Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233240-V nr. 7

33 240 V Jaarverslag en slotwet Ministerie van Buitenlandse Zaken 2011

Nr. 7 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN

Vastgesteld 11 juni 2012

De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken , belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet heeft de eer als volgt verslag uit te brengen.

Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.

De voorzitter van de commissie, Albayrak

De griffier van de commissie, Van Toor

1 en 2

Wat is de oorzaak van het opschorten van de hulp aan de overheid in Jemen?

Hoeveel minder is er uitgegeven aan vredesopbouw in Jemen als gevolg van het opschorten van de hulp en wat gaat er in de toekomst met de opgeschorte middelen gebeuren.

Vanwege aanhoudend (overheids)geweld tegen betogers is de samenwerkingsrelatie met de Jemenitische overheid opgeschort. Als gevolg van deze opschorting en door de tijdelijke evacuatie van de ambassade is in 2011 bijna EUR 4,3 mln minder overgemaakt aan semi-overheidsfondsen ter ondersteuning van werkgelegenheid en sociale vangnetten dan gepland in het kader van goed bestuur/vredesopbouw. Nadat er voldoende verbetering optrad in de politieke en veiligheidssituatie is in februari 2012 besloten de hulprelatie met de Jemenitische overheid stapsgewijs en in nauwe afstemming met andere donoren te herstellen. In maart 2012 bracht staatssecretaris Knapen een bezoek aan Jemen dat in het teken stond van de politieke transitie in Jemen, de stapsgewijze hervatting van de ontwikkelingsrelatie en de verdere invulling van het OS-programma in Jemen. De fondsen worden nu, na de hervatting van de hulprelatie, alsnog uitgekeerd.

3, 9, 10 en 47

Welke gewijzigde situatie ligt ten grondslag aan de verlaagde liquiditeitsbehoeften van het TMF (Thematisch Medefinancieringsstelsel) en had dit niet vooraf ingeschat kunnen worden?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het niet ontvangen van rapportages of liquiditeitsaanvragen?

Welke mogelijkheden zijn er om het niet ontvangen van rapportages of liquiditeitsaanvragen in de toekomst te vermijden?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat er lagere uitgevallen liquiditeitsbehoeften waren binnen het Medefinancieringsstelsel (MFS) en het TMF?

De meeste activiteiten kennen een meerjarig karakter. Op basis van het projectvoorstel wordt de verplichting aangegaan en de meerjarige kasraming opgesteld. In de meeste gevallen wordt halfjaarlijks bevoorschot op basis van de liquiditeitsbehoefte en planning van een organisatie voor die periode. Vanwege diverse omstandigheden (zoals vertraging bij de opstart en politieke instabiliteit in een land) kan de uitvoering van een project vertraagd worden. Hierdoor kan de liquiditeitsbehoefte voor een nieuwe periode lager uitvallen. Bij de start van een project worden afspraken gemaakt over op te leveren rapportages. Bij vertraging in de oplevering hiervan geldt een sanctieprocedure en deze wordt strikt toegepast.

4 en 53

Waarom zijn de uitgaven voor het MOL versneld?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de versnelde uitgaven aan het Minst Ontwikkelde Landen Fonds (MOL-fonds FMO)?

Het MOL-fonds FMO is sinds 2009 omgevormd tot het Infrastructure Development Fund (IDF). Door het beschikbaar zijn van verschillende goede projectvoorstellen in de projectenportefeuille ontstond in 2011 een hogere liquiditeitsbehoefte dan aanvankelijk voorzien en zijn uitgaven naar voren gehaald.

5 en 6

Welke geplande activiteiten zullen geen doorgang vinden?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat verschillende geplande activiteiten niet doorgaan?

Naast de concrete voorbeelden genoemd in de Slotwet (bijdrage aan het Bureau for Crisis Prevention and Recovery (UNDP) voor de MENA-regio; de uitgestelde start van de Midden-Amerika faciliteit; en het programma van de VNG in Noord-Afrika) is een aantal activiteiten nooit in het stadium van concrete projectvoorstellen beland. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een programma ter ondersteuning van economische wederopbouw alsmede kleinere bijdragen aan wederopbouw in landen als Mali en Zimbabwe.

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor het niet doorgaan van de geplande activiteiten. In sommige gevallen was er een gebrek aan uitvoeringscapaciteit om de kwaliteit van een activiteit te waarborgen. In andere gevallen sloten voorgenomen activiteiten onvoldoende aan bij het nieuwe beleid dat middels het opstellen van de MJSP’s, medio 2011, werd geconcretiseerd. Ook veranderende uitgaveritmes van organisaties leidden tot verminderde uitgaven op lopende projecten.

7

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat de opstart van de Midden-Amerika faciliteit is doorgeschoven naar 2012?

In 2011 is het Midden-Amerika programma aangekondigd, ontwikkeld en uitgewerkt en zijn de benodigde financiën gezocht om het programma in 2012 te starten in lijn met de regionale benadering van het Kabinet.

Het Midden-Amerika Programma (MAP) is aangekondigd in de Focusbrief Ontwikkelingssamenwerking van 18 maart 2011 en in de Brief over de modernisering van de Nederlandse diplomatie van 8 april 2011. Aangegeven werd dat de bilaterale ontwikkelingsrelatie met Guatemala en Nicaragua wordt afgebouwd, maar dat Nederland zich niet volledig zou terugtrekken uit deze regio. De mensenrechtensituatie, politieke ontwikkelingen en de gevolgen van grensoverschrijdende criminaliteit in Centraal-Amerika baren Nederland namelijk zorgen. Nederland heeft baat bij stabiliteit in de regio.

Omdat het Midden-Amerika Programma deel uitmaakt van een regionale benadering binnen ontwikkelingssamenwerking is de opzet van het MAP uitgewerkt in de Kamerbrief over de regionale benadering van 17 november 2011. Een regionaal perspectief op veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling is van belang, omdat de oorzaken en gevolgen van geweld en conflict vaak een grensoverschrijdend karakter hebben. Midden-Amerika is één van de regio’s die centraal staan in de regionale benadering. De landen van Centraal-Amerika hebben alle in meer of mindere mate te kampen met zwakke staatsstructuren, rechteloosheid en/of mensenrechtenschendingen die ontwikkeling, in de weg staan. Uiteindelijk is het Midden-Amerika Programma uitgewerkt in een Meerjarig Strategisch Plan dat de Tweede Kamer op 16 maart 2012 is toegestuurd. Hierin zijn de pijlers en resultaatgebieden (outputs) nader gedefinieerd en werd bekend dat er voor 2012 7,5 miljoen beschikbaar is voor het MAP. Voor de periode 2013–2015 is jaarlijks 15 miljoen gereserveerd voor de activiteiten.

8

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat er vertragingen zijn opgetreden in het programma in Sudan?

De vertragingen in het programma in Sudan betreffen vooral activiteiten die Nederland ondersteunde met middelen uit het Peace Building Fund in de Drie Gebieden Abyei, Blue Nile en Southern Kordofan. Door het uitbreken van geweld in Abyei (mei 2011), Southern Kordofan (juni 2011) en Blue Nile (augustus 2011) zijn de activiteiten in deze gebieden opgeschort. Nederland heeft zijn bijdrage aan het Strategic Partnership – een samenwerkingsprogramma van een aantal donoren en UNDP op het terrein van goed bestuur en rechtsstaat – eind 2011 beëindigd na de afscheiding van Zuid-Sudan.

11

Wat zijn de gevolgen voor het toekomstige budget van het centrale drinkwater en sanitatie programma naar aanleiding van de versnelde uitgaven in 2011 en de toegenomen liquiditeitsbehoeften?

Het UNICEF Water, Sanitation and Hygiene (WASH)-programma onder Artikel 6.2 (duurzaam waterbeheer en toegang tot drinkwater en sanitatie) wordt sneller uitgevoerd dan eerder voorzien. Als gevolg van de succesvolle uitvoering worden de oorspronkelijk geraamde uitgaven voor de jaren 2012 en 2013 naar voren gehaald. De extra uitgaven in 2011 zijn gecompenseerd uit elders ontstane ruimte in het budget (o.a. door lagere uitgaven onder Artikel 6.1, bescherming en duurzaam gebruik van milieu) en hebben geen gevolgen voor het in 2012 en volgende jaren voor water beschikbare budget.

12, 13, 14, 37, 38, 39, 40, 41, 45 en 46

Wat is de oorzaak van deze vertraagde betalingen en wat is het effect van deze vertraagde betalingen op de Faciliteit Opkomende Markten, het FMO-fonds MASSIF en het Global Agriculture and Food Security Program?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat een aantal programma's geen doorgang vond binnen het thema Financiële sector?

Welke programma's konden geen doorgang vinden binnen het thema Financiële sector?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertraging in de start van het Micro and Small Enterprise Fund plus fonds?

Heeft de vertraging van de start van het MASSIF+ invloed op de begroting voor MASSIF+ in begrotingsjaar 2012?

Heeft de vertraging van de start van het MASSIF+ invloed op de effectiviteit van MASSIF+?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertraging van een programma met betrekking tot de verplichtingen voor de Faciliteit Opkomende Markten

Welk programma is de oorzaak van de verlaagde verplichtingen voor de Faciliteit Opkomende Markten?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertraagde betalingen aan de Faciliteit Opkomende Markten etc.?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat een aantal programma's (waaronder SME Challenge) geen doorgang vonden?

De Faciliteit Opkomende Markten (FOM-OS) beoogt een brug te slaan tussen investeringssubsidies en commerciële financiering van investeringen in ontwikkelingslanden. Het verstrekt leningen voor ontwikkelingsrelevante investeringen van (Nederlands) MKB, waarvoor geen geschikte, reguliere financiering beschikbaar is. De uitrol van de faciliteit is vertraagd, nadat in samenspraak met de uitvoerder van het fonds (FMO) duidelijk werd dat precieze definiëring van de investeringscriteria meer tijd vereist. De faciliteit was begroot voor € 55 miljoen (2011 t/m 2015). Door de vertraging en meer precieze definiëring is dit bedrag bijgesteld naar € 40 miljoen (2012 t/m 2015).

Het voorstel voor MASSIF+, ook wel genoemd het «Micro and Small Enterprise Fund plus fonds», betreft een ophoging van het bestaande MASSIF fonds met EUR 80 mln., die primair zal worden ingezet ten behoeve van het bevorderen van voedselzekerheid. De additionele middelen zullen dienen om het aanbod van krediet en financiële diensten ten behoeve van boeren/producentenorganisaties en het micro, midden- en kleinbedrijf (MMKB), actief in de agro-food sector en/of in rurale gebieden, te vergroten. De goedkeuring is vertraagd, onder meer vanwege de noodzaak om meer resultaatsgericht te gaan werken. Deze nieuwe werkwijze vergt precieze afspraken tussen BZ en de uitvoerder, FMO, over de te bereiken resultaten en hoe deze te meten. Inmiddels zijn alle noodzakelijke gegevens beschikbaar en is de verwachting dat op zeer korte termijn het programma van start zal gaan. De effectiviteit van het programma is niet nadelig beïnvloed door de vertraging; hoogstens zullen de effecten van de versterkte MASSIF inspanning later dan oorspronkelijk voorzien, meetbaar zijn.

Het Global Agriculture and Food Security Program/Private sector Window is later van start gegaan dan voorzien. Dit is met name veroorzaakt door het innovatieve karakter van het programma. De uitvoerder – IFC – zal zich op nieuwe markten met nieuwe klanten moeten begeven om de bedrijven te bereiken, die momenteel nog geen toegang hebben tot financiële diensten. Nederland heeft binnen dit onderdeel van het G8/G20 initiatief een leiderschapsrol. De nieuwe aanpak heeft bewerkstelligd dat de Canadese fondsen nu op dezelfde wijze ingezet gaan worden als de Nederlandse middelen. Ook de VS hebben inmiddels besloten zich bij de Nederlandse inzet aan te sluiten. Naar verwachting zal het VK binnenkort eveneens volgen. Kortom, de tijdsplanning is niet geheel gevolgd, maar het uiteindelijke effect is wel dat diverse G8-landen de Nederlandse lijn zullen volgen.

De SME challenge zet in op het ondersteunen van een aantal laureaten, die een «G20-prijsvraag» hebben gewonnen (de prijsvraag beoogde goede bedrijfsplannen te ontlokken uit het MKB in ontwikkelingslanden). De financiering hiervan loopt deels via FMO (EUR 8 mln. gerealiseerd in 2011) en deels via IFC (EUR 3 mln. gerealiseerd in april 2012). Deze activiteit ligt inmiddels op koers.

15, 16 en 49

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat er een grotere liquiditeitsbehoefte is ontstaan voor bestaande activiteiten binnen het programma Uitgezonden Managers?

Wat is het effect van een grotere liquiditeitsbehoefte binnen het programma Uitgezonden Managers voor de begroting van 2012?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de toegenomen liquiditeitsbehoefte van activiteiten binnen het PUM?

In 2011 is eenmalig akkoord gegaan met een ophoging van het jaarbudget van het Programma Uitzending Managers van EUR 9,9 miljoen naar EUR 10,7 miljoen voor verdere uitfasering in die landen die niet op de landenlijst van het bedrijfsleven instrumentarium staan. De ophoging van het jaarbudget in 2011 heeft geen effect voor de begroting van 2012 aangezien er met ingang van 2012 een nieuwe subsidieperiode is gestart (2012–2015).

17, 18, 50 en 51

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan een eerder dan verwachte liquiditeitsaanvraag van de Private Infrastructuur Development Group?

Wat is het effect van de eerder dan verwachte liquiditeitsaanvraag van de Private Infrastructure Development Group voor de begroting van 2012?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de toegenomen liquiditeitsbehoefte van de Private Infrastructure Development Group (PIDG)?

Welk effect heeft de toegenomen liquiditeitsbehoefte van de PIDG voor de begroting in 2012?

Er zijn verschillende redenen voor de toegenomen liquiditeitsbehoefte van PIDG: Door de financiële crisis duurt de ontwikkeling van infrastructuurprojecten (tot aan het moment waarop private financiers participeren) langer en brengen dergelijke infrastructuurprojecten minder op. Hierdoor is een extra financieringsbehoefte ontstaan binnen PIDG. Daarnaast is het aantal nieuw te ontwikkelen infraprojecten vergroot (de «projectenpijplijn») waardoor eveneens een extra financieringsbehoefte is ontstaan. De extra liquiditeitsaanvraag van PIDG in 2011 heeft geen effect op de bestaande PIDG ondersteuning 2012 (EUR 5,6 mln.).

19

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de lagere liquiditeitsbehoefte van activiteiten binnen het landenprogramma in Zambia?

Nederland droeg in Zambia bij aan een basket fund waarin meerdere donoren gedeeltes van het strategisch plan van het ministerie van Gezondheid steunden. Bij afloop van dat programma waren niet alle activiteiten uitgevoerd, maar is gekozen om die over te hevelen naar een nieuw programma. In het kader van de donorharmonisatie was al in het meerjarenplan 2008–2011 afgesproken dat Nederland aan het einde van het toen lopende programma niet meer door zou gaan in de gezondheidssector. Niet uitgevoerde onderdelen zijn overgeheveld naar het nieuwe programma dat door andere donoren wordt gefinancierd.

