Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333258 nr. 14

33 258 Voorstel van wet van de leden Van Raak, Fokke, Schouw, Voortman, Segers, Ouwehand en Klein houdende de oprichting van een Huis voor klokkenluiders (Wet Huis voor klokkenluiders)

Nr. 14 BRIEF VAN HET LID VAN RAAK C.S.

Den Haag, 12 september 2013

De indieners staan positief tegenover het amendement van de heer Bisschop (Kamerstuk 33 258, nr. 12) om een wettelijke hardheidsclausule op te nemen voor het intern melden van misstanden. Zij doen wel een voorstel voor wijziging van het amendement:

  • 1. Indien het gaat om een vermoeden van een misstand binnen de organisatie waarin betrokkene niet (meer) werkzaam is, of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen en kennis heeft gekregen van de misstand, dient de melding eerst intern bij de betreffende organisatie gedaan te worden. Dit ontbreekt nu nog in het amendement.

  • 2. De werknemer houdt altijd de mogelijkheid om direct met zijn melding naar het Huis voor klokkenluiders te gaan, als daartoe aanleiding bestaat wegens «dringende reden».

Misstanden kunnen het beste binnen een organisatie worden opgelost. Het Huis voor klokkenluiders kan beoordelen of de werknemer eerst intern het vermoeden van een misstand heeft gemeld, bijvoorbeeld bij de leidinggevende of een vertrouwenspersoon binnen de organisatie. Op deze wijze wordt de organisatie de mogelijkheid geboden de misstand adequaat te behandelen. Organisaties met meer dan 50 werknemers hebben we verplichten een goede interne regeling voor de omgang met klokkenluiders op te stellen.

De werknemer zal echter altijd de mogelijkheid moeten hebben om direct met zijn melding naar het Huis voor klokkenluiders te gaan, als daartoe aanleiding bestaat wegens «dringende reden». Overeenkomstig de jurisprudentie en de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens valt te denken aan een situatie waarin een interne melding geen effect zou hebben of niet uitvoerbaar is (HR 26 oktober 2012, EHRM 12 februari 2008). Daarvan is bijvoorbeeld sprake als een leidinggevende binnen de organisatie mogelijk betrokken is bij de misstand of de misstand bij hem of haar al lang bekend is. Ook kan worden gedacht aan een situatie waarin betrokkene in redelijkheid kan vrezen voor tegenmaatregelen als gevolg van een interne melding of sprake is van een duidelijke dreiging van verduistering of vernietiging van bewijsmateriaal. Het is aan het Huis om te oordelen of betrokkene zich terecht tot het Huis heeft gewend of dat de melder de kwestie eerst intern aanhangig dient te maken. Wanneer de interne melding niet leidt tot resultaat, kan de werknemer alsnog een melding doen bij het Huis, waarna ook een onderzoek kan volgen.

Van Raak Fokke Schouw Voortman Segers Ouwehand Klein