33 235 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek, de Wet op de economische delicten en enige fiscale wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) Nr. 1060/2009 en (EU) Nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174)

E VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 25 januari 2013

In de vergadering van de vaste commissie voor Financiën1 van 11 december 2012 zijn de antwoorden van de minister van Financiën op vragen van de fracties van het CDA en de SP inzake wetsvoorstel 33 235 – Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek, de Wet op de economische delicten en enige fiscale wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) Nr. 1060/2009 en (EU) Nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174) besproken.

Naar aanleiding hiervan heeft de commissie de minister op 19 december 2012 een brief gestuurd.

De minister heeft op 24 januari 2013 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Financiën, Van Dooren

BRIEF AAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Den Haag, 19 december 2012

In de vergadering van de commissie Financiën van 11 december 2012 zijn uw antwoorden op vragen van de fracties van het CDA en de SP inzake wetsvoorstel 33 235 – Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek, de Wet op de economische delicten en enige fiscale wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) Nr. 1060/2009 en (EU) Nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174) besproken.

De leden van de genoemde fracties gaven in de schriftelijke gedachtewisseling aan dat het amendement-Huizing innerlijk tegenstrijdig lijkt met het wetsvoorstel. In uw beantwoording geeft u aan dat «De regering het hiermee eens is.» Vanuit een oogpunt van kwaliteit van wetgeving hebben de leden van de CDA-fractie nog een aantal vragen, waarbij de leden van de fracties van VVD, SP en D66 zich aansluiten. De leden van deze fracties vernemen graag gemotiveerd:

  • a) of u beoogt deze door u onderschreven tegenstrijdigheid bij wet te repareren;

  • b) zo ja, hoe en per wanneer u beoogt deze reparatie vorm te geven.

U geeft aan dat u «inmiddels voorlopige signalen [heeft ontvangen] dat de Europese Commissie aan zal geven dat beheerders van pensioenvermogen, die in Nederland actief zijn, niet onder de vrijstellingen van de richtlijn vallen, voor zover zij doen aan collectief vermogensbeheer. In dat geval kan de Europese Commissie aan Nederland vragen haar wetgeving aan te passen (...)».

Kunt u aangeven hoe waarschijnlijk u het acht dat dit daadwerkelijk gebeurt, en of en zo ja, hoe u van plan bent op deze «voorlopige signalen» te anticiperen?

Voorzitter van de vaste commissie voor Financiën P.H.J. Essers

BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 januari 2013

De leden van de CDA-fractie hebben bij brief van 19 december 2012 een aantal vervolgvragen gesteld, waarbij de leden van de fracties van VVD, SP en D66 zich aansluiten, omtrent het wetsvoorstel ter implementatie van de Europese richtlijn inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (Kamerstukken I, 2012–2013, 33 235, nr. A).

De vervolgvragen zien op het amendement, dat door de Tweede Kamer is ingediend en aangenomen op het wetsvoorstel. Dit amendement strekt er toe beheerders van beleggingsinstellingen waar alleen pensioenfondsen in deelnemen (beheerders van pensioenvermogen) uit te zonderen van de reikwijdte van de bovengenoemde richtlijn.

De leden van de CDA-, VVD-, SP- en D66-fracties vragen of de regering beoogt de innerlijke tegenstrijdigheid van het amendement met het wetsvoorstel vanuit het oogpunt van wetgevingskwaliteit bij wet te repareren, en zo ja, hoe en per wanneer deze reparatie wordt vormgegeven. De leden vragen naar de waarschijnlijkheid dat de Europese Commissie aan Nederland zal vragen haar wetgeving op genoemd punt aan te passen. Ook vragen de leden of er geanticipeerd zal worden op de voorlopige signalen van de Europese Commissie dat beheerders van beleggingsinstellingen waarin uitsluitend pensioenfondsen deelnemen, niet onder de uitzonderingen van de richtlijn vallen voor zover zij doen aan collectief vermogensbeheer.

De Europese Commissie heeft inmiddels op werkniveau inhoudelijk uitsluitsel op dit punt gegeven: een beheerder van een beleggingsinstelling die aan pensioenfondsen aanbiedt, is niet uitgesloten van de richtlijn puur op basis van het feit dat de deelnemers in deze instelling alleen pensioenfondsen zijn. Daarnaast heeft de Europese Commissie informeel en ongevraagd het signaal afgegeven dat zij door diverse partijen is geattendeerd op deze kwestie. Ik acht het op basis van deze twee feiten dus waarschijnlijk dat de Europese Commissie Nederland zal vragen haar wetgeving aan te passen.

Het samenspel van de ontwikkelingen in combinatie met de inhoudelijke zorgen en voortschrijdend inzicht geven aanleiding tot inhoudelijke heroverweging van het wetsvoorstel op dit punt. Ik zal daarom op korte termijn een novelle bij de Tweede Kamer indienen.

Ik streef er naar om wetswijziging voor 22 juli 2013 te effectueren. Dat is de datum waarop de richtlijn geïmplementeerd dient te zijn. Indien de richtlijn te laat wordt geïmplementeerd, kan de Europese Commissie een infractieprocedure instellen en daarbij een boete eisen vanwege de te late implementatie. Te late implementatie van de richtlijn kan, in tegenstelling tot onjuiste implementatie, niet worden hersteld.

Ik hoop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Financiën, J.R.V.A. Dijsselbloem


X Noot
1

Samenstelling:

Holdijk (SGP), Van der Linden (CDA), Terpstra (CDA), Noten (PvdA), Sylvester (PvdA), Essers (CDA) (voorzitter), Nagel (50PLUS), Elzinga (SP) Koffeman (PvdD), Reuten (SP), Knip (VVD), Hoekstra (CDA), Van Boxtel (D66), Backer (D66), Vos (GL), De Boer (GL), De Lange (OSF), Sent (PvdA), Postema (PvdA), Van Strien (PVV), Faber-van de Klashorst (PVV), Ester (CU), De Grave (VVD) (vice-voorzitter), Bröcker (VVD) Kok (PVV), Bruijn (VVD)

Naar boven