Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201333177 nr. 7

33 177 Maak van een onschuldig kind geen slachtoffer

Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARISSEN VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE EN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2013

1. Inleiding

In het notaoverleg van 8 april jl. over de initiatiefnota: «Maak van een onschuldig kind geen slachtoffer» (kamerstuk 31 177, nr. 6), hebben wij uw Kamer toegezegd voor 1 juli 2013 een brief te sturen waarin wij nader ingaan op een aantal aspecten waarvoor door uw Kamer tijdens het notaoverleg aandacht is gevraagd. Het gaat om de volgende onderwerpen:

  • Gesprek met de vestigingsdirecteuren van de penitentiaire inrichtingen (PI’s) voor vrouwen om de kindcheck te bespreken.

  • De mogelijkheid tot uitbreiding van de bezoektijden van kinderen aan hun moeders en / of het behoud van het weekendbezoek.

  • De mogelijkheid en kosten van een digitale postservice voor kinderen van moeders in detentie.

  • De mogelijkheid om de samenwerking en samenhang in de jeugdketen op het gebied van detentie en zorg voor kinderen te verbeteren.

In de brief zal eerst ingaan worden op de eerste drie onderwerpen van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en daarna komt de toezegging van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) aan bod. De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zal tot slot in deze brief ook ingaan op een toezegging gedaan bij brief van 2 mei (Kamerstuk 24 587, nr. 504) over de detentieduur van vrouwen.

2. Gesprek vestigingsdirecteuren over de kindcheck

In het notaoverleg is afgesproken dat de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zou spreken met de directeuren van de drie PI’s voor vrouwen over de werking van de kindcheck. Tijdens een werkbezoek op 2 mei jl. van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aan de PI Nieuwersluis is de werking van de kindcheck besproken.

Er wordt binnen het justitiedomein veel gedaan om de zorg voor kinderen, waarvan de ouder in detentie zit, ook tijdens detentie goed te regelen. In alle PI’s wordt de kindcheck uitgevoerd. Door de kindcheck wordt bekend of de moeder (of vader) minderjarige kinderen heeft en of daar goede zorg voor is geregeld. De gemeenten worden vervolgens door de justitiële inrichtingen geïnformeerd. Justitie heeft hier vooral een belangrijke signalerende rol. De directeuren geven aan dat de kindcheck bij zelfmelders goed werkt.

De moeders worden door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) ruim van tevoren ingelicht over de mogelijkheden om voor de detentieperiode de nodige maatregelen voor hun kind te treffen en ook de contactpersoon nazorg van de gemeente wordt door DJI ingelicht. Aandachtspunt bij de kindcheck bij de overige gedetineerden is dat niet alle moeders tijdens de intake bij de PI melden dat zij kinderen hebben en dat kinderen niet altijd staan ingeschreven bij de gemeente. Hierdoor zijn kinderen via de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) niet goed traceerbaar voor DJI en gemeenten. Ouders hebben hier dus zelf ook een belangrijke verantwoordelijkheid om te zorgen voor een goede registratie in de GBA en om bij de kindcheck de juiste informatie over de eventuele zorg van kinderen te verstrekken.

De PI Nieuwersluis doet een proef met «skypecontact» tussen moeder en kind. De eerste indruk is dat het positief is voor beide partijen. Het geeft de vrouwelijke gedetineerden merkbaar meer rust. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wacht de resultaten van de proef af en zal dan besluiten hoe binnen DJI verder te gaan met de toepassing van skype binnen de totale aanpak rond ICT.

In het re-integratiecentrum van de PI Nieuwersluis leren vrouwen hoe ze zich kunnen voorbereiden op de periode na de detentie. Zij kunnen zich daar inschrijven voor werk, wonen, inkomen of een opleiding. Deze activiteiten worden door de gedetineerden als positief ervaren en dragen bij aan een goede terugkeer in de samenleving. In meerdere PI’s wordt momenteel een re-integratiecentrum opgericht.

3. Weekendbezoek

In de afgelopen jaren zijn er binnen DJI diverse maatregelen genomen om meer en beter contact tussen ouders en kinderen mogelijk te maken. De kinderen kregen de mogelijkheid de ouders eens per drie weken in het weekend te bezoeken, de zogenoemde ouder-kinddagen zijn ingevoerd en alle inrichtingen hebben kindvriendelijke maatregelen doorgevoerd zoals het aanpassen van de ruimte waar het ouder-kind bezoek plaatsvindt.

In het kader van de huidige financiële taakstelling zal de mogelijkheid tot weekendbezoek van kinderen aan hun ouders in detentie mogelijk worden ingeperkt. In de uitwerking van het Masterplan van DJI onderzoekt de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie of behoud van het weekendbezoek van kinderen aan hun moeders in detentie mogelijk is.

4. Digitale postservice

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft uw Kamer tijdens het VAO Reclassering op 23 april jl. (Handelingen II 2012/13, nr. 78, item 19, blz. 33–39) in reactie op de motie van het lid Kooiman (SP) (Kamerstuk 29 270, nr. 78) toegezegd digitale dienstverlening in het kader van de re-integratie voor gedetineerden mogelijk te willen maken. In dat kader zal de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie ook de mogelijkheid van de digitale postservice voor moeders in detentie laten onderzoeken. Indien de service niet separaat maar in het kader van meer omvangrijke ICT ontwikkelingen gerealiseerd kan worden heeft dat mogelijk een kostenbeperkend effect.

5. Bevorderen van samenwerking en samenhang op het gebied van detentie en zorg

Tijdens het notaoverleg heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) toegezegd om samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te bezien hoe de samenwerking in de jeugdketen op het gebied van detentie en zorg verbeterd kan worden. Hierbij heeft de Staatssecretaris van VWS aangegeven «best practices» beschikbaar te stellen voor alle gemeenten en duidelijkheid te geven over de invulling van de rol van de gemeentelijk coördinator nazorg vanuit de gedachte één gezin, één plan, één regisseur».

Zoals al tijdens het notaoverleg aangegeven, nemen de VNG en wij de uitkomsten van het praktijkonderzoek van het lid Bouwmeester (Pvda) serieus. Voor deze groep kwetsbare kinderen is het belangrijk dat er op gemeentelijk niveau een goed beeld bestaat van de procedures en rollen van de bij de zorg rond detentie betrokken partijen. De VNG en onze beide departementen zijn bezig in hun contacten met gemeenten en uitvoerende partijen praktijkvoorbeelden van een goede aansluiting in de keten te verzamelen en deze voor alle gemeenten beschikbaar te stellen. In de Nieuwsbrief Nazorg van het ministerie van Veiligheid en Justitie zal een oproep gedaan worden om praktijkvoorbeelden aan te dragen. Ook worden de mogelijkheden onderzocht om hieraan via de website voordejeugd.nl (een gezamenlijke website van de VNG en onze beide departementen), aandacht te besteden.

Verder hebben wij in overleg met de VNG besloten een factsheet te ontwikkelen bestemd voor gemeenten en lokale partijen binnen de jeugdzorgketen. In deze factsheet worden de bestaande afspraken rond de kindcheck nogmaals opgenomen en verder worden de rollen van de politie, PI’s, bureau jeugdzorg en de gemeentelijk coördinator nazorg beschreven voor zover deze landelijk eenduidig gedefinieerd zijn. De factsheet zal ook informatie bevatten over het hulpaanbod van Humanitas en Exodus. De VNG heeft aangegeven de factsheet en praktijkvoorbeelden onder de aandacht van de gemeenten te brengen.

De factsheet en de praktijkvoorbeelden samen zullen gemeenten en uitvoerende partijen in staat stellen de invulling op het terrein van zorg voor kinderen van gedetineerden verder te verbeteren. De factsheet en best practices zijn in het najaar beschikbaar.

6. Detentieduur vrouwen

Bij brief van 2 mei (Kamerstuk 24 587, nr. 504) heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie uw Kamer geïnformeerd over de detentieduur van vrouwen. Van een aantal vrouwen was de detentieduur op dat moment nog niet bekend. Uw Kamer is toegezegd de ontbrekende gegevens voor de zomer te doen toekomen. Die gegevens zijn in onderstaande tabel verwerkt. Daarmee doet de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie deze toezegging gestand.

Verblijfsduur vrouwen o.b.v. uitstroom

Verblijfsduur

2010

%

2011

%

2012

%

< 2 weken

996

31,1%

1032

30,9%

943

30,8%

2 wkn – < 1mnd

766

23,9%

800

23,9%

754

24,6%

1 mnd – < 3mnd

674

21,0%

709

21,2%

686

22,4%

3 mnd – < 6 mnd

328

10,2%

360

10,8%

343

11,2%

6 mnd – < 1 jaar

280

8,7%

274

8,2%

205

6,7%

1 jaar – < 2 jaar

118

3,7%

122

3,7%

82

2,7%

2 jaar – < 4 jaar

36

1,1%

35

1,0%

43

1,4%

4 jaar en meer

7

0,2%

9

0,3%

10

0,3%

Totaal

3.205

100%

3.341

100%

3.066

100%

7. Tot slot

Er is de afgelopen jaren al veel in gang gezet rond de kindcheck. Wij constateren ook dat de kindcheck in de meeste gevallen heel goed werkt. Voor alle gedetineerde vrouwen, of ze nu lang of kort gestraft zijn, blijft het belangrijk om middels een kindcheck in beeld te hebben of zij (primair) de zorg hebben voor (minderjarige) kinderen. Ouders hebben hier ook een belangrijke eigen verantwoordelijkheid om de juiste informatie te geven over de zorg van kinderen.

Het lid Bouwmeester (PvdA) heeft met de initiatiefnota: «Maak van een onschuldig kind, geen slachtoffer» goed het dilemma geschetst waar we samen voor staan. Namelijk misdaad die bestraft moet worden en het risico dat onschuldige kinderen daarvan de dupe worden. We moeten in voorkomende gevallen straffen, maar we moeten uiteraard ook ervoor zorgen dat er voor de kinderen geen schrijnende situatie ontstaat.

Voor een zorgvuldige uitvoering van de kindcheck is samenwerking tussen politie, justitie en zorg noodzakelijk. Wij zullen ons, samen met de partners uit het veld, blijven inzetten om de zorg voor kinderen van moeders in detentie zo goed mogelijk te waarborgen.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven

De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn