33 130 Interparlementaire Conferentie Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid

H/ Nr. 9 VERSLAG VAN EEN CONFERENTIE

Vastgesteld 30 september 2016

Op 3 en 4 september 2016 vond de halfjaarlijkse interparlementaire EU-conferentie inzake het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) en het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) plaats in Bratislava, Slowakije. Vanuit de Tweede Kamer namen de Leden Eijsink (delegatieleider; PvdA) en De Roon (PVV) deel en vanuit de Eerste Kamer de Leden Schrijver (plaatsvervangend delegatieleider; PvdA) en Lintmeijer (GroenLinks). De delegatie werd begeleid door de griffiers mevrouw Brandsen (Eerste Kamer) en de heer Van Haaster (Tweede Kamer). Het betrof de eerstvolgende interparlementaire conferentie op dit terrein na afloop van het Nederlandse Voorzitterschap van de Europese Unie in de eerste helft van 2016.

Voorafgaand aan de conferentie werd de delegatie ontvangen door de ambassadeur van Nederland in Slowakije, de heer Richard van Rijssen. De delegatie is ambassadeur Van Rijssen en zijn staf zeer erkentelijk voor de gastvrije ontvangst en de ondersteuning van de delegatie rondom de conferentie. De delegatie wil van de gelegenheid gebruik maken om ook langs deze weg ambassadeur Richard van Rijssen, ambassaderaad Martijn Lambarts, defensieattaché luitenant-kolonel Jan-Willem de Wolf en beleidsmedewerker Merel van Hoeve hartelijk te bedanken voor hun uitstekende briefing voorafgaande aan de interparlementaire conferentie.

Opening van de conferentie

De conferentie werd geopend met achtereenvolgens toespraken van de Voorzitter van de Commissie Buitenlandse Zaken van het Slowaakse parlement de heer František Šebej, de Voorzitter van de Commissie Defensie en Veiligheid van het Slowaakse parlement de heer Anton Hrnko en de Voorzitter van de Commissie Buitenlandse Zaken van het Europees Parlement de heer Elmar Brok. In zijn bijdrage benadrukte de heer Brok onder andere de kracht, het belang van eenheid in en gezamenlijk optreden van de EU, alsook het belang van het (laten) respecteren van de rules-based order die wij hebben gecreëerd en die is gebaseerd op het naleven van internationaal recht. Ook ging hij in op de EU-sancties richting Rusland, de vluchtelingencrisis en het belang van een sterke Europese defensie.

Bijdrage Hoge Vertegenwoordiger (HV) Mogherini

De HV Mogherini gaf een terugkoppeling van de informele Gymnich vergadering waarin is gesproken over EU-Turkije betrekkingen, EU-uitbreiding, de Minsk-II overeenkomst inzake Oekraïne en de in juni jl. verschenen Global Strategy on the EU’s Foreign and Security Policy (GS). Over Turkije zei de HV dat we met elkaar moeten blijven praten en niet over elkaar. Turkije blijft een strategische partner en er moet solidariteit worden getoond naar het Turkse volk. Tegelijkertijd is het belangrijk het land aan te spreken op de rule of law en mensenrechten, waarbij de Raad van Europa volgens de HV een erg belangrijk platform is.

De HV presenteerde de GS en noemde daarbij als focuspunten: 1) investeren in weerbaarheid en samenlevingen 2) het toepassen van EU-instrumenten in alle fasen van conflict en crises 3) veiligheid en defensie 4) de noodzaak tot het evalueren van reeds bestaande EU-strategieën. Ze stond lang stil bij Europese defensie en veiligheid en benadrukte dat de EU nu gebruik moet maken van de politieke window of opportunity. In dat kader lanceert zij in september een roadmap voor de implementatie van de GS op defensie- en veiligheidsgebied en wordt eind 2016 een «defensie-pakket»gepresenteerd bestaande uit: een Implementatieplan voor de GS (waar vaak aan wordt gerefereerd als het defensiewitboek, onder de titel «Turning ideas into action»), het Defensie Actieplan van de Europese Commissie en de uitwerking van de Joint Declaration tussen de EU en NAVO die in juli jl. tijdens de NAVO Warsaw top is ondertekend. De HV benoemde dat het Implementatieplan van de GS op hoofdlijnen zal gaan over ambities, de benodigde capaciteiten en institutionele veranderingen.

Zij benadrukte dat zij de nationale parlementen hard nodig heeft om dit pakket uit te werken in de lidstaten, met name voor de doorvertaling van de GS naar de strategie en het beleid in de lidstaten. In dat kader sprak Nico Schrijver waardering uit dat de HV nationale parlementen in de gelegenheid had gesteld om input te leveren en vroeg hij aan de HV hoe zij nationale parlementen concreet wil betrekken bij politieke besluitvorming ten aanzien van het GVDB. De HV ging hier niet specifiek op in tijdens haar reactie.

Over de EU Battlegroups, een thema waar de Nederlandse delegatie zich al enige jaren voor inzet bij deze conferentie, zei de HV dat ze deze wil gebruiken en dat ze de nationale parlementen hierbij nodig heeft, onder andere als het gaat om de politieke besluitvorming ten aanzien van EU-missies. In de conclusies van de conferentie is op aangeven van de Nederlandse delegatie de roep om nauwere samenwerking tussen de parlementen van die lidstaten die aan een EU Battlegroup deelnemen opgenomen (zie bijlage)1.

Nico Schrijver stelde HV Mogherini verder de vraag hoe de EU binnen de VN een sterkere positie kan bemachtigen. Daarop antwoordde de HV dat de wisseling van de Secretaris-Generaal van de VN later dit jaar daar wellicht momentum voor biedt. Er kan dan een dialoog worden gestart over de hervorming van de VN en de rol van de EU daarin. Ze zei dat het in het algemeen van belang is EU-posities binnen de VN meer te coördineren. Zij benoemde in dat kader de Veiligheidsraadzetel die Nederland en Italië in 2017/2018 zullen delen en zag dit als een mogelijkheid tot het starten van een dialoog op dit punt.

Na de HV sprak de VN Assistent Secretaris-Generaal voor Politieke Zaken Miroslav Jenča over de rol van de VN in de wereld. Nico Schrijver stelde hem de vraag hoe de positie van regionale organisaties in de VN kan worden versterkt en wat de haalbaarheid is van een meer parlementaire dimensie bij VN-samenwerking. Daarop antwoordde de heer Jenča dat regionale organisaties zo sterk zijn als zij dat zijn in hun eigen regio. Hij benadrukte verder het belang van regionale organisaties die bijdragen aan de hoofdtaak van de VN, het behoud van vrede en veiligheid. Ten aanzien van de parlementaire dimensie van VN samenwerking refereerde hij aan de Inter-Parliamentary Union (IPU) waarin parlementariërs van VN-lidstaten geregeld bij elkaar komen.

Workshop over een Europese Defensie-Unie en het defensiewitboek

Deze workshop draaide om Europese defensiesamenwerking en de uitwerking van de GS in een defensiewitboek, wat de komende maanden zal gebeuren. De noodzaak en urgentie voor meer Europese defensiesamenwerking werd breed gedragen door alle deelnemers. De directeur van de crisis management en management afdeling van de Externe Dienst voor Europees Optreden (EDEO) Gabor Iklody onderstreepte dat er momenteel substantiële Europese defensiesamenwerkingsprojecten zijn, maar dat de resultaten tot op heden vrij bescheiden zijn. Hij riep op tot meer actie en samenwerking en tot het ontwikkelen van defensiecapaciteiten die de EU daadwerkelijk nodig heeft. Daarnaast heeft de EU sterke instrumenten op dit gebied; het gaat er nu om deze daadwerkelijk te gebruiken.

Ook de sprekers in deze workshop benadrukten, evenals de HV, dat het van groot belang is dat de lidstaten – voor het creëren van een effectieve Europese defensie – de Global Strategy en het defensiewitboek daadwerkelijk implementeren in hun lidstaten.

Angelien Eijsink was rapporteur van deze workshop. Zij stelde tijdens haar terugkoppeling plenair voor dat deze conferentie kan worden benut om Europese defensiesamenwerkingsprojecten met elkaar te delen en om daarover met elkaar van gedachten te wisselen.

Over de Brexit werd verder opgemerkt dat het nodig is te onderzoeken wat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de EU betekent voor het GBVB/GVDB en Europese defensiecapaciteiten. Dit onderwerp is ook opgenomen in de conclusies van de conferentie (paragraaf 20a).

Workshop over migratie en duurzame ontwikkeling

In deze workshop stond de relatie tussen migratie en duurzame ontwikkeling centraal. Uitgangspunt voor het Slowaakse voorzitterschap was het bespreken van niet alleen de effecten van migratie, maar ook de oorsprong ervan. Een samenhangende aanpak in samenwerking met landen van herkomst en transitie is noodzakelijk om tot een duurzame oplossing van migratievraagstukken te komen. Ook zal meer samengewerkt moeten worden met NGO’s en maatschappelijke organisaties. De actuele migratiestromen aanpakken kan alleen als de EU-lidstaten samenwerken. Het betekent aanpakken van mensenhandelaren, meer patrouilles op de Middellandse Zee en de druk op de zuidelijke landen gezamenlijk helpen verminderen.

Christian Leffler, plaatsvervangend secretaris-generaal voor economie en mondiale zaken in de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) benadrukte in zijn inleiding het belang van samenhang tussen investeren in veiligheid en investeren in duurzame ontwikkeling als remedie tegen ongebreidelde migratiestromen. Migratie is van alle tijden en alle continenten. Investeren vanuit Europese fondsen in ontwikkelingslanden om armoede tegen te gaan is onvermijdelijk. Het is niet alleen in hun belang maar dient ook het eigen belang van de lidstaten en gaat ook over onze eigen duurzame ontwikkeling, omdat zowel ontwikkelde als minder ontwikkelde landen allemaal staan tegenover gelijksoortige wereldwijde uitdagingen. De EU omvat elf procent van de wereldbevolking, vertegenwoordigt een kwart van de wereldeconomie en de helft van de sociale voorzieningen in de wereld. Dat wordt ook buiten de EU gezien en zal leiden tot een blijvend appèl op steun en/of een blijvende aantrekkingskracht voor migranten uit minder ontwikkelde delen van de wereld, stelde Leffler.

In het aanpakken van het migratievraagstuk wordt een focus op Zuid-Europese buurlanden onderdeel van de Europese nabuurschapsbeleid en moet crisisbeheersing weer verbreed worden naar zijn oorspronkelijke doel van versterking van fragiele staten en steunverlening onder strikte voorwaarden van bestuurlijke en economische hervormingen en vooruitgang in democratie.

De discussie met de zaal concentreerde zich, net als in de plenaire debatten, op de kloof tussen zuidelijke lidstaten en noordelijke lidstaten in de urgentie voor een gezamenlijke aanpak van de migratiestromen en opvang van de vluchtelingen.

Workshop over het Oostelijk Nabuurschapsbeleid van de EU

In de deelsessie over het nabuurschapsbeleid van de EU lieten de panellisten hun licht schijnen over actuele ontwikkelingen in het Oostelijk Partnerschap, waarmee de relaties tussen EU en Moldavië, Georgië, Oekraïne, Armenië, Wit-Rusland en Azerbeidzjan worden aangeduid. Het panel bestond uit Thomas Mayr Harting, uitvoerend directeur voor Europa en Centraal-Azië van EDEO, Katarína Mathernová, adjunct-directeur-generaal van het directoraat-generaal voor nabuurschap- en uitbreidingsonderhandelingen van de Europese Commissie en Svitlana Kobzar, hoofd van de afdeling internationale zaken van de Vrije Universiteit in Brussel.

De sprekers betoogden dat het Oostelijk Partnerschap nog steeds een grote aantrekkingskracht heeft op de deelnemende landen en veel perspectief biedt op toenadering richting de Europese Unie, door hervormingen in economie, openbaar bestuur, rechtsstaat en democratie door te voeren conform de standaarden van de Europese Unie en de Raad van Europa. Hoewel de zes landen van het partnerschap vaak in één adem worden genoemd, zijn de uitdagingen per land verschillend evenals de mate van toenadering tot de EU. Een gedifferentieerd en stapsgewijs beleid ten aanzien van de oostelijke partnerschapslanden werd door diverse sprekers in deze deelsessie voorgestaan. Het Associatie- en vrijhandelsakkoord, zoals door de EU gesloten met Georgië, Oekraïne en Moldavië, werd door sprekers als een geschikt beleidsinstrument beschouwd om de oostelijke nabuurlanden te stabiliseren en er hervormingen te bevorderen.

Aan de andere kant vraagt het oostelijk partnerschap continu onderhoud van beide kanten, zowel van de zijde van de EU als het gaat om het waarmaken van verwachtingen ten aanzien van de implementatie van de associatieakkoorden en visumliberalisatie als van de zijde van de oostelijke partnerlanden, waar steun van de politieke elite en de bevolking voor de hervormingen soms onder druk lijkt te staan. De economische crisis en de sociale gevolgen ervan in de partnerschapslanden zijn in dit opzicht niet bevorderlijk voor het draagvlak voor de gewenste hervormingen.

Ook kwam de rol van en relatie met Rusland aan de orde tijdens de bespreking in de deelsessie. In de plenaire terugkoppeling werd geconcludeerd dat er thans geen sprake kan zijn van het terugschroeven van de Europese sancties jegens Rusland ofschoon het effect van deze sancties niet overschat moet worden.

Bijdrage Slowaakse Minister van Buitenlandse en Europese Zaken Miroslav Lajčák

Op de tweede dag van de conferentie sprak de Slowaakse Minister van Buitenlandse en Europese Zaken de heer Miroslav Lajčák. Hij sprak over EU-uitbreiding in de Westelijke Balkan en de voortgang die in de kandidaat-lidstaten is gerealiseerd. Hij sprak verder over de quota die in het kader van de vluchtelingencrisis op EU-niveau zijn afgesproken en lichtte het standpunt van de Slowaakse regering dienaangaande toe. De Slowaakse regering is tegen het van bovenaf opleggen van quota aan de lidstaten en bepleit meer maatwerk waarbij uitgegaan wordt van de mogelijkheden die iedere lidstaat heeft om bij te dragen aan de opvang. Hierop volgde een discussie over dit onderwerp waarbij zowel kritische als ondersteunende opmerkingen werden gemaakt.

Delegatieleider Angelien Eijsink vroeg Minister Lajčák uit te weiden over de implementatie van de Global Strategy in de lidstaten, in zijn hoedanigheid als lid van de Raad van de Europese Unie. Daarop antwoordde de Minister dat het beleid en de acties van lidstaten moeten worden afgestemd op de GS. De nationale strategieën van lidstaten moeten als het ware een uitwerking zijn van de GS. Hierbij is het van groot belang dit goed te communiceren naar de bevolking, bijvoorbeeld door het organiseren van allerlei evenementen, aldus de Minister.

Na enige discussie werden de conclusies bij consensus door de conferentie vastgesteld. Deze conclusies binden de deelnemende delegaties niet. Zij geven evenwel een actueel beeld van de meningsvorming tussen nationale parlementen en het Europees Parlement over ontwikkelingen op het gebied van buitenlandse zaken en internationale veiligheid. Deze conclusies zijn, tezamen met het programma van de conferentie, als bijlage aan dit verslag gehecht2.

De delegatieleider, De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken van de Tweede Kamer, Eijsink

De plaatsvervangend delegatieleider, De voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking van de Eerste Kamer, Schrijver

De griffiers van de delegatie namens respectievelijk de Eerste Kamer en de Tweede Kamer, Brandsen Van Haaster


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.

Naar boven