20 en 21

Hoeveel centraal gefinancierde activiteiten op het terrein van reproductieve gezondheid zijn vertraagd?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat een aantal activiteiten op het terrein van reproductieve gezond zijn vertraagd?

De lopende activiteit Meshwork MDG5 was vertraagd. Dit betreft het ontwikkelen van hittebestendig oxytocine. Dit bleek technisch moeilijker dan gedacht. In oktober 2011 is een expertbijeenkomst belegd. Daaruit zijn nieuwe inzichten voortgekomen, die hebben geleid tot een doorstart van de activiteit in 2012. In het budget voor 2012 is er voldoende ruimte om dit te accommoderen.

De beschikbare budgettaire ruimte was nodig voor lopende verplichtingen waardoor in dat jaar nog geen nieuwe centraal gefinancierde activiteiten voor reproductieve gezondheid werden aangegaan.

22 en 23

Wat is het effect van minder verplichtingen op de effectiviteit van het mensenrechtenfonds op diverse ambassades?

Welke lokale politieke omstandigheden hebben geleid tot vermindering van de verplichtingen bij het mensenrechtenfonds? Kunt u dit per genoemd land aangeven?

Met gerichte inzet van het mensenrechtenfonds op de prioriteiten van het mensenrechtenbeleid wordt beoogd een concrete bijdrage te leveren aan verbetering van de mensenrechtensituatie in een land. Als de inzet van het fonds, één van de instrumenten van het mensenrechtenbeleid, (tijdelijk) wordt belemmerd in een bepaald land, is het leveren van die concrete bijdrage niet mogelijk. Hoewel er in de vier in de Slotwet genoemde landen in 2011 inderdaad minder verplichtingen zijn aangegaan door de ambassades, heeft dat alleen in Congo daadwerkelijk geleid tot onderuitputting op de uitgaven van het budget voor het mensenrechtenfonds. In de overige drie landen was daar geen sprake van. In Congo is de ambassade in verband met instabiliteit rond de verkiezingen langere tijd teruggebracht tot minimale bezetting, hetgeen invloed had op de capaciteit projecten uit te voeren.

24, 25 en 26

Is binnen de verlaging van het budget voor het Internationaal Strafhof met EUR 7,2 miljoen, de verlaging van het budget voor internationale juridische instellingen met EUR 4,6 miljoen inbegrepen?

De lagere sloopkosten van de oude gebouwen op de nieuwbouwlocatie worden aangewezen als grootste oorzaak voor zowel de verlaging van het budget voor het Internationaal Strafhof met EUR 7,2 miljoen als de verlaging van het budget voor internationale juridische instellingen met EUR 4,6 miljoen. Hoe is deze berekening tot stand gekomen?

Wat waren de geschatte en uiteindelijke sloopkosten van de oude gebouwen op de nieuwbouwlocatie.

De sloopkosten van de oude gebouwen op de nieuwbouwlocatie van het Internationaal Strafhof waren in 2011 lager dan voorzien omdat de sloop werd uitgesteld. Vooral hierdoor is de bijdrage aan het Internationaal Strafhof in 2011 lager uitgevallen. Het is de hoofdoorzaak voor de verlaging van het kasbudget voor internationale juridische instellingen (subartikel 1.3) met EUR 4,6 miljoen in 2011. De verlaging van het kasbudget voor het Internationaal Strafhof is inbegrepen in de bijstelling van het verplichtingenbudget voor het Internationaal Strafhof met EUR 7,2 miljoen. De sloop van de oude gebouwen is in november 2011 begonnen en is nog niet voltooid. Een vergelijking tussen de begrote en uiteindelijke sloopkosten kan daarom nog niet worden gemaakt.

27, 28, 29, 30, 31 en 32

Welke extra verplichtingen zijn er aangegaan binnen het stabiliteitsfonds NON-ODA en waarom?

Hoe worden de extra verplichtingen op het centraal budget vormgegeven?

Wat zijn de geplande uitgaven voor deze extra verplichtingen?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat er meer verplichtingen zijn aangegaan dan geraamd?

Wat is het effect van het feit dat er meer verplichtingen zijn aangegaan dan geraamd, voor de begroting van 2012?

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat er minder meerjarige voorstellen binnenkwamen dan vooraf werd verwacht?

De belangrijkste extra verplichting binnen het stabiliteitsfonds Non-ODA betreft de Nederlandse bijdrage aan het Afghan National Army Trust Fund (ANA TF). Vanwege het belang dat Nederland hecht aan de duurzame financiering van het Afghaanse leger en politie, heeft Nederland de afgelopen periode circa EUR 10 miljoen per jaar aan dit trust fund bijgedragen.  Deze bijdrage komt uit het NON-ODA gedeelte van het stabiliteitsfonds. Eind 2011 werd duidelijk dat er, tegen eerdere verwachting in, voldoende financiële ruimte binnen het Stabiliteitsfonds Non-ODA gecreëerd kon worden om de gewenste bijdrage van EUR 9 miljoen te kunnen verwezenlijken. Deze financiële ruimte ontstond door de algemene onderuitputting op doorlopende Non-ODA verplichtingen. Voor de begroting van 2012 heeft de extra aangegane verplichting geen effect, aangezien de totale verplichting in 2011 is uitgegeven.

33 en 34

Welke politieke ontwikkelingen hebben recentelijk plaatsgevonden in Guatemala en wat is hierbij de afweging geweest?

Wat gebeurd er met de middelen die niet zijn uitgegeven in Guatemala aan het goed bestuur programma als gevolg van de gewijzigde politieke situatie?

In 2011 vonden in Guatemala verkiezingen voor President, Congres en burgemeesters plaats. De verkiezingen zijn eerlijk en transparant verlopen volgens waarnemers van de «Organisatie van Amerikaanse Staten» (OAS).

Het goed bestuur programma dat voortijdig is beëindigd, betrof een programma gericht op institutionele versterking van de Guatemalteekse overheid, in het bijzonder de ondersteuning van het ministerie en de staf van de president. Nederland heeft besloten het programma te beëindigen in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2011. Het besluit is in een gesprek met de President toegelicht en zijn staf heeft alle medewerking verleend om tot een spoedige afsluiting te komen.

De niet uitgegeven middelen voor dit programma zijn ingezet voor een bijdrage aan de Guatemalteekse «Internationale Commissie tegen Straffeloosheid» (CICIG).

35

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan het feit dat een deel van het programma in de Palestijnse gebieden nog niet kon worden gestart?

Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Met betrekking tot het programma Rechtsstaatontwikkeling, bleek de Palestijnse Autoriteit de belofte ten aanzien van het vrijmaken van politiebeambten voor training bij nader inzien niet te kunnen waarmaken. Aangezien zowel de Palestijnse Autoriteit en de Nederlandse regering veel waarde hechten aan dit programma, brengt de Nederlandse Vertegenwoordiging nu, samen met de Palestijnse Civiele Politiedienst en EUPOL COPPS, in kaart hoe alsnog aan de gestelde voorwaarden kan worden voldaan.

Zowel in EU- als in Kwartetverband wordt toegezien op zorgvuldige navolging van ambtelijke procedures en veiligheidsmaatregelen, o.a. met de Coordinator of Government Activities in the Territories van het Israëlische ministerie van Defensie, opdat vertraging hierdoor bij uitvoering van projecten waar mogelijk worden beperkt.

36

Waarom is het gewijzigde betalingsritme aan de Wereldbank/IDA niet voorzien?

Het overeengekomen betaalschema met de Wereldbank/IDA voorziet in enige ruimte waarbinnen Nederland het daadwerkelijke betaalmoment kan bepalen. BZ maakt gebruik van de mogelijkheid om het betalingsritme eventueel te wijzigen in het kader van budgetbewaking van beleidsartikel 4.2.

42

Aan welke landen wordt op dit moment nog begrotingssteun gegeven en om welke bedragen gaat dit?

Voor de volgende landen wordt nog algemene begrotingssteun (ABS) of sectorale begrotingssteun (SBS) voorzien:

Bhutan: EUR 2 mln. ABS (uitfasering in 2012)

Burkina Faso:EUR 18 mln. per jaar ABS (uitfasering in 2013)

Ghana: EUR 18 mln. SBS gezondheid (uitfasering in 2012)

EUR 7 mln. SBS milieu (uitfasering in 2012)

Mozambique:EUR 9 mln. ABS (uitfasering in 2012)

Rwanda:EUR 5 mln. per jaar SBS justitie (programma 2012–2015)

De ontwikkelingssamenwerking met de Malinese overheid ligt stil, waardoor uitbetaling van de oorspronkelijk voorziene algemene begrotingssteun (EUR 15 mln. in 2012) op dit moment niet aan de orde is.

43

Kunt u nader ingaan op de koersverschillen die leiden tot een neerwaartse bijstelling van € 206 miljoen voor de garanties Multilaterale Banken en Fondsen?

Per eind 2011 zijn door koerswijzigingen de garanties aan Multilaterale Banken en Fondsen neerwaarts bijgesteld. Voor de voorgenomen bijdrage aan de IDB-Kapitaalverhoging waren de garantiemiddelen reeds gereserveerd. Als gevolg van de bezuinigingen in 2011 werd afgezien van de bijdrage aan de IDB-kapitaalverhoging waardoor de verplichtingenstand met het gerelateerde IDB-garantiebedrag is gereduceerd.

44

Waarom is het thema Kennis en Vaardigheden met € 128 miljoen neerwaarts bijgesteld? Wat zijn de oorzaken hiervan?

Het betreft een neerwaartse bijstelling van de verplichtingen van EUR 128 miljoen onder het thema kennis en vaardigheden en betreft een saldo. De bijstelling was inclusief verplichtingen voor het nieuwe speerpunt voedselzekerheid. Een aantal van de grotere programma’s zijn niet in 2011 gecommiteerd, omdat de ontwikkeling en goedkeuring van die programma’s vertraging heeft opgelopen. Daarnaast heeft er een verschuiving plaastgevonden van verplichtingen van artikel 4.3 naar artikel 4.1.

48

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertraagde uitvoering van de Transitiefaciliteit door Agentschap NL?

Het opzetten van de Faciliteit kost meer tijd dan voorzien, omdat het een nieuwe innovatieve manier van samenwerken is, waarin ODA en NON-ODA middelen met ieder hun eigen doelstelling, samenkomen. Daarnaast heeft ook het opstellen van de transitiestrategieën door de posten meer tijd gekost dan aanvankelijk voorzien.

52

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de extra uitgave aan het Productive Safety Net Programme in Ethiopië?

Het Productive Safety Net Programme (PSNP) in Ethiopië is een belangrijk programma datzo’n zeven miljoen huishoudens gedurende een aantal maanden per jaar ondersteunt met geld of voedsel. Het gaat om families in gebieden waar weinig regen valt en de bodems sterk gedegradeerd zijn. Het PSNP geeft niet alleen directe steun aan families in de moeilijkste periodes van het jaar, maar probeert ook de productieomstandigheden en infrastructuur in deze gebieden te verbeteren door middel van herbebossing, aanleg van terrassen en betere landbouwmethoden («cash for work» of «food for work»). Afgelopen jaar (2011) was een extra moeilijk jaar vanwege de droogte in de hoorn van Afrika, ook waren bijdragen van andere donoren niet voldoende om aan de totale behoefte te voldoen. Daarom heeft Nederland EUR 2 miljoen extra gegeven.

54

Hoe verklaart u de verlaging op de private ontwikkelingsprogramma’s? Deelt u de opvatting dat deze programma’s traag op gang komen? Zo nee, waarom niet?

