Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 augustus 2026
Hierbij bied ik u het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit activiteiten
leefomgeving (hierna: Bal) in verband met de herijking van het instrument gedragscode
soortenbescherming en de bijbehorende nota van toelichting aan.1
De voorlegging geschiedt in het kader van voorhangprocedure van artikel 23.5 van de
Omgevingswet en biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit
in verband met de wijziging van het Bal voordat het aan de Afdeling advisering van
de Raad van State zal worden voorgelegd. Op grond van artikel 23.5 van de Omgevingswet
geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken
nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is voorgelegd. Deze
periode van «voorhang» bij beide Kamers gaat in op 8 september en eindigt op 6 oktober
2026.
Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is verplicht voor in het
Bal aangewezen activiteiten die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor dieren of planten
van beschermde soorten die van nature in het wild voorkomen. Voor activiteiten die
frequent worden uitgevoerd en die een voorzienbaar en voorspelbaar effect hebben op
soorten en hun leefgebied, geldt een uitzondering op de vergunningplicht als wordt
gewerkt overeenkomstig een bij ministeriële regeling aangewezen gedragscode.
Onderhavig besluit bevat wijzigingen van het Bal inzake gedragscodes om het Bal beter
te laten aansluiten bij de eisen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze
wijzigingen zijn technisch van aard en hebben geen consequenties voor de gebruiker
van de gedragscode. Voorts wordt aan de categorieën handelingen waarvoor een gedragscode
kan worden aangewezen «ecologisch onderzoek» toegevoegd en wordt de categorie «bestendig
gebruik» gewijzigd in «gebruik van terreinen overeenkomstig de daaraan toegedeelde
functie». Tenslotte wordt, om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling van de vergunningplicht,
voor enkele specifieke handelingen als voorwaarde gesteld dat vooraf gegevens en bescheiden
worden verstrekt, de zogenoemde informatieplicht.
Na de voorhangperiode zal over het ontwerp advies worden gevraagd aan de Afdeling
advisering van de Raad van State.
Gelijktijdig met deze brief heb ik een brief ter voorhang van het ontwerpbesluit toegezonden
aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen