Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201233197 nr. 7

33 197 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer en enkele andere wetten ten behoeve van de implementatie van richtlijn nr. 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging; herschikking; PbEU L334)

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 juni 2012

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Aan artikel I wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

D

Na artikel 2.31 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2.31a

1. Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verbindt het bevoegd gezag voor zover nodig voorschriften aan de omgevingsvergunning die strekken tot toepassing van andere technieken dan die waaromtrent ingevolge artikel 2.8, eerste lid, tweede volzin, in of bij de aanvraag om de vergunning gegevens of bescheiden zijn verstrekt.

2. Indien het bevoegd gezag voornemens is toepassing te geven aan artikel 2.31, eerste lid, aanhef en onder b, verschaft de vergunninghouder desgevraagd aan het bevoegd gezag de gegevens die voor die toepassing noodzakelijk zijn.

Toelichting

Met deze Nota van wijziging wordt voorgesteld de in het voorstel van wet tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht opgenomen bepaling inzake «het verlaten van de grondslag van de aanvraag» over te hevelen naar het onderhavige wetsvoorstel.

Aanleiding hiervoor is dat deze bepaling uit het wetsvoorstel 33 135 (mede) strekt ter implementatie van artikel 21 van de richtlijn Industriële emissies en dus op 6 januari 2013 – de implementatiedatum – dient te gelden.

De bepaling is destijds opgenomen in wetsvoorstel 33 135, omdat wetsvoorstel 33 135 naar redelijke verwachting eerder tot wet zou worden verheven dan wetsvoorstel 33 197. Inmiddels liggen beide wetsvoorstellen in de TK en is de verwachting thans dat de parlementaire behandeling van het implementatiewetsvoorstel 33 197 sneller zal kunnen verlopen dan de parlementaire behandeling van wetsvoorstel 33 135. Weliswaar is op 5 juni 2012 wetsvoorstel 33 135 niet controversieel verklaard, maar is in dat wetsvoorstel een nota van wijziging voorzien, die thans nog voor advies aanhangig is bij de Afdeling advisering van de Raad van State.

Door de bepaling inzake «het verlaten van de grondslag van de aanvraag» over te hevelen naar het onderhavige implementatiewetsvoorstel kan naar redelijke verwachting het risico dat onverhoopt de implementatiedatum niet wordt gehaald, worden verkleind.

Volledigheidshalve zij opgemerkt dat met betrekking tot de onderhavige bepaling enkele vragen zijn gesteld in het Verslag bij wetsvoorstel 33 135 van 22 maart 2012. Deze vragen zijn beantwoord in de Nota naar aanleiding van het Verslag bij wetsvoorstel 33 135, die op 6 juni 2012 aan de TK is toegezonden.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, J. J. Atsma