Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833147 nr. 6

33 147 Evaluatie Kaderwet zelfstandige bestuursorganen

Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 september 2018

In de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is onder artikel 39 bepaald dat er elke vijf jaren een evaluatie zal worden uitgevoerd naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het functioneren van het zelfstandig bestuursorgaan en dat deze evaluatie aan de Staten-Generaal zal worden toegezonden. Met de inwerkingtreding per 1 januari 2013 van de Aanpassingswet ZBO’s IenM aan de kaderwet ZBO’s wordt voor de evaluatie van IBKI aangesloten bij de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.

IBKI betreft een Deeltijd-ZBO als bedoeld in artikel 38 van de kaderwet, waarop de kaderwet deels van toepassing is. IBKI, onderdeel van de Stichting VAM, is sinds 1985 de exameninstantie voor de APK – (algemene periodieke keuring) en sinds 1995 ook voor de WRM – examens (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen). En levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de verkeersveiligheid.

Bijgaand doe ik u de rapportage toekomen van het over de periode 2014–2017 door EC O&P uitgevoerde onderzoek1. Het onafhankelijk onderzoeksbureau EC O&P is onderdeel van de Werkmaatschappij, onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juni-juli 2018.

Hoofdconclusie is dat IBKI gedurende de onderzoeksperiode 2014–2017 haar publieke taken op een doeltreffende en doelmatige wijze heeft uitgevoerd. De continuïteit van de dienstverlening is goed geborgd.

Er zijn geen aanbevelingen voortgekomen uit het onderzoek. Er wordt alleen een aantal aandachtspunten genoemd die met name betrekking hebben op de informele samenwerking tussen IBKI en het Ministerie, de Rijksgecommitteerden, en het imago van het IBKI. In het vervolgoverleg met IBKI zullen de aandachtspunten uit het rapport worden meegenomen. Het aandachtspunt over de (positieve) informele samenwerking tussen het ministerie en IBKI wordt verder uitgewerkt en schriftelijk vastgelegd.

Met de Rijksgecommitteerden die op leeftijd zijn wordt apart gesproken.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl