Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 december 2021
In de brief «Voortgangsbrief betaalbare woningbouw» van 15 december 2021 heb ik de
Tweede Kamer geïnformeerd over zaken met betrekking tot de bouw van betaalbare woningen.
Hierin heb ik de Tweede Kamer ook op de hoogte gesteld van de afdoening van de motie
Bisschop van 7 juli jl.1 over wijziging van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Met deze brief informeer ik
uw Kamer over de afdoening van deze motie.
Op 15 oktober jl. heb ik u de antwoorden gestuurd op de vragen over mijn reactie op
de brief van de Vereniging Nederlandse gemeenten2. In mijn beantwoording heb ik u toegezegd het tweetal vragen van de leden van de
fracties GroenLinks en de PvdA te beantwoorden door middel van de afdoening van de
Motie Bisschop. De motie Bisschop heeft de regering gevraagd in overleg te gaan met
medeoverheden en brancheorganisaties over hun bezwaren op de wijziging van het Bor3.
In de brief «Voortgangsbrief betaalbare woningbouw» heb ik de Tweede Kamer als volgt
geïnformeerd:
Op 7 juli 2021 heeft uw Kamer de motie Bisschop aangenomen. Deze motie roept op om
het gesprek aan te gaan met brancheorganisaties en medeoverheden om te bezien hoe
tegemoet kan worden gekomen aan hun bezwaren tegen de wijziging van het Besluit omgevingsrecht,
voortkomend uit de motie Koerhuis/Van Eijs (recreatiewoningen), en de Kamer hierover
vóór 2022 te informeren. Hierbij kan ik u melden dat deze gesprekken nog niet hebben
geleid tot oplossingen waarin zowel aan de bezwaren van genoemde partijen, als aan
de eerdere wens van de Tweede Kamer, zoals geformuleerd in de motie Koerhuis/Van Eijs
(recreatiewoningen), tegemoet kan worden gekomen.
Ik ben daarom met brancheorganisatie en medeoverheden in overleg om nader onderzoek
te doen naar de neveneffecten van de wijzingen van het Besluit omgevingsrecht en mogelijke
oplossingsrichtingen. Op deze wijze zal ik uitvoering geven aan de motie Bisschop
(recreatiewoningen). Ik wacht met verzending van het ontwerpbesluit tot wijziging
van het Besluit omgevingsrecht (recreatiewoningen) aan de Afdeling advisering van
de Raad van State tot ik uw Kamer heb kunnen informeren over de uitkomsten van dit
onderzoek.
Naar verwachting kan ik uw Kamer en de Eerste Kamer in het voorjaar van 2022 informeren.
De Kamers hebben dan de mogelijkheid om zich uit te spreken over de conclusies van
het gedane onderzoek. Daarna zal ik het ontwerpbesluit ter advisering aan de Raad
van State sturen, conform de gebruikelijke procedure.
Zoals ik in hierboven aan geef, kan ik u naar verwachting in het voorjaar van 2022
informeren over de uitkomsten van het onderzoek.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.H. Ollongren