Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201833104 nr. 12

33 104 Studentenhuisvesting

Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2017

Hierbij bied ik u de evaluatie kamerverhuurvrijstelling (artikel 3.114 van de Wet inkomstenbelasting 2001) aan1. Het doel van deze regeling is het stimuleren van het aanbod van studentenkamers door hospita’s om zo het algehele aanbod van studentenkamers te vergroten. Wanneer een verhuurder (de hospita) een deel van de eigen woning langdurig verhuurt als onzelfstandige eenheid en de huuropbrengst beneden een bepaald bedrag blijven, dan wordt het verhuurde deel van de woning niet aangegeven als rendementsgrondslag in box 3, maar blijft vallen onder de fiscale behandeling van de eigen woning in box 1 (waarbij de huuropbrengst niet wordt belast).

Met de aanbevelingen uit het onderzoek ga ik aan de slag, hetgeen betekent dat er de komende jaren via de Landelijke Studentenmonitor en de gegevensverzameling in het kader van het Woononderzoek Nederland onderzocht wordt hoeveel hospita’s er zijn of hoeveel studenten er bij een hospita woonachtig zijn. Ook is de raming van de budgettaire derving van de kamerverhuurvrijstelling bij Miljoenennota aangepast.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl