33 243 Wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg

E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 4 november 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport1 heeft op 24 september 2013 eindverslag uitgebracht ten aanzien van wetsvoorstel Wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg. De plenaire behandeling van het voorstel is voorzien voor 26 november 2013. Voorafgaand aan de plenaire behandeling heeft de commissie de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 2 oktober 2013 per brief nog een vraag gesteld.

De Minister heeft op 1 november 2013 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, De Boer

BRIEF AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Den Haag, 2 oktober 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 24 september 2013 eindverslag uitgebracht ten aanzien van wetsvoorstel Wijziging van de Wet cliëntenrechten zorg en andere wetten in verband met de taken en bevoegdheden op het gebied van de kwaliteit van de zorg. De plenaire behandeling van het voorstel is voorzien voor 26 november 2013. Voorafgaand aan de plenaire behandeling legt de commissie u nog graag een vraag voor over de structuur van het Zorginstituut Nederland, zoals het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) na inwerkingtreding van het wetsvoorstel zal gaan heten.

In de memorie van antwoord staat dat het Zorginstituut Nederland na inwerkingtreding van het wetsvoorstel extra bevoegdheden krijgt op het gebied van de kwaliteit van zorg, en beroepen en opleidingen. Het Zorginstituut zal dan vier duidelijk te onderscheiden taakgebieden hebben, te weten: pakket, kwaliteit, beroepen en opleidingen, en verzekeringen. Het deel van het Zorginstituut Nederland dat zich met de uitoefening van de taken op het gebied van kwaliteit zal bezig houden, wordt ook wel het Kwaliteitsinstituut genoemd.2 Over de interne structuur van het CVZ vermeldt de website van het CVZ dat de circa 400 medewerkers verdeeld zijn over dertien afdelingen, waaronder onder meer innovatie zorgberoepen en opleidingen, kwaliteit, pakket en verzekering.3 Om verwarring over de benamingen tijdens de plenaire behandeling te voorkomen, verzoekt de commissie u om de (toekomstige) organisatiestructuur van het Zorginstituut Nederland door middel van een organogram inzichtelijk te maken.

De commissie ziet uw reactie met belangstelling tegemoet.

De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, T.M. Slagter-Roukema

BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 november 2013

Met uw brief van 2 oktober jongstleden verzoekt u mij om u voor de plenaire behandeling van het wetsvoorstel met nummer 33.243 door middel van een organogram de (toekomstige) organisatiestructuur van het Zorginstituut Nederland duidelijk te maken. Door middel van deze brief voldoe ik daaraan, het organogram4 vindt u in de bijlage, hieronder licht ik dit kort toe.

Het Zorginstituut Nederland zal, indien uw Kamer het wetsvoorstel daartoe aanvaardt, vier onderscheiden hoofdtaken krijgen: pakket, kwaliteit, beroepen en opleidingen en verzekeringen. Het College voor Zorgverzekeringen heeft de eerste drie taken organisatorisch ondergebracht in één sector, de sector Zorg. Dit is in het organogram ook zo verbeeld. De reden daarvoor is dat het bundelen van de drie taken in onderscheiden afdelingen binnen een sector zorgt voor uitwisseling van ervaring en kennis tussen de afdelingen. En dat draagt bij aan het voorkomen van onnodige extra belasting van veldpartijen. Kennis die immers al bij een afdeling bekend is, hoeft niet nogmaals uitgevraagd te worden door een andere afdeling. De verschillende taken die het College voor Zorgverzekeringen uitvoert op het gebied van verzekeringen zijn ondergebracht in de sector Verzekering en zijn te onderscheiden in vier verschillende afdelingen, die bij het organogram verder worden toegelicht. Tot slot kent het toekomstige Zorginstituut Nederland, net als het College voor Zorgverzekeringen nu, een aantal staf- en ondersteuningsafdelingen die vooral ondersteuning bieden aan de sector Verzekering en de raad van bestuur.

Ter aanvulling meld ik u dat voor de nieuwe taken op het gebied van kwaliteit het toekomstig Zorginstituut Nederland ca. 35 fte zal inzetten. Dat is nog geen 10% van de totale omvang van het aantal fte van het huidige College voor Zorgverzekeringen en ca. 15 fte minder dan het totaal aantal fte dat werkzaam was bij de vijf organisaties waarvan de taken worden overgenomen door Zorginstituut Nederland. Het instituut kan met dit beperkte aantal zijn taken in de toekomst goed uitvoeren omdat het, bijvoorbeeld wanneer de regie moet overnemen op de ontwikkeling van een professionele standaard, gebruik zal maken van expertise uit het veld, zoals ook de Gezondheidsraad dat doet. Daarmee voldoet het toekomstige CVZ aan het streven de taken op het gebied van kwaliteit slim en slank te organiseren.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Dupuis (VVD) (vice-voorzitter), Linthorst (PvdA), Slagter-Roukema (SP) (voorzitter), Thissen (GL), Nagel (50PLUS), Koffeman (PvdD), Kuiper (CU), Quik-Schuijt (SP), Reuten (SP), De Vries-Leggedoor (CDA), Flierman (CDA), Barth (PvdA), Martens (CDA), vac. (CDA), Scholten (D66), Backer (D66), Ganzevoort (GL), De Lange (OSF), Ter Horst (PvdA), Beuving (PvdA), Frijters-Klijnen (PVV), Van Dijk (PVV), De Grave (VVD), Bröcker (VVD), Beckers (VVD), Van Beek (PVV), Bruijn (VVD), Koning (PvdA)

X Noot
2

Memorie van antwoord (33 243, C, p. 4)

X Noot
4

Ter inzage gelegd op de afdeling Inhoudelijke ondersteuning onder griffie nr. 148851.27.

Naar boven