Per saldo zijn de uitgaven, die behoren bij een aantal programma’s ter bevordering van private sector ontwikkeling, in 2011 lager uitgevallen dan aanvankelijk voorzien. In de Slotwet is aangegeven om welke programma’s het gaat. Het betreft met name FMO-MASSIF, FOM-OS, SME Challenge Fund, het Global Agriculture and Food Security Program (GAFSP) en de Transitiefaciliteit. De redenen voor de verlaging verschillen per programma en worden toegelicht in de Slotwet. Een nadere toelichting is voorts gegeven in het gebundelde antwoord op de vragen 12, 13, 14, 37, 38, 39, 40, 41, 45 en 46.

55 en 56

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertragingen met het afsluiten van contracten ten behoeve van een verantwoorde afbouw van onderwijs in een aantal landen?

Welke landen betreft deze vertraging?

Er zijn vertragingen opgelopen met het afsluiten van contracten voor verantwoorde afbouw van onderwijs in Burkina Faso, Jemen en Mali:

  • Burkina Faso: conform de exit-strategie van de post wordt het beheer van het afbouwprogramma voor onderwijs in 2012 en 2013 overgedragen aan Unicef. Hoewel was voorzien het contract in 2011 te tekenen, is dit proces vanwege intensief overleg tussen ambassade, Unicef en de Burkinese autoriteiten pas in 2012 afgerond.

  • Jemen: vanwege de politieke situatie is de opzet van nieuwe onderwijsactiviteiten ten dienste van de speerpunten in 2011 opgeschort.

  • Mali: het meerjarig strategisch plan is pas eind 2011 goedgekeurd. In afwachting van die goedkeuring heeft de ambassade de ontwikkeling van een overeenkomst voor de onderwijssector uitgesteld tot 2012.

57

Welke programma’s hebben volgens u grotere focus gekregen zodat ze niet meer passen onder het HIV/Aids programma?

Bij het herinrichten van de begroting werden voor de begroting 2012 de twee operationele doelstellingen 5.4 (hiv/aids) en 5.5 (reproductieve gezondheid) samengevoegd tot één operationele doelstelling met daaronder een driedeling naar reproductieve gezondheid, hiv/aids en gezondheid algemeen. Dit met het doel de in voorgaande jaren «vervuild» geraakte budgetten op te schonen en transparanter te maken. Als onderdeel van deze begrotingsaanpassing werden in 2011 de in de slotwet op pagina 8 genoemde activiteiten reeds overgeheveld naar het gedeelte van het budget voor gezondheid algemeen omdat ze daar qua doelstellingen beter onder pasten.

58 en 59

Welke oorzaak of oorzaken liggen ten grondslag aan de vertraagde opstart van activiteiten zoals Acces to Energy Fund etc.?

Wat voor effect heeft deze vertraagde opstart voor de effectiviteit van de genoemde programma's?

De opstart van activiteiten zoals het Access to Energy Fund (AEF) is vertraagd omdat werken in een relatief nieuwe sector als hernieuwbare energie in Afrika lastiger is dan aanvankelijk voorzien. Identificatie en uitvoering van programma’s verloopt daardoor trager.

Het betreft geen probleem dat specifiek is voor het AEF. Ook bij andere programma’s rondom hernieuwbare energie speelt dit.

De vertraging heeft overigens geen gevolgen voor de effectiviteit van de programma’s. Door extra tijd te besteden aan voorbereiding van programma’s neemt de kans op effectievere uitvoering toe.

60

Wat is de oorzaak van de verviervoudiging van de uitgaven met betrekking tot het vestigingsklimaat internationale organisaties in Nederland?

De verhoging van het budget voor vestigingsklimaat internationale organisaties in Nederland wordt veroorzaakt door een technische overheveling vanuit artikel 11 van het bedrijfsvoeringsbudget voor de OSCE High Commission for National Minorities.