Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833118 nr. 97

33 118 Omgevingsrecht

27 581 Grondbeleid

Nr. 97 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2017

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (hierna: de Raad) heeft 22 juni 2017 het advies «Grond voor gebiedsontwikkeling; instrumenten voor grondbeleid in een energieke samenleving»1 uitgebracht. In dit advies doet de Raad acht aanbevelingen voor de modernisering van het grondbeleid dat naar mening van de Raad nodig is om de gebiedsontwikkelingen effectief te kunnen realiseren.

De Raad onderschrijft het kabinetsstandpunt om de wettelijke instrumenten voor grondeigendom via de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (hierna: de Aanvullingswet) op te nemen in de Omgevingswet en in dat kader te harmoniseren, te integreren en te vereenvoudigen. De Raad deelt eveneens het standpunt dat het instrumentarium voor een langere periode geschikt en bruikbaar moet zijn. Het moet in tijden van zowel hoog- als laagconjunctuur duurzame oplossingen kunnen bieden voor de heel diverse opgaven in de fysieke leefomgeving die op overheden afkomen. De instrumenten moeten ruimte bieden voor maatwerk dat past bij de opgaven in het betreffende gebied en daarbij alle vormen van grondbeleid ondersteunen, van actief tot faciliterend.

Het advies van de Raad bevat een gedegen analyse van de opgaven in de fysieke leefomgeving en diverse aanbevelingen gericht op het moderniseren van de regelgeving. Het advies kan daarmee een goede bijdrage leveren bij de verdere voorbereiding van het wetsvoorstel voor de Aanvullingswet. Besluitvorming over de aanbevelingen laat ik over aan mijn ambtsopvolger.

In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel zal worden ingegaan op de diverse adviezen, waaronder het advies van de Raad, die zijn uitgebracht in het kader van dit wetsvoorstel. Ik vertrouw erop dat hiermee recht wordt gedaan aan het verzoek van uw Kamer om het advies van de Raad te kunnen betrekken bij de behandeling van het wetsvoorstel van de Aanvullingswet.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus