Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233240-XII nr. 9

33 240 XII Jaarverslag en slotwet Ministerie van Infrastructuur en Milieu 2011

Nr. 9 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 12 juni 2012

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister en de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het Rapport van de Algemene Rekenkamer bij het Jaarverslag over het Waddenfonds 2011 (Kamerstuk 33 240 XII, nr. 3).

De minister en de staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 12 juni 2012. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Snijder-Hazelhoff

De griffier van de commissie, Sneep

1

  • a. Waarom wordt over het jaar 2011 geen verantwoording afgelegd over het Waddenfonds?

  • b. Betekent het feit dat er geen verantwoording is afgelegd dat er in 2011 al verantwoordelijkheden zijn overgeheveld naar de regio?

  • a. In het Jaarverslag van mijn departement is verantwoording afgelegd over het Waddenfonds 2011. Er is in het Jaarverslag 2011 geen verantwoording afgelegd over de periode 2007–2010, omdat dat reeds in de eerdere jaarverslagen is gedaan.

  • b. In 2011 is de beschikking over de gereserveerde middelen voor 2011 uit het Waddenfonds overgeheveld naar de Waddenprovincies.

2

Op welke wijze vindt controle plaats op doelmatige besteding van de budgetten?

Vanaf 1 januari 2012 vindt geen controle meer plaats op de doelmatige besteding van de budgetten, omdat vanaf 1 januari 2012 de besteding van de middelen uit het Waddenfonds een autonome bevoegdheid van de Waddenprovincies geworden.

3

Hoe is momenteel de verhouding aan bestedingen tussen duurzaamheid en economie? Ligt dit nog in lijn met de afgesproken verdeling van 50% duurzaamheid – 50% economie? Hoe houdt u sturing op deze verdeling?

Tot op heden is de verhouding van de bestedingen tussen ecologie en economie vrijwel in evenwicht. In het «Bestuursakkoord decentralisatie Waddenfonds» heb ik met de Waddenprovincies afgesproken dat deze verdeling van 50% ecologie en 50% economie (aan het einde van de fondsperiode in 2027) intact zal blijven.

4

Kunt u een overzicht geven van de status van lopende projecten die voor 1 januari 2012 uit het Waddenfonds gefinancierd zijn?

Er zijn voor 1 januari 2012 in totaal 54 projecten uit het Waddenfonds gehonoreerd, waarvan 43 nog lopen, één is ingetrokken en 10 zijn afgerond.

5

Zijn er dit jaar al door de betreffende provincies aanvragen gedaan voor gelden uit het fonds? Zo ja, voor welke projecten en hoeveel?

Nee, het is mij niet bekend dat de Waddenprovincies dit jaar al projecten uit het Waddenfonds hebben gehonoreerd. De besteding van de middelen uit het Waddenfonds is echter, zoals in het «Bestuursakkoord decentralisatie Waddenfonds» opgenomen, per 1-1-2012 een autonome bevoegdheid van de Waddenprovincies geworden.

6

Hoe ver zijn de drie verschillende provincies momenteel met de besluitvorming over de definitieve organisatievorm en- inrichting van het fonds?

Met de Waddenprovincies is afgesproken dat zij mij daarover voor het zomerreces zullen informeren. Dit gaat echter alleen over de wijze waarop de uitvoeringsorganisatie Waddenfonds en de onafhankelijke kwaliteitstoets vorm gegeven zal worden (kwaliteitstoets op de inzet van de middelen van het Waddenfonds). Voor het overige is het aan de Waddenprovincies, om binnen de gemaakte afspraken in het «Bestuursakkoord decentralisatie Waddenfonds», verdere invulling te geven aan het Waddenfonds.

7

Bent u voornemens om afspraken te gaan maken met de betreffende provincies inzake de zogenaamde additionaliteit van projecten na de decentralisatie? Zo ja, wanneer gaat u die afspraken maken? Kunt u dan in hoofdlijnen aangeven wat uw insteek daarbij zal zijn? Zo nee, waarom niet?

Nee ik ben niet van plan additionele afspraken te maken. Het Waddenfonds is niet bedoeld voor de financiering van regulier beleid. Daarom is in het «Bestuursakkoord decentralisatie Waddenfonds» in artikel 1 opgenomen dat het moet gaan om financiële bijdragen anders dan reguliere investeringen of reguliere beheers- en onderhoudswerken.

8

Kunt u specifiek aangeven welke lopende projecten vertraagd zijn, met hoeveel tijd en welke meerkosten deze vertragingen met zich hebben meegebracht?

Van de 43 per 1-1-2012 lopende projecten heeft de helft enige of een grotere vertraging opgelopen. Dikwijls wordt dit veroorzaakt door de lange doorlooptijd van vergunningaanvragen, door beroep- en bezwaarprocedures die worden aangespannen of doordat de uitwerking van de vaak complexe projecten meer tijd vergt dan voorzien. De Uitvoeringsorganisatie Waddenfonds monitort de voortgang van de gehonoreerde projecten. Indien een project de oorspronkelijke planning niet haalt, kan onder voorwaarden de looptijd van het project worden verlengd. Indien een vertraging meerkosten met zich meebrengt, zijn die niet op het Waddenfonds te verhalen maar behoren tot het risico van de subsidieontvanger.