Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2016-201733118 nr. T

33 118 Omgevingsrecht

T HERDRUK1 MOTIE VAN HET LID BIKKER C.S.

Voorgesteld 30 mei 2017

De Kamer,

gehoord de beraadslaging2,

constaterende, dat onder meer klimaatverandering Nederland voor de opgave plaatst om blijvend te werken aan een waterrobuuste ruimtelijke inrichting;

overwegende, dat de Omgevingswet wel een grondslag biedt voor het stellen van instructieregels voor gemeentelijke omgevingsplannen en provinciale omgevingsverordeningen en projectplannen, maar nog niet voor omgevingsvisies, terwijl deze inmiddels ook door alle gemeenten moeten worden opgesteld;

overwegende, dat het ruimtelijke planproces om tot een omgevingsvisie te komen daarmee op dit moment onvoldoende borgt dat de opvattingen van de waterbeheerder vroegtijdig ingebracht worden;

overwegende, dat in het Bestuursakkoord Water (2011) is afgesproken de watertoets uit te voeren bij alle ruimtelijke plannen die van belang zijn voor het waterbeheer, waaronder structuurvisies;

verzoekt de regering het stellen van instructieregels voor omgevingsvisies mogelijk te maken in de Invoeringswet Omgevingswet en de vroegtijdige betrokkenheid van de waterbeheerder bij omgevingsvisies te borgen door een instructieregel hiertoe in het Besluit kwaliteit leefomgeving op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bikker

D.J.H. van Dijk

Vos

Teunissen

Meijer


X Noot
1

In verband met foutieve initialen van het lid Van Dijk.

X Noot
2

Beraadslaging inzake de ontwerpbesluiten behorende bij de Omgevingswet (33 118, C).