo te hanteren. Zij vragen hoe het opnieuw afleggen van een rekentoets in het mbo zich verhoudt tot het gegeven dat het afleggen van de rekentoets in de vooropleiding kennelijk geen belemmering voor doorstroming vormde. Bestaat niet het risico dat dubbel werk wordt gedaan, zo vragen zij.

4. Invoeringsfase referentieniveaus Nederlands en rekenen in vo en mbo

De leden van de SP-fractie merken op dat mocht tijdens de invoeringsfase van de referentieniveaus en daarbij behorende toetsen blijken dat de kans groot is dat een grote groep leerlingen/studenten niet kan voldoen aan de gestelde eisen van de referentieniveaus, er dan per koninklijk besluit kan worden bepaald om de invoeringsfase te verlengen. Wat is in dit geval een grote groep? Op welk moment wordt besloten tot uitstel? Wat wordt ondernomen indien deze groep niet kleiner wordt?

Tevens merken zij op dat als leerlingen niet kunnen voldoen aan de referentieniveaus, er meerdere dingen aan de hand kunnen zijn. Zo kan een leerling niet het juiste niveau hebben met betrekking tot dat onderdeel. Het kan ook zijn dat de opleiding niet de juiste kwaliteit levert. Wat kan een leerling ondernemen wanneer het laatste het geval is, zo vragen zij.

Voorts vragen deze leden wat er gebeurt met de zakkers. Moeten scholen hen accepteren voor een herkansing? Of kunnen zij gemakkelijk worden uitgesloten van onderwijs nadat zij de toetsen rondom de referentieniveaus niet hebben gehaald? Hoe zal dit zijn in het mbo indien het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepsonderwijs4 in werking is getreden, zo vragen zij. Zijn zakkers automatisch voortijdig schoolverlaters? Wat gebeurt met leerlingen die op alle andere gebieden wel goede cijfers hebben? In hoeverre is het voor taal- of rekenzwakke leerlingen met «gouden handjes» mogelijk een diploma te halen, zo vragen de genoemde leden.

Ten slotte vragen deze leden of wordt bijgehouden hoeveel taal- of rekenzwakke leerlingen afvloeien naar lagere niveaus, terwijl hun punten op andere vakken goed zijn.

5. Openbare consultatie

De leden van de SGP-fractie hebben de indruk dat de positionering van de rekentoets enigszins wringt. Leerlingen dragen in de uitslagregel wel de risico’s van de rekentoets, maar profiteren niet in de compensatieregel. De onderbouwing voor deze keuze dat het bij de rekentoets gaat om basisvaardigheden, lijkt willekeurig toegepast te worden. Allereerst geldt dat probleem ten minste ook voor het vak Nederlandse taal. De vaardigheden die in dat verband getoetst worden, werken wel door in de compensatieregel. Anderzijds had het op basis van het onderscheid tussen basisvaardigheden en eindexamenvakken juist voor de hand gelegen de rekentoets uit te sluiten van de uitslagregel. Deze leden vragen een nadere toelichting van de minister op de voorgestelde systematiek.

II REACTIE VAN DE MINISTER

1. Inleiding

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het verslag van het schriftelijk overleg over de Wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Staatsexamenbesluit VO en het Examen en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met examinering referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen vo en mbo 2 en 3 en aanpassing examineringsvoorschriften voor mbo in verband met de beroepsgerichte kwalificatiestructuur.

Ik ben de leden van de verschillende fracties erkentelijk voor hun inbreng. In deze reactie ga ik in op de vragen en opmerkingen in het verslag van het schriftelijk overleg.

De leden van de PvdA-fractie willen niet dat in het (voorbereidend) beroepsonderwijs de extra aandacht, ook van de Inspectie, voor taal en rekenen ten koste gaat van de beroepsgerichte vakken. Hoe wil de minister de kwaliteit van deze vakken waarborgen, zo vragen de genoemde leden.

Ik ben met deze leden eens dat de beroepsgerichte vakken van groot belang zijn voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs. De extra aandacht voor taal en rekenen doet daaraan niets af. In het vmbo wordt de kwaliteit van de beroepsgerichte vakken op verschillende manieren geborgd. Los van de kwaliteitsstandaarden die scholen zelf hanteren, gaat het om het volgende: het eindcijfer van het beroepsgerichte vak telt in de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo twee keer mee bij het bepalen van de uitslag. Dit vormt zowel voor de school als voor de leerling een stevige prikkel om goede prestaties neer te zetten bij deze vakken. Het beroepsgerichte vak wordt geëxamineerd in een schoolexamen en een centraal schriftelijk praktijk examen (cspe). De Inspectie van het Onderwijs (hierna: Inspectie) houdt ook hier, net als bij vakken als Nederlands, Engels en wiskunde, toezicht op het examen en neemt de prestaties in die examens mee bij de beoordeling van de kwaliteit van de school.

In het mbo wordt de kwaliteit van de beroepsgerichte onderdelen op een vergelijkbare wijze geborgd. Mbo-studenten kunnen alleen het diploma behalen wanneer voor alle beroepsgerichte examenonderdelen ten minste een voldoende is behaald. De Inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en de examinering van de beroepsgerichte vakken en neemt dit mee bij de beoordeling van de kwaliteit van de mbo-instelling.

De leden vragen ten slotte of de minister nader kan toelichten welke doorlopende leerweg de minister voor ogen staat bij de beperkte groep reken- of taalzwakke leerlingen die ondanks uiterste inspanningen nooit een cijfer 5,5 of hoger behaalt.

Mijn beleid is erop gericht dat de basisvaardigheden taal en rekenen de aandacht krijgen die gewenst is. De beheersing van taal en rekenen legt het fundament waarop andere kennis voortborduurt. Het belang van de basisvaardigheden moet daarom weerspiegeld worden in de uitslagregel. Tegelijkertijd is er in de uitslagregel ruimte voor leerlingen die in Nederlandse taal of in rekenen zwak presteren: voor één onderdeel is het eindcijfer 5 toegestaan (waarbij in het havo en vwo zal gelden dat dan conform de kernvakkenregel het eindcijfer voor Engels en wiskunde voldoende moet zijn). Leerlingen kunnen dus met een onafgerond eindcijfer van ten minste 4,5 nog slagen: een 4,5 wordt immers afgerond tot een 5. Bovendien is tijdens de eerste twee jaren vanaf de invoering sprake van een soepeler uitslagregel; zowel voor Nederlandse taal als voor rekenen is dan een 5 toegestaan.

Voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie is de invoering van de examens en toetsen taal en rekenen een extra uitdaging. Ik doe er alles aan om ook deze leerlingen in staat te stellen het diploma te behalen en scholen daartoe te faciliteren. Leerlingen met dyslexie kunnen bijvoorbeeld gebruik maken van audio-ondersteuning bij het onderwijs en de examinering. Dergelijke ondersteuning neemt zoveel mogelijk de belemmeringen weg die leerlingen ervaren in de examenvorm, zonder dat aan de exameneisen zelf afbreuk wordt gedaan. Voor leerlingen met dyscalculie heb ik verschillende trajecten in gang gezet. Er wordt een protocol Ernstige RekenWiskunde problemen en Dyscalculie ontwikkeld voor het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Dit protocol, dat binnenkort beschikbaar Komt, bevat richtlijnen voor de wijze waarop leerlingen met rekenproblemen optimaal ondersteund kunnen worden. Daarnaast onderzoekt Hogeschool Utrecht, in opdracht van het College voor Examens, hoe leerlingen met een rekenstoornis recht kan worden gedaan bij het toetsen van de rekenvaardigheid. Ik zal uw Kamer in het najaar van 2012 nader informeren over de uitkomsten van dit onderzoek.

De leden van de CDA-fractie vragen wat er gebeurt als een leerling op de rekentoets vo ook tijdens de herkansing niet slaagt.

In het voortgezet onderwijs krijgt elke leerling één herkansing op de rekentoets. Als na het afleggen van de herkansing blijkt dat het resultaat nog steeds ontoereikend is om te kunnen slagen, is de leerling gezakt. Er rest de leerling dan in beginsel (afhankelijk van onder andere de leeftijd en opleiding) drie mogelijkheden: 1) de leerling doet het examen over op de dagschool, 2) de leerling wordt uitbesteed aan het vavo en 3) de leerling doet staatsexamen. Als een leerling het examen op de dagschool wil overdoen, dient het gehele examen opnieuw te worden afgelegd. Bij examinering aan een instelling voor vavo of via de staatsexamens, kan een leerling vrijstellingen krijgen op grond van eerder behaalde resultaten.

De leden van de SGP-fractie vragen of de verhoging van het basisniveau het gevolg zal zijn van de implementatie van het systeem op zich, dan wel dat de referentieniveaus daadwerkelijk een verscherping van de inhoudelijke eisen betekenen.

Met de implementatie van de referentieniveaus wordt een beter doorlopende leerlijn taal en rekenen nagestreefd. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat dit ook leidt tot een betere beheersing van de taal- en rekenvaardigheden. Voor sommige schoolsoorten zal er sprake zijn van een verscherping van de inhoudelijke taal- en rekeneisen. Meer in brede zin, zal de extra aandacht door scholen voor taal en rekenen in alle onderwijssectoren naar verwachting leiden tot een hogere beheersing van taal- en rekenvaardigheden. Tegelijkertijd zijn er nu al leerlingen die op deze terreinen goed presteren. Voor hen verandert er niet veel.

