33 188 Voorstel van wet van de leden Dibi en Dijsselbloem tot wijziging van de Wet op de jeugdzorg in verband met toezicht op en kwaliteitseisen aan aanbieders van particuliere jeugdzorg

Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen voor aanbieders van particuliere jeugdzorg alsmede deze onder het toezicht van de Inspectie jeugdzorg te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet op de jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, eerste lid, worden na de definitie «ouderbijdrage» twee definities ingevoegd, luidende:

particuliere zorgaanbieder:

de natuurlijke persoon of rechtspersoon die jeugdzorg verleent, anders dan die waarop ingevolge deze wet aanspraak bestaat;

particuliere zorgeenheid:

een organisatie-eenheid, waarbinnen een particuliere zorgaanbieder een afgebakend geheel aan jeugdzorg verleent;.

B

Na Hoofdstuk IVa wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK IVb PARTICULIERE ZORGAANBIEDERS

Paragraaf 1. Aanvraag en registratie

Artikel 29z
  • 1. Het is verboden zonder vergunning als particuliere zorgaanbieder op te treden. Indien een particuliere zorgaanbieder meerdere particuliere zorgeenheden beheert, is voor elke particuliere zorgeenheid een afzonderlijke vergunning vereist.

  • 2. Op een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in het eerste lid beslist Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 3. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend indien naar het oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is te verwachten dat de aanvrager zal voldoen aan de vereisten, bedoeld in de artikelen 29ab en 29ac.

  • 4. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist niet dan nadat hij de inspectie heeft gehoord over de aanvraag.

  • 5. Aan een vergunning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

  • 6. Het eerste lid is niet van toepassing indien de particuliere zorgaanbieder een natuurlijk persoon betreft die is ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

  • 7. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de benodigde gegevens voor de aanvraag, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 29aa
  • 1. Er is een register particuliere zorgaanbieders, dat wordt gehouden door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 2. Zodra een vergunning als bedoeld in artikel 29z, eerste lid, is verleend, schrijft Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de vergunninghouder in het register particuliere zorgaanbieders in.

  • 3. Na de inschrijving deelt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de vergunninghouder schriftelijk mede welke gegevens zijn verwerkt.

  • 4. Zodra wijzigingen plaatsvinden van de gegevens, bedoeld in het derde lid, deelt de vergunninghouder deze mede aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die de wijzigingen onverwijld doorvoert in het register particuliere zorgaanbieders. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Het register particuliere zorgaanbieders is openbaar en kan kosteloos worden geraadpleegd.

  • 6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het register particuliere zorgaanbieders. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd welke gegevens in het register particuliere zorgaanbieders worden opgenomen, alsmede hoe de vastlegging, openbaarmaking, correctie en verwijdering van de gegevens plaatsvindt.

Paragraaf 2. Vereisten

Artikel 29ab
  • 1. De dienstverlening van een particuliere zorgaanbieder dan wel een particuliere zorgeenheid voldoet in ieder geval aan de volgende vereisten:

    • a. de aanwezigheid van een veilig pedagogisch klimaat;

    • b. de aanwezigheid van een individueel hulpverleningsplan voor iedere jeugdige die bij de particuliere zorgaanbieder dan wel particuliere zorgeenheid onder behandeling is binnen een termijn van twee weken na de start van de behandeling;

    • c. de toegang tot onderwijs voor iedere jeugdige die bij de particuliere zorgaanbieder dan wel particuliere zorgeenheid onder behandeling is;

    • d. de aanwezigheid van voldoende geschikt personeel;

    • e. de aanwezigheid van een klachtenregeling.

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere vereisten gesteld aan de dienstverlening door een particuliere zorgaanbieder dan wel een particuliere zorgeenheid. Die vereisten betreffen in ieder geval:

    • a. het opleidingsniveau van bij de particuliere zorgaanbieder dan wel de particuliere zorgeenheid werkzame personen;

    • b. de wijze waarop persoonsgegevens bij de particuliere zorgaanbieder dan wel de particuliere zorgeenheid worden verwerkt.

  • 3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vereisten, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 29ac
  • 1. Een persoon die voornemens is bij een particuliere zorgaanbieder dan wel een particuliere zorgeenheid te gaan werken, overlegt een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens aan de particuliere zorgaanbieder dan wel de particuliere zorgeenheid, voordat deze persoon zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het moment dat zij wordt overgelegd, niet ouder dan twee maanden.

  • 2. Indien de particuliere zorgaanbieder, de particuliere zorgeenheid onderscheidenlijk de Inspectie redelijkerwijs vermoedt dat de persoon, bedoeld in het eerste lid, niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de particuliere zorgaanbieder dan wel de particuliere zorgeenheid van die persoon een verklaring omtrent het gedrag, die niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende persoon legt de verklaring over binnen een door de particuliere zorgaanbieder dan wel de particuliere zorgeenheid vast te stellen termijn.

Paragraaf 3. Handhaving

Artikel 29ad

Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van artikel 29z, eerste lid.

Artikel 29ae
  • 1. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan de vergunning, bedoeld in artikel 29z, eerste lid, intrekken, indien:

    • a. de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;

    • b. niet overeenkomstig de vergunning is of wordt gehandeld;

    • c. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd;

    • d. de voor de vergunninghouder als zodanig geldende algemene regels niet zijn of worden nageleefd.

  • 2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gaat niet tot intrekking als bedoeld in het tweede lid over dan nadat hij de betrokken particuliere zorgaanbieder dan wel particuliere zorgeenheid de gelegenheid heeft geboden binnen een daartoe te bepalen termijn zijn handelen alsnog in overeenstemming te brengen met de vergunning, onderscheidenlijk de voorschriften of algemene regels, bedoeld in het eerste lid, na te leven.

  • 3. Indien Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport overgaat tot intrekking van de vergunning wordt de inschrijving van een particuliere zorgaanbieder dan wel een particuliere zorgeenheid in het register particuliere zorgaanbieders doorgehaald.

Artikel 29af

De artikelen 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de naleving van deze wet en de daarop berustende bepalingen door een particuliere zorgaanbieder dan wel een particuliere zorgeenheid.

Artikel 29ag

De inspectie dan wel de inspectie voor de gezondheidszorg van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid kan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verzoeken tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 29ad dan wel tot intrekking van een vergunning als bedoeld in artikel 29ae.

Paragraaf 4. Register buitenlandse particuliere zorgaanbieders

Artikel 29ah

De artikelen 29z tot en met 29ac en 29af zijn niet van toepassing op een particuliere zorgaanbieder als bedoeld in artikel 29ai, tweede lid.

Artikel 29ai
  • 1. Er is een register buitenlandse particuliere zorgaanbieders, dat wordt gehouden door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 2. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kan op verzoek een buiten Nederland gevestigde particuliere zorgeenheid van een buiten Nederland gevestigde particuliere zorgaanbieder inschrijven in het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders.

  • 3. Indien een ouder, stiefouder of andere, die een jeugdige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, voornemens is gebruik te maken van de dienstverlening van een particuliere zorgaanbieder als bedoeld in het tweede lid, doet hij bij Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een aanvraag om opneming van die particuliere zorgaanbieder in het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders. Opname in dat register vindt slechts plaats, indien naar oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aannemelijk is dat de kwaliteit van de betrokken particuliere zorgaanbieder, bedoeld in het tweede lid, naar aard en strekking overeenkomt met de op grond van deze wet gestelde regels.

  • 4. Indien inschrijving in het register heeft plaatsgevonden, deelt Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dit de aanvrager en de betrokken particuliere zorgaanbieder schriftelijk mede.

  • 5. De particuliere zorgaanbieder, bedoeld in het tweede lid, doet van wijzigingen in de gegevens die ten behoeve van de opneming in het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders zijn verstrekt, onverwijld mededeling aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 6. Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport deelt de particuliere zorgaanbieder schriftelijk mede dat de wijzigingen in het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders zijn aangetekend.

  • 7. Het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders is openbaar en kan kosteloos worden geraadpleegd.

  • 8. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders. Daarbij wordt in ieder geval vastgelegd welke gegevens in het register buitenlandse particuliere zorgaanbieders worden opgenomen, alsmede hoe de vastlegging, openbaarmaking, correctie en verwijdering van de gegevens plaatsvindt.

  • 9. Indien naar oordeel van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport blijkt dat de kwaliteit van de particuliere zorgaanbieder, bedoeld in het tweede lid, niet langer naar aard en strekking overeenkomt met de op grond van deze wet gestelde regels of dat de particuliere zorgaanbieder niet voldoet aan het vijfde lid, wordt de particuliere zorgaanbieder uit het register verwijderd.

Artikel 29aj
  • 1. Bij regeling van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen categorieën van buiten Nederland gevestigde particuliere zorgaanbieders worden aangewezen, indien deze particuliere zorgaanbieders voldoen aan de in het land van vestiging geldende regels met betrekking tot de kwaliteit en deze regels naar aard en strekking overeenkomen met de bij of krachtens deze wet gestelde regels.

  • 2. Artikel 29ai is niet van toepassing op particuliere zorgaanbieders als bedoeld in het eerste lid.

C

Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. het toezicht op de naleving van de wet en de daarop berustende bepalingen door een particuliere zorgaanbieder als bedoeld in artikel 29z, eerste lid, tenzij deze particuliere zorgaanbieder een zorgaanbieder is als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Kwaliteitswet zorginstellingen.

2. In het derde lid, tweede volzin, wordt na «het eerste lid, onder a» een zinsnede ingevoegd, luidende: en e.

3. In het vierde lid wordt na »bedoeld in het eerste lid, onder a» een zinsnede ingevoegd, luidende: en e.

4. Onder vernummering van het achtste tot en met het elfde lid tot negende tot en met twaalfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 8. De inspectie verricht onderzoeken als bedoeld in het eerste lid, onder e, uit eigen beweging of op verzoek van Onze Ministers.

ARTIKEL II

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Naar boven