Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333235 nr. 13

33 235 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, het Burgerlijk Wetboek, de Wet op de economische delicten en enige fiscale wetten ter implementatie van richtlijn nr. 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) Nr. 1060/2009 en (EU) Nr. 1095/2010 (PbEU 2011, L 174)

Nr. 13 GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID HUIZING C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 11

Ontvangen 1 oktober 2012

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel E, wordt in artikel 1:13a, eerste lid, onderdeel d, na de zinsnede «pensioenstelsels beheren» een zinsnede ingevoegd, luidende: , daaronder begrepen beheerders van beleggingsinstellingen, die beleggingsinstellingen beheren waarvan de rechten van deelneming uitsluitend kunnen worden verworven door een of meer pensioenfondsen.

Toelichting

De omzetting van Europese richtlijnen in nationale wetgeving is meer dan het «één op één» overnemen van de richtlijntekst. Zorgvuldige richtlijnimplementatie vergt ook dat het met de richtlijn beoogde nauwgezet wordt ingepast in het bestaande kader van nationale wetgeving en dat wordt duidelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de richtlijn voor bestaande nationale stelsels. Dit geldt bij uitstek wanneer de richtlijn zelf deze duidelijkheid niet geeft of voor meerdere uitleg vatbaar is. Dit is het geval bij de zogeheten AIFM-richtlijn die in het wetsvoorstel wordt geïmplementeerd. Niet duidelijk is of de beheerders van pensioenpoolingstructuren, dat wil zeggen de beheerders van fondsen voor gemene rekening waarin uitsluitend pensioenfondsen deelnemen, zijn vrijgesteld op grond van het wetsvoorstel. Op grond van de tekst, de geest en de totstandkominggeschiedenis van de richtlijn kan worden geconcludeerd dat de richtlijn beoogt het beheer van pensioenvermogen breed uit te zonderen. In het licht hiervan moet artikel 2, derde lid, onderdeel e van de richtlijn zo worden uitgelegd dat ook beheerders van beleggingsinstellingen, die beleggingsinstellingen beheren waarvan de rechten van deelneming uitsluitend kunnen worden verworven door een of meer pensioenfondsen buiten de reikwijdte van de richtlijn vallen. Dit geldt ook voor de optelsom van uitsluitend pensioenfondsen in de vorm van pensioenpoolingstructuren. De vorm waarin dit pensioenvermogen wordt beheerd maakt daarin geen verschil. Een andere uitleg van de richtlijn zou leiden tot een ongelijk speelveld in de EU en een omvangrijk deel van het Nederlandse pensioenvermogen onder de richtlijn brengen, terwijl dat van de andere lidstaten overwegend erbuiten blijft. Daarom is het nodig in het wetsvoorstel te verduidelijken dat de beheerders van fondsen voor gemene rekening waarin uitsluitend pensioenfondsen participeren zijn vrijgesteld van de toepassing van de richtlijn.

Huizing Lodders Nijboer Vermeij