Genoemde leden vragen eveneens hoe deze stelling in overeenstemming te brengen is met paragraaf 4 van de nota van toelichting, waar toegelicht wordt dat op basis van monitoring moet worden bepaald of de vastgestelde niveaus haalbaar zijn.

Zoals gezegd, zal voor sommige schoolsoorten sprake zijn van een inhoudelijke verscherping van de taal- en rekeneisen. Het is daarom zaak dat de invoering van de referentieniveaus zorgvuldig plaatsvindt. Voor vo gebeurt dit aan de hand van de eindexamens Nederlands en een rekentoets die ingevoerd worden vanaf schooljaar 2013–2014. Voor het mbo gebeurt dit aan de hand van de centrale examens taal en rekenen die speciaal voor dit doel in het mbo worden ingevoerd (vanaf 2013–2014 voor mbo-4 studenten en vanaf 2014–2015 voor studenten van mbo-2 en mbo-3). In de genoemde monitor zal worden nagegaan of het behalen van de vereiste referentieniveaus haalbaar is binnen de gestelde invoeringstermijn.

2. De rekentoets in het voortgezet onderwijs

De leden van de SGP-fractie vragen of de minister wil toelichten wat de gang van zaken zal zijn wanneer een leerling gezakt is voor de examens en de problemen vooral te maken hebben met de rekentoets. Kan in het vavo3 in dat geval hoofdzakelijk volstaan worden met het opnieuw afleggen van de rekentoets, zo vragen zij.

Bij examinering aan een instelling voor vavo kan een leerling vrijstellingen krijgen op grond van eerder behaalde resultaten. Als de behaalde examenresultaten voldoen aan de uitslagregels, met uitzondering van de rekentoets, kan worden volstaan met het opnieuw afleggen van de rekentoets. Wel moet de leerling erop bedacht zijn, dat niet alleen het eindcijfer bij de uitslagregel van belang is, maar ook de behaalde centraal-examencijfers. Per 1 augustus 2011 geldt immers de eis dat het gemiddelde van de centraal-examencijfers tenminste voldoende moet zijn.

3. Mbo

De leden van de SGP-fractie vragen of de minister heeft overwogen de rekentoets alleen voor doorstroming naar het hbo te hanteren. Zij vragen hoe het opnieuw afleggen van een rekentoets in het mbo zich verhoudt tot het gegeven dat het afleggen van de rekentoets in de vooropleiding kennelijk geen belemmering voor doorstroming vormde. Bestaat niet het risico dat dubbel werk wordt gedaan, zo vragen zij.

Het beheersen van de rekenvaardigheden is niet alleen van belang voor studenten die door willen stromen van het mbo naar het hbo. Rekenen betreft een basisvaardigheid die nodig is om te kunnen functioneren in de samenleving, het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Ik acht het risico gering dat in het mbo dubbel werk wordt gedaan. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat veel mbo-studenten niet (meer) beschikken over het vereiste rekenniveau. Ook op termijn, als het niveau van de instromende studenten geborgd is, blijft onderhoud noodzakelijk. Vanwege dat onderhoud en de verdere verbetering van de rekenvaardigheden is het wenselijk ook in het mbo rekenen te examineren.

4. Invoeringsfase referentieniveaus Nederlands en rekenen in vo en mbo

De leden van de SP-fractie merken op dat mocht tijdens de invoeringsfase van de referentieniveaus en daarbij behorende toetsen blijken dat de kans groot is dat een grote groep leerlingen/studenten niet kan voldoen aan de gestelde eisen van de referentieniveaus, er dan per koninklijk besluit kan worden bepaald om de invoeringsfase te verlengen. Wat is in dit geval een grote groep, op welk moment wordt besloten tot uitstel en wat wordt ondernomen indien deze groep niet kleiner wordt, zo vragen zij.

Ik wil niet vooruitlopen op de vraag in welke situatie uitstel wenselijk is. Mijn uitgangspunt blijft dat leerlingen aan de gewenste referentieniveaus moeten voldoen. Of uitstel wenselijk is hangt van veel factoren af en vereist een brede en zorgvuldige afweging. Ik zal in de voortgangsrapportage die conform toezegging dit najaar aan uw Kamer wordt gezonden, kenbaar maken hoe het besluitvormingstraject voor de komende periode eruitziet.

Tevens merken zij op dat als leerlingen niet kunnen voldoen aan de referentieniveaus, er meerdere dingen aan de hand kunnen zijn. Zo kan een leerling niet het juiste niveau hebben met betrekking tot dat onderdeel. Het kan ook zijn dat de opleiding niet de juiste kwaliteit levert. Wat kan een leerling ondernemen wanneer het laatste het geval is, zo vragen zij.

Iedere leerling heeft recht op goed onderwijs. Daarom is het beleid erop gericht het aantal (zeer) zwakke scholen terug te dringen en stevige maatregelen te nemen als een (zeer) zwakke school onvoldoende verbeteringen laat zien. Leerlingen en ouders die een school of opleiding kiezen doen er goed aan de inspectieoordelen van de school na te gaan.

Voorts vragen deze leden wat er gebeurt met de zakkers. Moeten scholen hen accepteren voor een herkansing? Of kunnen zij gemakkelijk worden uitgesloten van onderwijs nadat zij de toetsen rondom de referentieniveaus niet hebben gehaald?

Leerlingen die op een school voor vo zijn ingeschreven en toegelaten worden tot de eindexamenklas hebben altijd recht op deelname aan het examen, inclusief de herkansing.

Hoe zal dit zijn in het mbo indien het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van meer doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs en het moderniseren van de bekostiging van het beroepsonderwijs4 in werking is getreden, zo vragen zij. Zijn zakkers automatisch voortijdig schoolverlaters?

Indien een leerling in het mbo ook na een herkansing niet slaagt voor de examens Nederlandse taal en rekenen, kan de leerling bij een volgend afnamemoment opnieuw examen doen. De opleidingsduur wordt voor die leerling dan wel langer. Ook bestaat de mogelijkheid om als examendeelnemer het examen af te leggen en op deze wijze alsnog het diploma te behalen.

Wat gebeurt met leerlingen die op alle andere gebieden wel goede cijfers hebben? In hoeverre is het voor taal- of rekenzwakke leerlingen met «gouden handjes» mogelijk een diploma te halen, zo vragen de genoemde leden.

Met het behaalde diploma van het (voorbereidend) beroepsonderwijs moeten werkgevers en vervolgonderwijs ervan op aankunnen dat de jongeren beschikken over zowel beroepsvaardigheden als over basisvaardigheden taal en rekenen. Dit neemt niet weg dat leerlingen met «gouden handjes» ook met een 5 voor Nederlands of rekenen het vmbo- of mbo-diploma kunnen behalen. Verder wordt bij de examinering van Nederlands en rekenen, zoals eerder beschreven, rekening gehouden met leerlingen met dyslexie en dyscalculie.

Ten slotte vragen deze leden of wordt bijgehouden hoeveel taal- of rekenzwakke leerlingen afvloeien naar lagere niveaus, terwijl hun punten op andere vakken goed zijn.

Mogelijke ongewenste effecten, waaronder afstroom naar lagere schoolsoorten, zal deel uitmaken van de evaluatie van het taal- en rekenbeleid.

5. Openbare consultatie

De leden van de SGP-fractie hebben de indruk dat de positionering van de rekentoets enigszins wringt. Leerlingen dragen in de uitslagregel wel de risico’s van de rekentoets, maar profiteren niet in de compensatieregel. Deze leden vragen een nadere toelichting van de minister op de voorgestelde systematiek.

Rekenen wordt getoetst in het eindexamen vo, maar is geen eindexamenvak. Het is een basisvaardigheid die terugkomt in andere vakken, in het bijzonder in wiskunde, maar ook in vakken als economie, aardrijkskunde en biologie. Ook Nederlandse taal is een basisvaardigheid, maar toetsing ervan vindt plaats binnen het eindexamenvak Nederlands. De uitslagregel voor rekenen is soepeler dan die voor Nederlands. Immers: bij het behalen van het cijfer vijf voor rekenen, ondervinden leerlingen daarvan geen hinder in het gedeelte van de uitslagregel waarin de eindcijfers van alle eindexamenvakken wordt betrokken (de compensatieregel). De omvang van de lesstof voor rekenen is voor de leerlingen, ook gezien de overlap die er bestaat met wiskunde, in de meeste schoolsoorten ook bescheiden vergeleken met een eindexamenvak. Het is daarom onwenselijk als een vier voor een eindexamenvak als natuurkunde, gecompenseerd kan worden met een acht voor de rekentoets. Daarom wordt de rekentoets buiten beschouwing gelaten bij de onderdelen van de uitslagregels waarin het CE-gemiddelde wordt bepaald en waarbij de eindcijfers van alle eindexamenvakken een rol spelen. Het volledig buiten de uitslagregel laten van rekenen en/of Nederlandse taal zou in strijd zijn met het belang van het beheersen van deze vaardigheden voor een verantwoorde doorstroom naar vervolgonderwijs en om te kunnen functioneren als burger in de maatschappij of in een toekomstig beroep.


X Noot
1

Vo: voortgezet onderwijs.

X Noot
2

WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs.

X Noot
3

vavo: voortgezet algemeen volwassenenonderwijs.

X Noot
4

Kamerstuk 33 187.