33 125 Wijziging van de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels in verband met het vaststellen van een veiligheidsnorm en het stellen van regels omtrent het gebruik van gestandaardiseerde uitrustingen en in verband met wijzigingen in het totstandkomingsproces van wegtunnels

Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 22 mei 2012

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. Onderdeel E wordt als volgt gewijzigd:

a. Artikel 6a, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden:

2. Een gestandaardiseerde uitrusting als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Veiligheid en Justitie en:.

2. De puntkomma achter onderdeel a wordt vervangen door: , en.

b. Artikel 6b wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef van het derde lid wordt «alleen» vervangen door: uitsluitend.

2. In het derde lid wordt onderdeel a geletterd tot onderdeel b en onderdeel b geletterd tot onderdeel a.

3. In het zesde lid vervalt het woord «daarover».

c. In artikel 6c, tweede lid, wordt de zinsnede «bedoeld in artikel 15 van de Tracéwet,» vervangen door: bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet,.

2. Onderdeel G wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel 1 wordt de zinsnede «het bevoegd college van burgemeesters en wethouders» vervangen door: het bevoegd college van burgemeester en wethouders.

b. Onderdeel 3 komt te luiden:

3. Na het vierde lid worden twee leden toegevoegd, luidende:

5. De vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt geweigerd indien:

a. de uitrusting van de tunnel niet is uitgevoerd overeenkomstig de krachtens artikel 6b, vierde lid, gekozen gestandaardiseerde uitrusting of niet is uitgevoerd volgens de uitrusting die is gekozen op grond van artikel 6b, derde lid;

b. de tunnel niet voldoet aan het overige bepaalde bij of krachtens deze wet, of

c. de tunnel niet voldoet aan het bepaalde ten aanzien van de veiligheid van tunnels bij of krachtens de Woningwet.

6. De artikelen 20, 25, 26, derde lid, en 27 van de Tracéwet zijn van toepassing op een vergunning als bedoeld in het eerste lid voor een tunnel die onderdeel uitmaakt van een tracébesluit, bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet.

3. In onderdeel H, wordt in artikel 8a, eerste lid, de zinsnede «het bevoegd college van burgemeesters en wethouders» vervangen door: het bevoegd college van burgemeester en wethouders.

4. In onderdeel J, komt artikel 18, derde lid, te luiden:

3. De artikelen 6b en 8, vijfde lid, onderdeel a, zijn niet van toepassing op:

a. tunnels waarvoor op het moment van inwerkingtreding van deze wet reeds een tracébesluit als bedoeld in artikel 9 van de Tracéwet is genomen of waarvoor een bestemmingsplan of een wijziging van een bestemmingsplan is vastgesteld;

b. tunnels die op het moment van inwerkingtreding van deze wet zijn opengesteld of opengesteld zijn geweest, of

c. tunnels die niet in beheer zijn bij het Rijk.

B

Artikel II komt te luiden:

ARTIKEL II

De Tracéwet wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 10, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan onderdeel b wordt na de puntkomma het woord «en» toegevoegd.

2. Onder vervanging van «; en» in onderdeel c door een punt, vervalt onderdeel d.

2. In artikel 21, eerste lid, wordt de zinsnede «De in artikel 2 bedoelde werken» vervangen door: De in artikel 8 bedoelde werken.

C

Artikel III komt te luiden:

ARTIKEL III

Artikel 2.10, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht komt te luiden:

e. de activiteit een wegtunnel als bedoeld in de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels betreft en uit de aanvraag en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden blijkt dat niet wordt voldaan aan de in artikel 6, eerste lid, van die wet gestelde norm.

Toelichting

Deze nota van wijziging bevat hoofdzakelijk redactionele en wetgevingstechnische verbeteringen van de tekst. De wijzigingen onder A, punt 7, vijfde lid, onder punt 10 en onder C, zijn noodzakelijk omdat dit samenhangt met het niet wettelijk verplicht stellen van een gestandaardiseerde uitrusting voor niet-rijkstunnels. De wijziging onder A, punt 7, zesde lid, is nodig om indien het project de procedures uit de Tracéwet volgt, op de vergunning tot openstelling de procedure van artikel 20 van die wet toepasselijk te kunnen maken, zoals uiteengezet onder kopje 2.7 van de nota naar aanleiding van het verslag. De wijziging onder B van artikel 21 van de Tracéwet houdt geen verband met de Wet aanvullende regels veiligheid wegtunnels, maar betreft het verbeteren van een verwijzing in de Tracéwet.

De minister van Infrastructuur en Milieu, M. H. Schultz van Haegen

Naar boven