Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 oktober 2014
Op 12 november 2013 heeft uw Kamer een motie van de leden Recourt en Schouw aangenomen
(Kamerstuk 30 977, nr. 69). In deze motie wordt de regering verzocht om onderzoek te doen naar de mogelijkheden
voor internationale procedures ter bescherming van internationale klokkenluiders.
Internationale tendens naar betere bescherming van klokkenluiders
De afgelopen jaren is er internationaal meer aandacht voor de bijzondere positie van
de klokkenluider. De Raad van Europa heeft bijvoorbeeld op 30 april 2014 een Aanbeveling
aangenomen die de lidstaten aanspoort om in de nationale regelgeving bescherming voor
klokkenluiders te waarborgen1.
Deze Aanbeveling bevat 27 algemene, richtinggevende principes. Op basis daarvan dienen in de lidstaten kanalen te bestaan die interne melding mogelijk
maken binnen organisaties en bedrijven (inclusief interne vertrouwelijke melding).
Hetzelfde geldt voor meldingen bij inspecties, rechtshandhavers en toezichthoudende
instanties. Ook meldingen tegenover een parlementslid of een journalist zou onder
omstandigheden moeten leiden tot bescherming.
In de Aanbeveling (onder principe 5) wordt – onder voorwaarden –, ook ruimte gecreëerd
voor meldingen van vermoedens van misstanden inzake nationale veiligheid, defensie,
inlichtingendiensten, openbare orde of internationale betrekkingen. Dit deel van de
Aanbeveling steunt sterk op de Global Principles on National Security and the Right
to Information die zijn vastgesteld op 12 juni 2013 in Tshwane, Zuid-Afrika.2
Deze zgn. Tshwane Principles bepalen dat wetten onder een aantal voorwaarden bescherming
moeten bieden aan ambtenaren, inclusief militairen en medewerkers werkzaam voor inlichtingendiensten
die informatie openbaar maken.
De belangrijkste voorwaarden zijn:
-
– proportionaliteit (de hoeveelheid geopenbaarde informatie was redelijkerwijs noodzakelijk
om de misstand aan het licht te brengen) en
-
– het publieke belang dat met de openbaarmaking is gemoeid dient zwaarder te wegen dan
eventuele schade aan dat publieke belang als gevolg van de openbaarmaking.
De Tshwane Principles zijn gebaseerd op jurisprudentie en staande praktijk in de wereld.
Hoewel de Tshwane Principles niet zijn vastgelegd in een officieel eigenstandig internationaalrechtelijk
instrument, worden ze wel als het ware geïncorporeerd in de genoemde Aanbeveling van
de Raad van Europa. Bovendien zijn de Tshwane Principles al omarmd door de Parlementaire
Vergadering van de Raad van Europa op 2 oktober 2013 door middel van een Aanbeveling
(Recommendation 2024, 2013) en een Resolutie (Resolution 1954, 2013). In de aanbeveling
moedigt de Parlementaire Vergadering de Lidstaten van de Raad van Europa aan om rekening
te houden met de Tshwane principles bij de modernisering van hun wetgeving en rechtspraktijk.
Voorts heeft de Raad van Europa naar aanleiding van het afluisterschandaal van de
NSA en de onthullingen van klokkenluider Snowden in november 2013 CDA-Kamerlid Pieter
Omtzigt benoemd tot Europees rapporteur afluisteren en klokkenluiders.3
Waar brengt dit de internationale klokkenluider?
De bovengenoemde ontwikkelingen laten duidelijk zien dat er op internationaal niveau
sprake is van een toegenomen aandacht voor de bescherming van de (internationale)
klokkenluider. Dat is positief, maar het zijn slechts eerste stappen.
Op dit moment zijn er dus geen specifieke procedures ter bescherming van internationale
klokkenluiders. Wel zijn er internationale rechtsinstrumenten die richting geven om
in nationale regelgeving tot de juiste vorm van bescherming van (internationale) klokkenluiders
te komen.4 De bedoeling is dat alle lidstaten de recent aangenomen Aanbeveling van de Raad van
Europa incorporeren in hun nationale wetgeving en rechtspraktijk. Mogelijk zou de
Raad van Europa dit proces actief kunnen volgen door periodiek te monitoren. In Nederland
zal de Aanbeveling van de Raad van Europa mogelijk betrokken kunnen worden bij de
verdere discussie over het initiatiefvoorstel Wet huis voor klokkenluiders (Kamerstuk
33 258).
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk