Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201433161 nr. 118

33 161 Wijziging van de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten en enige andere wetten gericht op bevordering deelname aan de arbeidsmarkt voor mensen met arbeidsvermogen en harmonisatie van deze regelingen (Invoeringswet Participatiewet)

Nr. 118 AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIJKGRAAF EN POTTERS

Ontvangen 13 februari 2014

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel Cb, derde punt wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt «twee» vervangen door: drie.

b. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen gebieden worden aangewezen waarbinnen colleges met het oog op de samenhangende uitvoering van de aan de colleges en de gemeenteraden bij of krachtens deze wet en andere wetten opgedragen taken samenwerken, uitsluitend indien de noodzakelijke samenwerking in deze gebieden ontbreekt en nadat Onze Minister op overeenstemming gericht overleg heeft gevoerd met de betrokken colleges.

c. Aan het eind van het derde lid wordt een volzin ingevoegd, luidende: Deze voordracht wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.

d. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Het tweede en derde lid vervallen drie jaar na de inwerkingtreding ervan.

Toelichting

Voor de samenhangende uitvoering van de in de Participatiewet en daaraan gerelateerde wetten geregelde taken is het belangrijk dat colleges samenwerken in regio’s. Het initiatief daarvoor ligt bij de colleges. Enkel wanneer colleges er gedurende de eerste drie jaar na inwerkingtreding van de Participatiewet niet in slagen tot noodzakelijke samenwerking te komen en het bestuurlijk overleg tussen de minister en de colleges dienaangaande tot onvoldoende resultaten leidt, dient de minister in de gelegenheid te zijn bij algemene maatregel van bestuur gebieden vast te stellen waarin colleges samenwerken. Ten minste vier weken voordat een voordracht gedaan wordt voor deze maatregel wordt het ontwerp aan de Staten-Generaal overgelegd en aan een ieder bekend gemaakt.

Dijkgraaf Potters