33 207 Wijziging van de wetgeving op het beleidterrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het kader van de harmonisatie en aanscherping van de sanctiemogelijkheden ter versterking van de naleving en handhaving en bestrijding van misbruik en fraude (Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Nr. 12 AMENDEMENT VAN HET LID STERK

Ontvangen 27 juni 2012

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In hoofdstuk III, artikel XIV, wordt voor onderdeel A een onderdeel ingevoegd, luidende:

aA

In artikel 8, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt door een puntkomma aan het slot van onderdeel h een onderdeel ingevoegd, luidende:

  • i. de uitoefening van de bevoegdheid tot verrekening als bedoeld in artikel 60b.

II

In hoofdstuk III, artikel XIV, onderdeel J, komt artikel 60b als volgt te luiden:

Artikel 60b Verrekening bestuurlijke boete bij recidive

  • 1. Bij de verrekening, bedoeld in artikel 60, vierde lid, kan de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 18a, vijfde lid, en 47g, vijfde lid, door het college onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, verrekend worden gedurende een tijdvak van ten hoogste drie maanden vanaf het moment van de dagtekening waarop de bestuurlijke boete is opgelegd.

  • 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij de betaling, bedoeld in artikel 60a, eerste lid, van de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 18a, vijfde lid, en 47g, vijfde lid, met dien verstande dat het college van die andere gemeente, bedoeld in artikel 60a, eerste lid, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank de bevoegdheid heeft op verzoek van de belanghebbende bij de verrekening de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toe te passen.

  • 3. Artikel 60, vierde lid, en het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in de artikelen 18a, eerste lid, en 47g, eerste lid, indien en voor zover op het moment van verrekening, bedoeld in het eerste lid, de bestuurlijke boete door de overtreder niet is betaald.

  • 4. De voorgaande leden laten de verrekening van de bestuurlijke boete op grond van de artikelen 60, vierde lid, en 60a, eerste lid, na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onverlet.

Toelichting

Met dit amendement vervalt de verplichting tot buiten werking stelling van de beslagvrije voet in de bijstand. Hiermee kan voorkomen worden dat burgers drie maanden zonder enige vorm van inkomen raken met alle kwalijke maatschappelijke consequenties en kosten die hiervan het gevolg kunnen zijn. Met name als het om gezinnen gaat, moet worden voorkomen dat kinderen de dupe worden

Teneinde dit mogelijk te maken, regelt dit amendement dat de verplichte verrekening van de bestuurlijke boete bij recidive over de beslagvrije voet een discretionaire bevoegdheid van het college van B&W en de Sociale verzekeringsbank wordt. In verband hiermee kan de mogelijkheid om bij dringende redenen af te wijken van de eerdere verplichte verrekening worden geschrapt. Ook wordt geregeld dat de uitoefening van deze bevoegdheid wordt vastgelegd in een gemeentelijke verordening, zodat de gemeenteraad het beoogde gemeentelijke beleid kan vaststellen.

Sterk

Naar boven